1901 en 1932: Gedonder in de polder

Anarchisten en communisten gebruiken Boskoop als toneel voor opstand

Twee keer schudde Boskoop vorige eeuw op z’n grondvesten door sociale onrust. In 1901 bij een demonstratie van anarchisten die het aan de stok krijgen met beschonken Boskopers. In 1932 haalde Boskoop zelfs even het landelijke nieuws bij het werklozenoproer dat hier plaatsvond. Daarbij viel zelfs een dode. Gedonder in de polder.

 

Dirk Antonie van Eck is nog maar twee maanden burgemeester in Boskoop als hij voor een moeilijke beslissing komt te staan. Op 6 juni wordt hij geïnstalleerd, begin augustus vragen enkele anarchisten hem om toestemming om op zondag 11 augustus  een propagandabijeenkomst in de open lucht te mogen houden. Als voorbereiding op een algemene werkstaking.

‘Eerste rode burgemeester’

De aankondiging roept meteen weerstand op in het dorp en de veldwachters raadden het af. De eerste ‘rode burgemeester’ van ons land kon een verbod echter niet verenigen met zijn principes. En dus verzamelden zich de 11de augustus zo’n 800 man in Boskoop. Voor een deel kwamen die met de fiets, voor een deel met de boot. Onder de deelnemers ook kleine Boskoopse kwekers, knechten en werkelozen die het in die tijd niet breed hadden.

De anarchisten die per boot arriveerden marcheerden van het Leege Slop, het  Laag Boskoop, de Zijde en het Reijerskoop naar het terrein van P. van der Pol en J. Groeneveld. Met zang en muziek. En met de kersverse burgemeester Van Eck voorop. De bijeenkomst verliep voorspoedig met voorlieden die spraken over nut en noodzaak van een algemene werkstaking in ons land.

De sprekers liet niet na om de kleine kwekers en arbeiders uit Boskoop voor te houden ‘dat 't noodig is zich te ontwikkelen, opdat zij weten wat hun als menschen toekomt, om dan met ons te strijden voor een betere toekomst’. Het vrouwenkoor Apollo  bekroonde de verbroedering met een optreden.

‘Weg met de socialen’

Na afloop toog het gezelschap via de Biezen op weg naar de boot. Met de burgemeester weer in hun gezelschap. Daar hadden zich echter inmiddels enkele groepjes tegendemonstranten verzameld. Die pakten vaandels af en vernielden die. De demonstranten werden al snel gevolgd door een groeiende groep Boskopers die ‘Weg met de sociale zongen’. Bij de aanlegplaats van de stoomboot aangekomen, blijken daar een paar honderd bloempotten te liggen. Al gauw worden de stoomboot en de opvarenden bekogeld. Volgens de anarchisten waren de belagers dronken, de correspondent van de Goudsche Courant maakt hier geen melding van.

De anarchisten laten zich in deze strijd ook niet onbetuigd en de politie moet gebruik maken van sabel en stok. De veldwachters kunnen echter niet voorkomen dat een regen van potscherven de boot zwaar beschadigd. Met getrokken pistool zorgen zij dat het niet erger wordt en dat de anarchisten kunnen vertrekken.

Burgemeester Van Eck is bij alle partijen de gebeten hond. Volgens de anarchisten had hij veel krachtiger moeten laten ingrijpen, volgens veel Boskopers had hij nooit toestemming mogen geven voor de manifestatie. Het is niet meer goed gekomen tussen de burgemeester en zijn dorpsgenoten. Op 22 september 1902 verzoekt hij de koningin hem ‘wegens gezondheidsredenen’ ontslag te verlenen.

1932, de crisistijd

Ongeveer dertig jaar later was er weer gedonder in de polder. 1932. Ook Boskoop zuchtte onder de wereldwijde economische crisis. Planten en bomen zijn in tijden van crisis luxe-producten en er heerste armoede en zelfs honger onder met name kleinere kwekers en tuinknechten. Een groot aantal Boskoopse gezinnen was aangewezen op steun.

Rosarium en Viforpark

Ook in Boskoop kwamen er werkverschaffingsprojecten om werkelozen aan het werk te houden en toch nog een inkomen te verschaffen. Zij het tegen een karige vergoeding. In dat kader werden het Reijerskoop en de Zijde verbeterd en werden het Guldemondplantsoen (het Rosarium) en het inmiddels niet meer bestaande) Viforpark aangelegd.

