1882-1958

Katten-Jans

Landlopers en bedelaars

Tijd van wereldoorlogen

We kennen ze allemaal: zwervers die zich ophouden in het centrum van stad of dorp. Het zijn mensen, ook wel dak- of thuislozen genoemd, die om uiteenlopende redenen leven aan de rand van de samenleving. In de Middeleeuwen en ook daarna werd landloperij hard aangepakt. In de 19de eeuw werden bedelaars tewerkgesteld in de Veenkoloniën van de zogeheten Maatschappij van Weldadigheid. In het jaar 1987 nam het parlement een wet aan die landloperij en bedelarij niet langer stafbaar stelde.

Opvallende typen

In de gemeente Weerselo kwamen in de 20ste eeuw nog verschillende van dit type mensen voor. Namen die oude inwoners nog kennen zijn: Kistenjantje, Porreprik, Katten-Jans, De Kluit en De Wapse. Nabij het dorp Weerselo, in het gebied Dolland, lag een een stuk grond, waar tussen 1899 en 1936 daklozen en zwervers werden begraven, zoals Wannelappers Sien en een zekere Polderjans. Ooit stond er een klein dodenhuisje. Nu is alles verdwenen. Bij deze zwervers ging het vaak om mensen uit normale gezinnen, die door familieomstandigheden ontspoorden. Ze hadden een ellendig leven, maar lieten ook mooie verhalen na.
Marskamers waren er ook, handelaren die met hun negotie langs de deuren trokken. Bekende verschijningen waren de joodse verkopers Lievendag en Zilversmid. Maar deze waren na de Tweede Wereldoorlog verdwenen. De handelaren arriveerden meestal rond het middaguur, op het moment dat de boer ging eten. Ze spreidden hun hele handel uit op tafel, zodat de boerenvrouw bijna gedwongen was wat te kopen. Van een ander slag waren zij die langs de deuren trokken om scharen en messen te slijpen, of om konijnenvellen, lompen en oud ijzer op te kopen. Minachtend werden zij schooiers genoemd.

Johannes Antonius Vedder, alias Katten-Jans

Een bekende dakloze in deze contreien was Johannes (Jans) Antonius Vedder. Hij zwierf voornamelijk rond in Noordoost Twente. In het dorp Rossum en het platteland erom heen voelde hij zich thuis. Maar niemand kende Jans bij zijn echte naam, iedereen noemde hem Markus of Katten-Jans. De herkomst van de naam Markus is niet te verklaren, maar de naam Katten-Jans ligt voor de hand. Jans was een lange bonkige man, gekleed als bedelaar met een verfomfaaide jas en een broek die hij ophield met een stuk touw. Dikwijls getooid met een zwarte hoed en altijd op klompen. In zijn rechterhand hield hij een stok met een krul. Links droeg hij een doos met op de vier zijden een geknoopt touw. Hierin zaten zijn schamele bezittingen. Zijn handel bestond uit jonge katten die hij in een jutezak over zijn schouders droeg. De gehele dag probeerde hij, lopend van boerderij naar boerderij of in het dorp, deze katten te slijten of te verkrijgen door met een hoge piepstem te roepen: "He' j nog katten?" Continu werd hij voor de gek gehouden, zonder dat hij dat besefte.

Diepgelovig

Jans kreeg zijn eten en drinken bij de boeren en had daar ook zijn vaste slaapplaatsen, ergens in een hooiberg of schuur. Hij deed geen vlieg kwaad en was op zijn manier diepgelovig. In Oost-Twente zagen mensen hem vaak hardop bidden, knielend bij een landkruis of Mariakapel. In de kerk te Rossum was hij regelmatig te vinden bij de vroegmis. Dan bond hij zijn zak met katten aan het hek van de doopvont, waste zijn gezicht met wijwater en nam plaats op zijn "ereplaats" achterin de kerk. Vanwege zijn onaangename geur was hem door koster Laarhuis een bidstoel toegewezen. Tijdens de communie klepperde hij dan luidruchtig naar voren.

Laatste rustplaats

Jans Vedders kwam op 9 april 1882 ter wereld in de omgeving van Hardenberg. Zijn moeder stierf 10 jaar later en zijn vader huwde opnieuw. Zo werd Jans opgevoed door zijn stiefmoeder. Vader stierf in 1905 en dus was Jans op jonge leeftijd zijn beide ouders kwijt. Dit alles kan van invloed zijn geweest op zijn uiteindelijk zwerversbestaan. Na tientallen jaren rondgezworven te hebben stierf hij op 2 november 1958 in het St. Bernardusgesticht in Losser. Hij ligt begraven op de katholieke begraafplaats in zijn geliefde Rossum. Op zijn graf staat een kruis dat is betaald met geld dat hij bij iemand in beheer had gegeven. Hiermee was Jans Vedder, alias Markus of Katten-Jans, de laatste "traditionele" zwerver die rondzwierf in het oostelijk deel van de gemeente Weerselo.