1863 - nu Tijd van burgers en stoommachines

Station Gilze-Rijen maakt het verschil

Ontwikkeling van de dorpen

Net als overal op het Brabantse platteland ging de ontwikkeling in Gilze, Rijen, Hulten en Molenschot in vroeger eeuwen heel langzaam. Invloeden van buitenaf kwamen maar traag en mondjesmaat binnen in de agrarische dorpen of zelfs helemaal niet. Voor nieuwtjes waren inwoners aangewezen op rondtrekkende kooplui, die bij hen aan de deur kwamen om hun waren te verkopen. Later gingen de markten een rol spelen bij de verspreiding van nieuws en daarmee kwam ook een zekere ontwikkeling op gang.

Het duurde tot de negentiende eeuw voordat kerk en elite vonden dat iedereen recht had op een beter leven en een betere gezondheid. Ze pakten de armenzorg op en wilden een ‘zedelijke’ verheffing van de arbeider. Ze gingen aan de slag met de werkverschaffing en de bestrijding van de bedelarij en er kwamen gemeentescholen. De aanwezigheid van notabelen als notaris, burgemeester en schepenen, maar ook onderwijzer, huisarts en vroedvrouw had invloed op de ontwikkeling van een kleine gemeenschap. En in onze gemeente was het vooral Gilze dat daarvan profiteerde. Dat was immers van de vier dorpen de grootste kern en daar zat het bestuur en (tot 1961) het raadhuis. Het telde meer inwoners en het verenigingsleven kwam er eerder op gang. In 1863 bijvoorbeeld, met de opening van het station in Rijen, moest de harmonie uit Gilze komen, omdat Rijen zelf zo’n muziekgezelschap nog niet had.

Maar de komst van het station betekende een kentering. Dat was goed voor de ontwikkeling van de landbouw en het bedrijfsleven in dit dorp, en daarmee voor het inwonertal. Bovendien gingen mensen ook vaker naar de naburige steden om daar inkopen te doen. Zo kwamen invloeden van buitenaf makkelijker binnen. Ook verbetering van de wegen speelde daarbij een rol.   

In 1869 kwamen de zusters Franciscanessen uit Dongen naar Gilze, in 1881 naar Rijen. Ze verbeterden niet alleen het onderwijs, zij hielden zich ook met de wijkverpleging en voorlichting over hygiëne bezig. De latere Kruisvereniging speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de gezondheidszorg. Pas in 1920 kreeg Rijen een eigen huisarts en kwam de kraamzorg van de grond.

Maar ook de standsorganisaties droegen begin twintigste eeuw in hoge mate bij aan de ontwikkeling van de dorpsbewoners. Deze organisaties voor de boeren, de arbeiders en de middenstanders waren er  allemaal op gericht om hun mensen te emanciperen en de ontwikkeling in de gezinnen op een hoger plan te brengen.

Overigens hebben zowel Gilze, Rijen als Hulten vervolgonderwijs gekend, maar dat heeft maar enkele tientallen jaren stand kunnen houden. Op den duur bleken deze scholen niet levensvatbaar. 

In de dertiger jaren maakten gezins- en verenigingsleven een grote bloei door. De verenigingen in de dorpen waren nog sterk verbonden met de katholieke kerk. De uitdrukking ‘het rijke roomsche leven’ stamt uit deze periode. De geestelijk adviseur had grote invloed; vaak had kapelaan of pastoor de club zelfs opgericht. In eerste instantie waren alleen mannen lid. Vrouwen hadden het thuis te druk met de zorg voor het gezin. Koken, wassen, kleding maken, het nam allemaal veel tijd in beslag. Wel werden ook veel jeugdverenigingen opgericht. In de jaren vijftig kregen vanuit de standsorganisaties de vrouwen hun eigen verenigingen.

Tussen de twee wereldoorlogen kwamen Gilze, Rijen, Hulten en Molenschot ook op andere terreinen flink tot bloei. Wegen en straten werden verbeterd, er kwam elektriciteit, beter drinkwater en niet te vergeten een openbare gasvoorziening. Wel waren er, vooral in Rijen, problemen met de waterafvoer van de looierijen. Het afvalwater liep via open slootjes door het dorp. Pas in 1924 werd een begin gemaakt met de aanleg van riolering. 

Na de Tweede Wereldoorlog begon het inwoneraantal van Rijen dat van Gilze te overstijgen. Er vestigden zich in Rijen meer bedrijven van buitenaf, omdat het per trein goed bereikbaar is. Om diezelfde reden zochten militairen van de vliegbasis vaak woonruimte in Rijen. En nog steeds werkt het zo. Mensen kiezen voor Rijen vanwege het station en hebben over het algemeen weinig binding met de gemeenschap. Wie voor Gilze kiest, doet dat bewust omdat het een kleine en hechte gemeenschap is. Station Gilze-Rijen maakt tot op de dag van vandaag het verschil.

 

Bron: De historische canon van Gilze en Rijen, 2012 - Heemkring Molenheide