Onder de arbeiders was echter veel ongenoegen over de vergoeding. Deze was lager dan afgesproken en, zeker voor kostwinners, te weinig om alle monden te voeden. Dit leidde tot onrust. Bij het gemeentebestuur was  enig begrip voor de arbeiders. Burgemeester Colijn (een broer van de minister-president) overlegde met een delegatie. Later zou hij stellen dat deze bestond uit arbeiders ‘met een sterk revolutionaire inslag’. Hiermee werden communisten bedoeld. In Boskoop was het aantal communisten overigens klein. Zij waren wel erg actief en vonden in crisistijd bij arbeiders, kleine kwekers en tuinknechten ook een gewillig oor.

Colijn vraagt politieversterking

Burgemeester Colijn was er na het overleg niet gerust op. Hij vreesde dat de communistische onruststokerij, die hij meende te zien, zou leiden tot maatschappelijke onrust. Hij vroeg en kreeg politieversterking. In de dagen daarna werd duidelijk dat het voorgevoel van Colijn klopte. Grote groepen werkelozen verzamelden zich in het centrum. Die eerste dagen bleef het daarbij.

Op woensdag 8 juni sprak het gemeentebestuur opnieuw met delegaties van diverse groepen Boskopers. Ondertussen ontstond er op het plein voor het gemeentehuis opnieuw een menigte morrende mensen met in hun midden enkele communistische actievoerders. Toen de communist C. van der Laan de menigte begon toe te spreken, werd hij meegenomen door de politie. Een paar uur later werd hij weer op vrije voeten gesteld.

Goudse communistenleider

De volgende dag kwamen de communisten bij elkaar in de tuin van het SDAP-verenigingsgebouw Ons Huis. Daarbij waren niet alleen ook niet-communistische werklozen aanwezig, maar ook een grote groep Goudse kameraden die door de Boskoopse broeders te hulp was geroepen. Onder hen de Goudse communist Willem Schoutese. Wat zij niet wisten was dat zij werden afgeluisterd door twee veldwachters die zich in de tuin ernaast hadden verschanst. Deze hoorden Schoutese spreken over knokploegen en methodes om de politie te omsingelen en hun wapens afhandig te maken. De toon was gezet. Burgemeester Colijn had inmiddels om meer politieversterking gevraagd.

De aanwezigen besloten in optocht naar het gemeentehuis te lopen om de burgemeester een petitie te overhandigen. De reactie van Colijn: ‘stuur ze de deur uit’. Op het plein raakten de gemoederen intussen danig verhit. Er werden leuzen gescandeerd. ‘Wat hebben de werkelozen? Honger’ en ‘Wat willen jullie? Brood’. Ook werd geroepen ‘Honger Ruijs’en ‘Honger Colijn’. Daarop besloot Colijn in te grijpen. Het kwam tot een gevecht tussen demonstranten en politie. Daarbij zagen de politiemensen zich genoodzaakt ook de sabel te trekken.

Ergens in dit gevecht liep de Gouwenaar Johan de Jong een steekwond op die kort daarna dodelijk bleek te zijn. Over de manier waarop dat gebeurde is nooit absolute duidelijkheid gekomen, maar de officiële lezing was dat De Jong in het gewoel in de punt van de sabel was geduwd. De politieman, gemeentelijk veldwachter Marinus van Buuren, trof geen blaam. Hij werd op dat moment belaagd door een groep demonstranten. Voor de communisten was het echter duidelijk: De Jong is vermoord. Hij kreeg enkele dagen later in Gouda een bijzondere begrafenis die uitliep op een manifestatie tegen het gezag. Geweld werd er echter niet gebruikt.

In Boskoop hield het gemeentebestuur rekening met nog meer onrust en ongeregeldheden. Burgemeester Colijn vroeg en kreeg politieversterking. Er kwam ook een verbod op samenscholingen van meer dan drie personen. Het bleef echter rustig.

Wie meer wil weten over de beide gebeurtenissen, die kan terecht in Paktijd, het magazine van de Historische Vereniging Boskoop (HVB). In Paktijd 23 een portret van burgemeester Van Eck en de gebeurtenissen in 1901. Het artikel is een ingekorte versie van het verhaal dat de historicus en journalist Jan de Roos eerder publiceerde. In Paktijd 25 (juni 2003) onder de kop ‘Daar vloeide bloed op straat’ een uitgebreid verhaal van Gé Vaartjes over het werklozenoproer in 1932. Beide nummers kunnen worden gedownload op de website van de HVB, www.hvboskoop.nl.