1915

Fosforiet, rupelklei, aardgas en zout

De bodemschatten van Weerselo

Tijd van wereldoorlogen

Nederland wordt wel eens het afvoerputje van Europa genoemd. Miljoenen jaren voerden de zeeën en grote Europese rivieren erosieproducten naar ons toe. Hier aangekomen bezonken zand en klei en stapelde alles zich op tot dikke sedimentlagen. Op elke laag werd weer een nieuwe laag afgezet. In de loop van de tijden zijn zo kilometers dikke sedimentpakketten ontstaan en is op deze wijze de ontstaansgeschiedenis van Nederland vastgelegd. Tussen deze sedimentlagen vinden we, aan de oostkant van de gemeente, waar deze grenst aan de gemeente Losser en de Oldenzaalse stuwwal, een aantal delfstoffen. Enkele ervan zijn bijzonder.

Fosforieten

In de beekbedding van de Rossumerbeek, ten oosten van het dorp Rossum, bevinden zich zwarte, rondgeslepen, knolvormige stenen. Dat zijn fosforieten. Ze hebben een bijzondere geologische geschiedenis. Bij het breken van deze knolvormige stenen is het mogelijk miljoenen jaren oude haaientanden of ander organisch materiaal aan te treffen. De naam fosforiet verwijst naar fosfor, een belangrijke stof voor het leven op aarde. Door geologische processen zijn de knollen hier en daar aan de oppervlakte gekomen, bij voorbeeld in de Rossumerbeek. De fosforieten bevatten 12 tot 15% fosfor. Toen er tijdens de Eerste Wereldoorlog gebrek aan kunstmest was, dolven ondernemende lieden de knollen om ze te vermalen tot meststof. In Ootmarsum kwam een fabriek voor de verwerking. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er opnieuw schaarste aan kunstmest en ontstonden er zelfs mijnen om de knollen te delven, zoals nabij café Stegge. De opbrengst was mager, voornamelijk omdat de fosforietlagen rechtop staan. Om de fosforieten geschikter te maken voor opname door planten werden ze eerst bewerkt in de Superfosfaatfabriek in Amsterdam en per schip via het kanaal Almelo-Nordhorn verscheept.

Rupelklei

Aan de in 1942 opgeheven trambaan Oldenzaal-Denekamp ligt nabij de Tramweg in Rossum een oude kleifabriek. Die is een stille getuige van de industriële revolutie uit de 20ste eeuw. Het voorkomen van Oligene en Eocene klei (50 tot 25.000.000 jaar geleden ontstaan) met een groenachtige-gele kleur was aan het begin van de 20ste eeuw aanleiding voor een onderzoek naar de bruikbaarheid ervan voor de fabricage van aardewerk, stenen of pannen. Op de Paasberg verrezen verschillende fabrieken. De Haarlemse scheikundige prof. Edelman ontdekte echter in de Eerste Wereldoorlog op de flanken van de stuwwal zogenaamde rupelklei, genoemd naar de rivier de Rupel bij Antwerpen, waar dezelfde klei voorkomt. Ongeschikt voor aardewerk, maar in poedervorm uitstekend bruikbaar om te worden gebruikt als bleekaarde (een zuiveringsmateriaal) voor het raffineren en filteren van onzuivere spijs- en minerale oliën. Het was rendabel de klei uit Rossum te delven. De Decoloro-Maatschappij uit Haarlem zag wel wat in de exploratie. In de periode 1915-1965 is er uit drie kleigaten gedolven en de verwerking van de gedroogde klei heeft nog geduurd tot 1973. In de voormalige fabriek, waarin nog de maalmolen met twee kolossale stenen staat, woonde nog lange tijd een pottenbakker, die echter haar klei elders moest halen.

Aardgas en zout

Aan de het begin van de Tramweg bevindt zich ook een aardgasput. De Nederlandsche Aardolie Maatschappij (NAM) begon in 1951 met de exploitatie van aardgas in Twente. Eerst in Tubbergen, daarna in Rossum aan de Tramweg. De maatschappij zocht op een diepte van 1.500 tot 2.000 m aanvankelijk naar aardolie, maar trof onder een zoutlaag uit het Perm een grote hoeveelheid gas aan. Levering aan de consument was rendabel en begon in 1954. Na de ontdekking van de grote aardgasbel bij Slochteren kwam de productie in Twente echter op een laag pitje te staan. Het nadeel van het Twentse gas was dat het eerst ontzwaveld moest worden en dus duurder was. In 2010 is de productie gestopt. De NAM gaat nu vuil "oliewater" uit Schoonebeek injecteren in de Twentse putten. Dit water (70.000.000 m³) komt vrij bij de scheiding van olie en water. Onder dit deel van Twente bevindt zich ook een zoutlaag, de Zoutoplossing Weerselo. Maar exploitatie ervan is niet zinvol, vanwege de samenstelling en de voorraad steenzout die Nederland nog heeft. Het zout is ontstaan in het Perm, door het verdampen van hier aanwezige en van de oceanen afgesloten zeeën.