Kasteel Develstein

Tweemaal gesloopt

Er zijn aanwijzingen dat er op de Lievershil al in de twaalfde eeuw een woontoren of mottekasteel heeft gestaan als voorganger van kasteel Develstein. De Lievershil was een aan de rivier de Devel gelegen heuvel en een strategische plek, omdat de Devel verbonden was met de rivier de Dubbel, die langs Dordrecht naar de Groote Waard stroomde.

Het eerste kasteel Develstein
Al direct na de herbedijking van de Zwijndrechtse Waard liet Willem van Duyvenvoorde in 1332 kasteel Develstein bouwen. Het stond op een eilandje met een gracht eromheen. Dat eilandje bestaat nog steeds aan de Develsingel. Bij archeologisch onderzoek zijn muurresten aangetroffen met een breedte van ruim 120 centimeter, waaruit kan worden afgeleid dat er sprake was van een serieuze verdedigingsburcht.

In juni 1572 werd kasteel Develstein waarschijnlijk verwoest door vluchtende Spanjaarden. Het slot verviel tot een ruïne.

Develstein herbouwd
Dordtenaren die de overvolle stad wilden ontvluchten, hadden niet veel mogelijkheden. De inpoldering van het door de Sint-Elisabethsvloed verloren gegane achterland kwam pas in de zeventiende eeuw goed op gang, dus als ze een buitenverblijf wilden, waren ze op de Zwijndrechtse Waard aangewezen.

Dordtenaar Willem van Beveren kocht Develstein in 1594 met land en boomgaarden. Hij herbouwde ongeveer de helft van het oorspronkelijke kasteel, waarbij een oude traptoren in de nieuwbouw werd geïntegreerd. Develstein werd getransformeerd tot een lustoord met prachtig aangelegde tuinen.

Het werd een plek waar de Dordtse literaire, kunstzinnige en politieke figuren in de zeventiende eeuw graag samenkwamen. Onder hen dichter en pensionaris Jacob Cats, burgemeester Jacob de Witt en zijn zonen Cornelis en Johan, de arts en schrijver Johan van Beverwijck, kunstschilder Aelbert Cuyp en wellicht ook Margaretha van Godewijck, die daar dan ongetwijfeld het klavecimbel bespeelde.

Een walvis aangespoeld?
Op oude tekeningen van Develstein is te zien dat er aan een gevel een walvisrib hangt. Al in de vroege veertiende eeuw zou er tijdens een stormvloed of dijkdoorbraak een uit koers geraakte kleine walvis zijn aangespoeld op de Lievershil. Het verhaal wil dat Willem van Duyvenvoorde de rib aan de buitenmuur van zijn kasteel hing.

Toen Develstein in de negentiende eeuw werd gesloopt, werd de rib aan de kerk van Heer Oudelands Ambacht geschonken, waar hij nog lang heeft gehangen. Op de rib was een walvis afgebeeld met in gotische letters de tekst: ‘dit bijn is van een walvis groot 62 voet.’

Gravin van Develstein
Develstein heeft in de loop der tijd heel wat opmerkelijke eigenaren gehad. Een van hen spant de kroon, al is het maar omdat deze kasteel Develstein door een merkwaardige levenskeuze tot een bouwval bracht.

In 1794 trouwde kasteelvrouwe Johanna Snellen met graaf Florentius van Dam, een patent uitziende, 28-jarige man. Hiermee ging voor Johanna de wens in vervulling waar ze haar hele leven al van had gedroomd, namelijk gravin worden. Niets mis mee, zou je zeggen: ook toen waren er al kasteelromans. Maar dat ‘hele leven’ van de kasteelvrouwe duurde al een poosje, want toen het huwelijk werd voltrokken was ze 67 jaar oud.

Echte liefde? Welnee. Ze woonden na het huwelijk niet eens bij elkaar. Hij wilde zijn bejaarde bruid uitsluitend financieel uitkleden en dat wist ze donders goed. Haar geldverkwistende echtgenoot heeft er echter niet lang van lol van gehad, want hij overleed al op 49-jarige leeftijd.Niet lang na Johanna’s dood op 89-jarige leeftijd werd het kasteel in 1824 gesloopt.

Weetje
‘Boontjessteeg’, zeiden veel oude Zwijndrechters. Maar de naam heeft niks met boontjes of tuinderijen te maken. De Bootjessteeg is genoemd naar Maria Booth, dochter van Cornelis Booth en Geertruid van der Merwede. Ze was getrouwd met Ricoud van Brakel, schildknaap en in 1340 schepen van Dordrecht, die na Willem van Duyvenvoorde sinds 1351 eigenaar was van kasteel Develstein.

De Bootsche of Bootjessteeg is door de heren van Develstein gemaakt en altijd onderhouden, in ieder geval tot 1848 aan toe. De familie Booth was een familie van burgemeesters, en menig Hollandse stad had een Booth aan de leiding.
(Uit: De Vergulde Swaen Mededelingenkrant, februari 2009)