2000 Tijd van televisie en computer

Van verleden naar een leefbaar heden

Zo komen we na onze reis door de geschiedenis toch onherroepelijk in het heden aan. Niets is moeilijker dan het nu te beschrijven; om te duiden welke huidige ontwikkelingen later van geschiedkundig belang zullen zijn. Maar we doen een dappere poging en stellen in ieder geval vast dat het begrip ‘leefbaarheid’ rond de eeuwwisseling een sleutelwoord is. Tenminste voor twee van de vier kernen van onze gemeente. Want al loopt het in Gilze niet over van de winkels en andere voorzieningen, dit dorp én het grotere Rijen redden het voorlopig wel. Hulten en Molenschot hebben er een hardere dobber aan.

In Rijen speelden rond het millennium een aantal belangrijke zaken die ongetwijfeld voor de lange termijn van grote invloed zijn. Als eerste is daar natuurlijk de bouw van het centrum. Op het terrein van een oude leerlooierij verrees, aansluitend aan het Wilhelminaplein, het nieuwe winkelcentrum De Laverije. Zodra de oostzijde ook ontwikkeld is, zal er een nieuw autovrij plein ontstaan, de eerste knip in het lint dat Rijen altijd zo gekenmerkt heeft. We mogen veilig stellen dat Rijen daarmee voor het eerst in zijn geschiedenis een benoembaar centrum heeft gekregen, een echt dorpsplein dat ook steeds meer activiteiten trekt.

In diezelfde periode werd de ‘nieuwe’ kerk tot sociaal-cultureel centrum verbouwd: De Boodschap. In dit multifunctionele pand vonden allerlei instellingen een plaats, die het daarvoor vaak met verouderde gebouwen moesten doen: de bibliotheek, de muziekschool, peuterspeelzaal, seniorensoos, een jongerencentrum en diverse (multi)culturele organisaties. En niet te vergeten ontstond er ook een theater met filmhuis, dat inmiddels in Rijen niet meer weg te denken is.

In de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw werd ook de lang verwachte oostelijke rondweg aangelegd. Al waren daar dertig jaar van plannen maken en zeven jaar van juridische procedures voor nodig. Rijen kreeg hiermee zijn definitieve contouren voor de toekomst. De verwachting is dat deze weg naar de Vijf Eikenweg wordt doorgetrokken, zodat de automobilist een hele ronde rond het dorp kan maken. Daarbinnen komt voornamelijk nog woningbouw. In nieuwbouwplan De Vliegende Vennen, op de locatie Goudsmit Hoff en op diverse andere plaatsen waar oude fabrieksterreinen plaatsmaken. In die zin drukt de oude industrie nog steeds zijn stempel op de dorpsontwikkeling.

Gilze heeft ondanks alle uitbreidingen in de afgelopen vijftig jaar nog steeds hetzelfde plein als centrum: het Bisschop de Vetplein. Nog altijd komen er vijf straten in een stervorm samen, met als herkenbare punten café De Tip, villa Mol en Mollebos. Het dorp kwam na het vergroten van het vliegveld in 1940 geïsoleerd te liggen. Maar met de aanleg van de A58, pal ten noorden van het dorp, veranderde dat. De belangstelling voor industrieterrein Broekakkers nam toe; uitbreiding was zelfs noodzakelijk. Dat kwam met het oog op de werkgelegenheid goed uit: de schoen- en leerindustrie was hier helemaal verdwenen.

En wat in Rijen jarenlang duurde, was in Gilze in een vloek en een zucht gebeurd: dankzij zandwinning aan de Warande kwam er een noordelijke rondweg. Bovendien hield het dorp aan die zandwinning een mooi groot recreatieterrein met wandelpad en waterpartijen over.                                                                                                                         In Kamp Prinsenbosch, in 1993 als militair kamp opgeheven, vestigde het COA een centrum voor asielzoekers. De bewoners kwamen en komen voor allerlei voorzieningen naar het dorp en daar moest de autochtone bevolking – tot dan toe geen multiculturele samenleving – wel even aan wennen.

Lang had Gilze maar beperkt mogen bouwen, maar daar kwam na het millennium verandering in. Onder andere aan de noordzijde van het dorp was nieuwbouw mogelijk. Bovendien werd cultureel centrum De Schakel helemaal verbouwd en uitgebreid tot een multifunctioneel gebouw. En ook het verzorgingshuis werd vergroot en omgevormd tot een zorgcentrum. Op Verhoven realiseerde de gemeente een nieuw sportterrein. Dat maakte de plannen voor nieuwbouw aan de zuidkant van de Lange Wagenstraat mogelijk, met woningbouw op de oude sportvelden en op het terrein van de voormalige zuivelfabriek. Ook weer gunstig voor de werkgelegenheid was de aanleg van een groot industrieterrein op de Vossenberg: Midden-Brabant Poort.

