1973

Hoog-Catharijne

Winkelhart van Nederland

In 1962 bood het Utrechtse bouwbedrijf Bredero de gemeente een uiterst modern grootwinkelconcept aan. Het winkelcentrum zou komen aan de rand van de historische binnenstad. Het plan omvatte tevens een complete vernieuwing van het station en omgeving. Volstrekt nieuw was de scheiding van de verkeersstromen, met aparte niveaus voor voetgangers, openbaar vervoer en autoverkeer.

Het plan werd door de gemeente met open armen ontvangen als dé oplossing voor een aantal grote problemen waarmee de stad worstelde.

Met de naoorlogse groei van de stad was het historisch centrum onder druk komen te staan. Deze kon de groeiende hoeveelheid auto's niet aan en bewoners en winkeliers trokken weg. De gemeenteraad had in 1956 geconcludeerd dat optimale autobereikbaarheid de enige oplossing was. De ingehuurde Duitse verkeerskundige M.E. Feuchtinger stelde voor de singels te dempen en flinke doorbraken te maken in de binnenstad en de negentiende-eeuwse buurten daar direct omheen. Ook de Neudeflat ontstond in deze tijd.

Dit radicale plan leidde tot discussie, maar de gemeenteraad stemde in.

Het plan Hoog-Catharijne (HC) viel onder meer goed vanwege de gescheiden verkeersstromen, goede autobereikbaarheid, parkeergarages en de kans op een spectaculaire modernisering van Utrecht als winkelstad. De Jaarbeurs zag kansen voor een concentratie van zijn gebouwen aan de Croeselaan, aansluitend op HC.

Was in 1963 iedereen nog enthousiast over het plan, in de jaren die volgden keerde het tij. De vergaande sloopplannen die nodig waren voor de aanleg van Hoog-Catharijne riepen steeds meer verzet op. Actie-comités en krakers werden actief en wisten een deel van Achter Clarenburg te behouden, maar de Stationswijk en het art-nouveau gebouw 'De Utrecht' konden niet gered worden van de sloophamers.

Ook tegen het dempen van de singels kwamen de mensen in het geweer. Daarom werden uiteindelijk alleen de Weerdsingel en een deel van de Catharijnesingel gedempt.

Minister voor Cultuur Klompé zette zich persoonlijk in voor behoud van de singels. In 1975 wees haar Ministerie van CRM de binnenstad aan tot beschermd stadsgezicht. De (nog resterende) singels werden rijksmonument.

Ondanks de negatieve klank die Hoog-Catharijne inmiddels bij velen opriep, had de stad bij de opening door prinses Beatrix in 1973 wel het modernste overdekte winkelcentrum van Europa. Het winkelgebied bleek commercieel uiterst succesvol. De gescheiden niveaus veroorzaakten echter al snel sociale problemen. De bovenverdieping met onder andere een theater werd gesloten en de expeditiestraten trokken in de jaren negentig vooral verslaafden aan: de beruchte 'junkentunnel'.

Het winkelgebied in het oude centrum, rond de Oudegracht, werd een voetgangersgebied en bleef zo aantrekkelijk voor het publiek.