Bezetting

Een nare tijd

Na de overgave leven we onder Duitse bezetting. In het begin proberen de bezetters het Nederlandse ‘broedervolk’ mee te krijgen. Maar de meeste Nederlanders werken niet enthousiast mee.
Er is steeds meer angst en onzekerheid. De mensen lijden geen honger, maar er ontstaat wel meer gebrek aan ‘lekkere’ dingen.

Bezetting

Er is angst onder de mensen. Wat als er een bom of vliegtuig op je huis valt.

En je weet niet wie kunt vertrouwen – en wie niet? Luistert er iemand mee? Ook als je niks gedaan hebt, kunnen ze je zomaar arresteren.

Een auto in de straat kan van de 'Sicherheitsdienst' zijn. Die houden iedereen in de gaten en halen mensen op die ze verdenken. En als je pech hebt, kun je afgevoerd worden naar een concentratiekamp. Nederlanders beseffen nu wat de waarde is van een 'rechtsstaat'.

 

De Nederlandsche Unie

De meeste Nederlanders haten de NSB, de partij die de Duitsers enthousiast binnenhaalt. Ze richten daarom de 'Nederlandse Unie' op. Deze 'beweging' probeert er in overleg met de bezetter het beste van te maken. Meer dan een half miljoen Nederlanders worden lid, meer dan tien keer zoveel als er lid waren van de NSB. In december 1941 hebben de Duitsers genoeg van dit 'kat en muis' spel. Ze ontbinden de Unie.

In het eerste jaar gaf de Unie hoop en was het een protest tegen de NSB. Sommigen hangen posters van de Unie voor hun raam. Zo ook bij de groentewinkel van Kees Goorden in Aalst. NSB’ers komen bij hem verhaal halen en er ontstaat een vechtpartij. De ene veldwachter in de gemeente kan dit niet in de hand houden. De marechaussee uit Valkenswaard komt de rust met harde hand herstellen. De man die het relletje begonnen was, ligt krimpend van de pijn op het erf. Dokter Wachters behandelt hem, maar wel met erg veel jodium. En dat prikt!!!!!

 

Arbeitseinsatz

De Duitsers willen dat gezonde mannen in Duitsland gaan werken in de wapenindustrie. Arbeitseinsatz heet dat in het Duits. Dat willen de meesten natuurlijk niet, maar een ‘vrijstelling’ lukt alleen als je een ‘onmisbaar’ beroep hebt, zoals boer of bakker. Of als je bij een bedrijf werkt als Philips of de linnenfabriek in Waalre. Anders moet je 'onderduiken': je verstoppen.

 

Razzia’s

Om onderduikers te vinden houden de Duitsers ‘razzia’s’. Plaatselijke NSB’ers onder leiding van de beruchte Jantje Pap organiseren zoektochten.

 

Staking

Na de capitulatie in mei 1940 wordt het Nederlandse leger ‘gedemobiliseerd’. De soldaten worden krijgsgevangen genomen, maar komen snel weer naar huis. In april 1943 moeten ze zich opnieuw laten registreren. Uit protest leggen 300 arbeiders in de gemeente daarom het werk neer. Drie stakers worden gevangen genomen en naar kamp Vught afgevoerd. Na een week is de staking voorbij. Veel van deze jongens zoeken een schuilplaats en duiken onder. 

 

Opkomend verzet

Onderduikers  hebben natuurlijk geen distributiebonnen voor eten en drinken. Daar moet dus iets voor geregeld worden: het verzet is geboren. (Zie venster Collaboratie en Verzet)

 

ne borrel kunde krijgen……”

Goede doelen mogen niet meer collecteren. Alleen de nazistische ‘Winterhulp’ mag dat. Ambtenaren moeten hiervoor zelfs met een collectebus rondgaan. Als zij aanbellen bij mensen, krijgen ze vaak te horen: “ 'ne borrel kunde krijgen, maar geld voor de Winterhulp... da' witte wel!”