1549-nu Tijd van burgers en stoommachines

Van Annekes, mannekes en Molenschot

Molenschot, wie kent het niet? In heel Nederland staat het kleine plaatsje bekend als het dorp van Sint Anneke. Onder andere dankzij Beatrijs Smulders, een bekende vroedvrouw uit Amsterdam, die in de jaren negentig van de vorige eeuw op televisie vertelde dat ze er op bedevaart was geweest. Ze was gaan bidden in de Annakapel in de hoop een relatie te krijgen. Kort daarna kwam de zo gewenste man in haar leven en twee kinderen volgden. Het verhaal haalde de landelijke tijdschriften en kranten. Met als gevolg dat bussen vol bedevaartgangers nog jarenlang op 26 juli met Sint Anneke Molenschot binnenreden. Meest vrouwen, een enkele man, maar ze kwamen allemaal voor een relatie of met een kinderwens. Velen zagen hun gebed verhoord, maar of dat nu door Sint Anneke kwam?

‘Naar Molenschot gaat ieder Anneke om een manneke en ieder manneke om een Anneke’ is nog altijd een veelgebruikt gezegde. Maar het massale van de pelgrimage is er intussen wel vanaf. Waarmee de aandacht zich weer meer op de rijksmonumenten richt, die de kleine dorpskern sieren. Want ook die zetten Molenschot, zij het bij een ander publiek, op de kaart.

Ze staan allemaal op het driehoekige plein, het oudste deel van het dorp. De Sint Annakapel, het calvariekruis, het beeld van Anna met Maria, de Sint Annakerk, de voormalige pastorie en De Drie Linden.

Zes monumenten bij elkaar op zo’n klein stukje Nederland en dat is nog niet alles. Want in 1898 werd er een Wilhelminaboom geplant, ‘ongeveer 100 Meter ten N.O. der Sint Annakerk door den oudsten inwoner der parochie, den drieëntachtigjarigen heer Adriaan Bink’. In 1909 gevolgd door een Julianaboom. 

Het rijkbedeelde driehoekige plein is waarschijnlijk ontstaan uit een grondplan uit de vroege Middeleeuwen. Want er is al eeuwenlang sprake van bewoning in Molenschot. De oudste vermelding van de Sint Annakapel is van 1549, te vinden in het register van de rentmeester van de prins van Oranje. Van oudsher viel de gemeenschap Molenschot onder de parochie Gilze. Maar de afstand naar de kerk in het naburige dorp was groot. Daarom stelden de bewoners alles in het werk om onafhankelijk verder te gaan. Dat ging niet zonder slag of stoot. Een groep opstandige Molenschotters weigerde nog langer in Gilze te kerken en kwam in de kapel bij elkaar om de rozenkrans te bidden. Het liep uit op een groot conflict. Brieven aan de bisschop losten niets op. Dus vroegen de Molenschotters Koning Willem III om een oplossing. Op 29 mei 1855 erkende de koning de kapel officieel als afhankelijk rectoraat, waar diensten konden worden gehouden en waaraan van rijkswege een vergoeding van 300 gulden was verbonden. Maar het duurde nog tot 1879 voordat Molenschot een zelfstandige parochie werd. De pastoor richtte een broederschap van de Heilige Anna op en deze St. Annaverering leverde geld op voor een eigen kerk. Vanaf dat moment (1880) ook werd Molenschot als bedevaartplaats steeds bekender.

In 1883 kwam er in Molenschot een openbare lagere school, die langzamerhand, lokaal voor lokaal, werd uitgebreid. Was er een verbouwing, dan fungeerde de kapel als leslokaal. En net als overal in de regio, kregen ook hier de zusters Franciscanessen uit Dongen hun inbreng in het onderwijs. In 1978 kwam er een nieuw gebouw voor de St. Annaschool. In 2012 werd het weer afgebroken, om plaats te maken voor een nieuwe multifunctionele accommodatie, de Molenwiek, waar (sinds 2013) ook de schoolkinderen terecht kunnen. Onderwijs en sociaal-culturele activiteiten vinden er gezamenlijk onderdak.

De kinderen van Molenschot kunnen dus nog steeds in de eigen woonplaats naar de basisschool. En dat is een geluk, want als kleine dorpskern heeft Molenschot het niet gemakkelijk met haar voorzieningen. Met een inwoneraantal van een kleine 1300 inwoners heeft het dorp anno 2019 geen winkels meer, alleen nog maar een café en een restaurant. En dat terwijl de drie campings het aantal inwoners in de zomer toch fors doen toenemen.

In het verleden bracht het agrarisch karakter van de bevolking wel enkele voorzieningen met zich mee. Zo was er een maalderij, een Boerenbondpakhuis en later kwam daar nog de Boerenleenbank bij. Maar ook was er een steenfabriek, een bakkerij, enkele cafés en een winkeltje. Voor de medische zorg bleven de bewoners altijd afhankelijk van de omliggende dorpen.

De meeste boerenbedrijven zijn intussen verdwenen of veranderd in een zorgboerderij, een plantenkwekerij of een tuinbouwbedrijf. De sportievelingen kunnen nog altijd op de voetbalvelden en tennisbanen terecht, met ieder een eigen kantine. En natuurlijk is daar Mandolineorkest Estrellita, een echt Molenschots fenomeen, dat wekelijks op zondag repeteert, onder leiding van Benny Ludemann. Het orkest is bekend in heel Brabant en daarbuiten.

Maar uitbreiden en nieuwbouwwoningen realiseren blijft een probleem, omdat het dorp met zijn bebouwing in de geluidscirkel van Vliegbasis Gilze-Rijen ligt. Wel is er voor Molenschot een integraal dorpsontwikkelingsplan (IDOP) ontwikkeld, dat de gemeente samen met de bewoners heeft samengesteld. En nu maar hopen dat met dit plan de leefbaarheid van het dorp nog lang gewaarborgd blijft. Oók voor al die Annekes en mannekes die hun levensgeluk in Molenschot vonden en vinden.

Bron: De historische canon van Gilze en Rijen, 2012 - Heemkring Molenheide