Molenschot was lang alleen maar via de Veenstraat te bereiken, een verharde weg die op de Rijksweg aansluit. Na de oorlog kwam daar verbetering in, toen ook de wegen naar Gilze en naar Rijen een verhard wegdek kregen. Het dorp wilde mee in de vaart der volkeren. Toch bleef ‘woningbouw’ een toverwoord. Achter de kerk kwam wel wat uitbreiding, maar zelfs voor de eigen aanwas kon Molenschot door het ‘lawaaierige’ vliegveld met zijn geluidscontouren niet voldoende bouwen. Daar kwam nog bij dat het Boerenbondpakhuis, de Boerenleenbank en de warme bakker uit het dorp verdwenen. De leefbaarheid kwam in het geding, het dorp dreigde leeg te lopen. Maar de Molenschotse gemeenschap en de gemeente zaten niet stil. Met veel moeite kwam er in 1987 goedkeuring voor herziening van het bestemmingsplan tussen de Veenstraat en de Broekstraat en dat leverde 55 woningen op. Dat gaf weer wat ruimte. En er kwam nog meer van de grond. Een buurtbus bijvoorbeeld, door vrijwilligers gereden, haalde de bewoners uit hun isolement. Ook kwam er (even) een weekmarkt en een nieuwe bakkerswinkel, zodat het dorp weer wat leefbaarder werd. En daar was natuurlijk het integraal dorpsontwikkelingsplan dat gemeente en bewoners samenstelden om het dorp ook in de toekomst leefbaar te houden. De realisatie van een multifunctionale accommodatie in 2013, waarin basisschool en cultureel centrum samen onderdak vinden, geeft goede hoop. En ook aan gemeenschapszin ontbreekt het nog steeds niet. Dat bleek onder andere toen het kerkgebouw ‘gered’ moest worden. De bevolking zette allerlei acties op touw, wist subsidies binnen te halen en maakte zo een miljoenenrestauratie van het beeldbepalende pand mogelijk.

Hulten kwam zwaar gehavend uit de oorlog. De westelijke wijk Haansberg was bijna helemaal verdwenen; ingelijfd door het vliegveld. Bij één van de vele bombardementen bestemd voor diezelfde vliegbasis, kregen kerk, pastorie en school de volle laag. Er bleef niets van over. Hoewel na de oorlog alles weer werd opgebouwd, was het inwonertal eind jaren zeventig toch sterk teruggelopen. Langzamerhand verdwenen alle voorzieningen uit het dorp. De Belangenvereniging Hulten deed er alles aan om het dorp leefbaar te houden. Tegenover de kerk kwam het nieuwe verenigingsgebouw The Chump (de boomstam), waar alle clubs gebruik van konden maken. De aanwezigheid van het vliegveld maakte woningbouw in eerste instantie onmogelijk, maar vanaf 1984 mocht het dorp per jaar met enkele woningen uitbreiden. In 1997 dreigde er voor Hulten vanuit het oosten weer een ander gevaar: de gemeentelijke herindeling. Ondanks acties als 'Gilze en Rijen houdt van Hulten' moest een gedeelte van Hulten toch over naar Tilburg. En die nieuwe gemeentegrens werd nog eens duidelijk gemarkeerd door de aanleg van een randweg. Parochieel is de groep Tilburgse Hultenaren nog wel met het dorp verbonden, maar de nieuwe randweg voelt als een amputatie.

Hulten ligt nu ingeklemd tussen het bedrijventerrein De Haansberg in het westen, de nieuwbouw van Tilburg in het oosten en in het zuiden de drukke Rijksweg, die het dorp in tweeën snijdt. Hoelang blijft Hulten nog leefbaar? Onderzoeken moeten uitwijzen hoe het toenemende verkeer op de oude Rijksweg (N282) met de belangen van de inwoners te combineren valt. De gemeente werkt samen met de inwoners via het integraal dorpsontwikkelingsplan hard aan het voortbestaan. De (ver)bouw van een kindontmoetingscentrum dat basisschool, dagopvang en peuterspeelzaal in zich verenigt, lijkt op zijn minst bemoedigend. Maar misschien moet Hulten toch maar eens de Heilige Gerardus, zo vaak aangeroepen voor hopeloze zaken, om wat extra hulp vragen.

Feit blijft, we stelden het al eerder vast, dat Tilburg en Breda wel heel hard naar onze gemeente toegroeien. Gaan we straks met zijn allen op in Breburg of leiden onze dappere pogingen tot een zelfstandiger bestaan? Haken we misschien aan bij die kleinere buurgemeenten, die nu op bestuurlijk niveau en met een ambtelijke fusie (ABG: Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen) al aansluiting zoeken om samen het tij te keren?

Wat de uitkomst ook zal zijn, de trein blijft vast wel rijden, een nieuwe toekomst tegemoet.

 

Bron: De historische canon van Gilze en Rijen, 2012 - Heemkring Molenheide