Collaboratie en Verzet

Meelopers, helden en gewone mensen

De meeste mensen proberen gewoon door te leven. Zij gaan naar hun werk, kinderen gaan naar school en moeders doen boodschappen. Zij proberen te overleven.
Sommigen steunen de Duitsers actief, ze 'collaboreren'. Anderen gaan in het verzet. Ze helpen onderduikers, brengen illegale blaadjes rond of plegen aanslagen. Velen overleven dit niet.

Het Verzet

In Aalst en Waalre is er het PAN (Partizanen Actie Nederland).

Dappere mensen sluiten zich hierbij aan. Ze regelen adressen voor onderduikers. Ook plegen ze overvallen op distributiekantoren om bonnen en paspoorten te stelen.

Tot grote ergernis van de Duitsers kalken ze overal leuzen, zoals WOZOW. Iedereen weet wat dat betekent: Wij Oranje Zullen Overwinnen, Wilhelmina.

Het bracht de overwinning niet dichterbij, maar het gaf wel een lekker gevoel.

 

Onderduiken

De familie Hezemans woont aan het Aalsterpad. De drie dochters slapen in één slaapkamer, twee onderduikers (Tieu en Piet Scheepers, zonen van bakker Scheepers ) in een andere.

Er komt een razzia en de Duitsers doorzoeken het huis. De onderduikers verdwijnen snel naar de zolder onder een kist. Twee meisjes gaan in hun bedden liggen. Dat was heel slim, want nu zoeken de Duitsers niet verder.

 

Collaboratie

Er zijn ook Nederlanders die de bezetter actief helpen. Uit overtuiging of om er beter van te worden. Zij worden collaborateurs genoemd.

Sommige jongens melden zich aan om voor de Duitsers aan het Oostfront te gaan vechten. Soms om een gevangenisstraf te ontlopen. Zoals een jongen uit onze gemeente, die is opgepakt bij het stelen van een fiets. Hij krijgt een jaar gevangenis, maar kiest ervoor om naar het Oostfront te gaan. Daar is hij gesneuveld.

 

Een fatsoenlijke Duitser

Mevrouw Crevecoeur-Koops vertelt het verhaal van haar vader:

“De NSB plakt overal hun plaatjes op tuinhekjes. Mijn vader is bezig die eraf te krabben als de zoon van de buren langs komt. Die is bij de SS en hij geeft hem een klap met zijn riem plus wapen. Met bloedend hoofd brengen ze mijn vader naar de dokter die hem verbindt. Enige tijd later krijgt hij een oproep voor de rechtbank. De SS’er heeft hem aangeklaagd en brengt een nep-getuige mee. Mijn vader heeft een zwakke gezondheid en zal een verblijf in gevangenis of kamp waarschijnlijk niet overleven. Hij blijft echter kalm. Hij spreekt goed Duits en vertelt de Duitse rechter precies wat er gebeurd is. Hij heeft het ongelofelijke geluk een fatsoenlijke Duitser te treffen en hij wordt vrijgesproken.”

Dat was een uitzondering, maar het kwam voor. Het was een niet alleen een nare, maar ook een rare tijd.