1636 - 1669 Tijd van regenten en vorsten

Rembrandt in Dordrecht

Dordtse leerlingen van de grote meester

Ferdinand Bol, Samuel van Hoogstraten, Nicolaes Maes, Jacobus Leveck, Abraham van Dijck, Arent de Gelder. Van de ongeveer vijftig leerlingen van Rembrandt komen er zes uit Dordrecht.

Al op 22-jarige leeftijd gaf de wereldberoemde kunstschilder Rembrandt Harmensz. van Rijn (1606-1669) schilderles. Dordrecht heeft een aantal talentvolle schilders voortgebracht die hem als leermeester hadden. De eerste was Ferdinand Bol, die vele jaren bij Rembrandt in de leer was en veel met hem heeft samenwerkt.

Ferdinand Bol (1616-1680)
De in 1616 in Dordrecht geboren Ferdinand Bol groeide op in de Hofstraat (hoek Nieuwstraat) als zoon van een chirurgijn. Zijn eerste schilderlessen zou hij hebben gehad van Benjamin Gerritsz. Cuyp, een oom van Aelbert Cuyp. Op jonge leeftijd ging hij bij Rembrandt in de leer en bleef daar tot 1643. Van zijn in 1641 overleden vader erfde Bol een behoorlijk bedrag, waarvan hij in Amsterdam een huis met werkplaats kocht. Hij zou na een mooie carrière in zijn huis op de Herengracht (het huidige museum Van Loon) komen te overlijden.

Samuel van Hoogstraten
(1627-1678)
Samuel werd geboren als zoon van een Dordts kunstschilder en zilversmid. In 1640 ging hij in de leer bij Rembrandt. Zijn vader en eerste leermeester was twee jaar daarvoor overleden. Eind 1646 was hij terug in Dordrecht om vijf jaar later een studiereis naar Wenen en Rome te maken. Hij mocht keizer Ferdinand III zijn werk laten zien, waaronder een perfect geschilderd trompe-l’oeil (een bedrieglijk realistisch schilderstuk). De keizer hield het, als ‘straf voor het bedrog’, maar Samuel kreeg wel een medaille met diens portret aan een gouden ketting. Of dat een goede ruil was, kunnen we ons afvragen! Van Hoogstraten overleed in 1678 in Dordrecht.

Nicolaes Maes
(1634-1693)
Nicolaes Maes wordt beschouwd als een van de meest talentvolle leerlingen van Rembrandt, waar hij van 1647 tot 1651 bij in de leer was. Terug in Dordrecht trouwde hij een weduwe en ging in het huisje van zijn schoonmoeder in de Hoge Nieuwstraat wonen. In die periode schilderde hij De Liereman, een tafereel met de Blauwpoort op de achtergrond, dat vanuit zijn woning geschilderd lijkt te zijn. In 1673 vertrok hij naar Amsterdam, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen.

Jacobus Leveck
(1634-1675)
Jacobus Leveck was tussen 1650 en 1654 bij Rembrandt in de leer. Hij schilderde voornamelijk portretten. Aan het eind van zijn leven gaf hij les aan Arnold Houbraken.

Abraham van Dijck
(ca. 1635-1680)
Van deze zoon van een Dordtse wijnkoper is niet veel meer bekend dan dat hij tussen 1651 en 1654 leerling van Rembrandt was. Mogelijk heeft hij in Dordrecht les van Samuel van Hoogstraten gehad. Hij woonde (ooit naast Nicolaes Maes) op het Steegoversloot en overleed daar ongehuwd.

Arent de Gelder
(1645-1727)
De vader van Arent was in dienst van de West-Indische Compagnie. Het gezin woonde in het West-Indisch Huis aan de Wijnstraat. Op 15-jarige leeftijd ging Arent in de leer bij Samuel van Hoogstraten. Deze heeft hem waarschijnlijk doorverwezen naar Rembrandt, wiens laatste leerling hij was. De Gelder dankte zijn vermogen aan de nalatenschap van zijn vader, die als WIC-koopman in Brazilië goed geboerd had. Hij bleef ongehuwd en werd in 1727 dood in zijn stoel aangetroffen.