1368 - nu Tijd van steden en staten

Met de Heren van Breda naar de Prinsenhoef

Op zoek naar die Tilburgse straat?

Ooit van de Prinsenhoef gehoord? Voor Tilburgers is het een ‘gewone’ straatnaam in hun stadswijk Reeshof. Voor Hulten is het vooral de boerderij in de buurt van Wijkevoort, die dit dorp direct met de abdij van Thorn en de Heren van Breda verbindt. Eeuwenlang stond deze bijzondere hoeve op Hultens grondgebied. Sinds de gemeentelijke herindeling in 1997, hoort zij onder Tilburg. Maar dat maakt de historische waarde er niet minder om.

De geschiedenis van de Prinsenhoef laat zien met welke vormen van lokaal bestuur onze omgeving vroeger te maken had. Eens was de ‘hoeve van Hulten’ een hof van de abdij van Thorn. In 1368 verkocht Wouter van Diedeghem het hof en het domein Hulten aan de toenmalige heer van Breda, Jan II van Polanen. Die kocht het voor zijn zoon Willem. Deze mocht vanaf dat moment de cijnzen (vergoedingen) en tienden innen. Eerder moesten de omwonenden die aan de abdij van Thorn en aan Wouter van Diedeghem afdragen. Maar dat was niet de enige verandering voor de Hultenaren. Door de verkoop ging ‘Holten’, zoals het toen nog te boek stond, deel uitmaken van Stad en Land van Breda en van de Heerlijkheid Gilze.
Op die manier kreeg Hulten ook te maken met het plaatselijk gezag van de heren van Breda, waar Gilze al langer mee van doen had. Al rond het jaar 1000 hadden deze heren een burcht en gebieden in de stad Breda en omgeving. Ook beheerden ze leengebieden van de hertog van Brabant.

Aan het eind van de twaalfde eeuw was Godfried II heer van Breda en Schoten. Hij droeg zijn goederen op aan de hertog van Brabant, en die gaf hem een nog veel groter gebied in leen. Daarmee ging dat gebied Stad en Land van Breda heten.
Ook de Limburgse abdij Thorn had hier in de streek vóór het jaar 1000 al bezittingen, die ze door schenkingen van familiegoederen had gekregen. Om die gebieden te kunnen besturen stelde de abdij een schepenbank in. De heer van Breda volgde dat voorbeeld in 1328 voor de dorpen in zijn gebied. De schepenen van de abdij stonden onder leiding van een meier; die van de heer van Breda onder een schout. Abdij en heer kozen zelf de schepenen onder de bewoners. Geleidelijk aan ging de schepenbank van de heer van Breda ook de taken van die van de abdis uitvoeren; deze laatste schepenbank, die ‘den Ouden Hof’ heette, was er alleen voor de grondrechtelijke zaken.
Pas sinds de 19e eeuw heet de hoeve van Hulten Prinsenhoef. Dat heeft ermee te maken dat in de Franse tijd de Nassau’s de hoeve bezaten. Daarna ging de boerderij over naar de Domeinen (de Nederlandse staat). Het is niet de oorspronkelijke boerderij die er nu nog staat. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de hoeve, die gevorderd was door de Duitsers, gebombardeerd en daarna opnieuw opgebouwd. De schuren zijn wel een stuk ouder.

Dus zoek je nog eens fietsend of wandelend die Tilburgse straat op en kom je de Prinsenhoef tegen, dan kijk maar eens goed. Het is bij uitstek een plek die tot de historische verbeelding spreekt.
Bron: De historische canon van Gilze en Rijen, 2012 - Heemkring Molenheide