Eerste vermelding van Hilvarenbeek

De eerste vermelding van Hilvarenbeek is in 1157, in een schriftelijk stuk dat is bewaard in de abdij van Tongerloo, waarin de kerk wordt verheven tot kapittelkerk. De plaats wordt daarin “Beke” genoemd.

In een 13de eeuwse kopie van het oorkondenboek van 1155 van de bisschoppelijke Lambertuskerk van Luik waartoe Hilvarenbeek behoorde wordt de plaats Beika genoemd. Dat is mogelijk een aanpassing aan de spelling van de 13de eeuw, we houden het daarom bij Beke 1157 als oudste vermelding.

In de loop van de tijd verandert de naam geleidelijk. In 1304 wordt gesproken van Hildewaren beke en in 1350 verandert dit in Hildewaardenbeke en Hilvarenbeke.

In de oorkonde van 1331 waarin aan Beek een gemeynte gegeven wordt, wordt het dorp Beca der Heiliger Hildewardis genoemd. Maar het is nooit bewezen dat er een heilige Hildewardis bestaan heeft. Wel is er een Hildewaris gravin van Strijen geweest die landerijen bezat in en rond Beek en naar verluid het geld schonk om een stenen kerk te bouwen (zie bij het jaartal 990). Het is goed mogelijk dat deze stichteres van de Abdij van Thorn in de middeleeuwen als een heilige beschouwd werd.

Er is een lange traditie geweest waarin de afkomst van de naam Hilvarenbeek aan Hildewaris werd toegeschreven. Getuige ook een in 1541 gegoten klok, die in de Tweede Wereldoorlog geroofd is, maar ongeschonden is teruggekomen. De inscriptie op deze aan Hildewaris gewijde klok luidt:

HYLWARIS IS MYN NAME,
MYN GHELUYT SY GODE BEQUAME.
ALSO WERRE ALSMEN MY HOOREN SAL
WILT GOD BEWAREN OOVER AL.

ANNO MCCCCCXLI
JAN WAGHEVENS HEFT MY GHEGOOTEN.

 

Er is een verdergaande speculatieve verklaring voor het ontstaan van het dorp en het kapittel mogelijk, die naar gelijkenis met Diessen het begin legt bij de kerstening in de achtste eeuw. Het dorpje Diessen werd geschonken aan de zendeling Willibrord, die aartsbisschop van Utrecht werd en het dorpje bij testament vermaakte aan de door hem gestichte abdij van Echternach. (zie verder bij Rond het jaar 700) In dezelfde periode predikte Lambert, bisschop van Maastricht–Tongeren in deze streken. De kapel op Westerwijk werd aan hem gewijd. Het is zeer wel mogelijk dat hij een kapel-kerkje stichtte in een gehucht dat eeuwen later naar Hildewaris vernoemd werd omdat zij de middelen voor een stenen kerk verstrekte. In deze opvatting zou Beke aan de bisschop toebehoord hebben, en zodoende in het bezit zijn gekomen van het bisdom Luik, waar rond 718 het bisdom Maastricht-Tongeren naartoe verplaatst is. Deze verklaring geeft tevens een grond waarom de bisschop van Luik, heer van Hilvarenbeek, een kapittel vestigde in Beke.

 

Lees meer

De Brouwer (1947) ontleent de naam “Beca der Heiliger Hildewardis” aan een stuk uit het gemeentearchief nr. 5, zijnde een afschrift van de oorkonde van 1331 waarin aan Beek een gemeynte gegeven wordt. Dit stuk is nu RAT 700 nr. 47: Stukken houdende afschriften van de uitgiftebrief van de gronden aan de inwoners van Hilvarenbeek door Jan van Brabant op dinsdag na apostel Matheus (24 september) 1331.

 

Literatuur

Bas Aarts, “Beika 1155”. In: Tussen Paradijs en Toekomst, nr. 28 (1990), p. 89-97.

P.C. de Brouwer, De geschiedenis van Hilvarenbeek tot 1813. Hilvarenbeek, 1947, p. 8.