1815-1930

De versnelling

De invloed van moderne infrastructuur

Van Napoleon erfde het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden onder andere een wegensysteem. De route van Parijs naar Amsterdam liep via Vreeswijk en was een van de hoofdwegen van het Franse keizerrijk. Tussen Vreeswijk en Vianen werd een schipbrug aangelegd. Napoleons plan voor een goede weg van Utrecht naar Leiden werd door koning Willem I geadopteerd. Deze nieuwe weg volgde voor een groot deel de Oude Rijn en werd in 1828 met klinkers bestraat. Het onderhoud van deze weg werd betaald uit tolgelden. Om de zoveel kilometer stond er dan ook een tolhuisje met slagboom, waar eerst betaald moest worden alvorens de reis kon worden voortgezet.

De ligging aan verschillende waterwegen had Woerden al vroeg bedrijvigheid gebracht. Aanvankelijk was dat vooral veel steenfabricage, vanaf de negentiende eeuw groeide het belang van de kaasproductie.

De Hollandsche IJssel werd vanaf 1852 gekanaliseerd om het scheepvaartverkeer een verbeterde doorgang te geven en in 1855 kwam de spoorlijn Utrecht-Rotterdam gereed. Daardoor waren ook Vleuten-De Meern, Oudewater (Papekop) en Woerden met de trein bereikbaar geworden. In 1879 verloor Woerden zijn garnizoen en werden de stadswallen afgebroken. De stad werd daardoor nog beter bereikbaar. Ook Oudewater verloor zijn vestingwerken.

In 1882 werd het Merwedekanaal tussen Amsterdam en de Merwede gegraven. Dit kanaal liep voor een deel langs de Vecht en Utrecht, en vervolgens min of meer parallel aan de oude Vaartse Rijn. Een deel van het traject werd in 1930 gebruikt voor het Amsterdam-Rijnkanaal, dat hier en daar nog westelijker van het Merwedekanaal liep.