17e -19e eeuw

Turf

Utrechts veenverleden

Tijd van regenten en vorsten

Waar nu Vinkeveen, Mijdrecht, Kamerik, Kockengen, Maarssen en Veenendaal liggen, kon je in de vroege middeleeuwen helemaal nog niet wonen. Er waren grote moerassen. Daar ontstond veen, dat later als brandstof werd gebruikt: turf.

Veenmoeras

In een moeras verrotten planten na verloop van tijd. Op die plantenresten groeien weer nieuwe planten, die ook weer verrotten. Zo ontstaat een dikke laag die bruinzwart of bruinrood van kleur is; dat is veen. Ongeveer 1000 jaar geleden begon men de moerassen droog te leggen. Zo kon je er wonen, gewassen verbouwen of vee laten grazen. Er werden sloten gegraven zodat het water weg kon lopen. Zo kwam het veen droog te liggen. Maar droog veen zakt na een tijdje in. Binnen 10 jaar kon de bodem wel 1½ meter dalen! Dat betekende weer natte voeten. Er waren diepere sloten nodig. Daardoor kwam er weer veen droog te liggen, waardoor de bodem verder daalde, enzovoorts. Zo kon je wel aan de gang blijven! Het werd een stuk makkelijker toen men in de 15e eeuw ontdekte dat je met windmolens water kon wegpompen.

Turf

Als je afgegraven veen laat drogen, ontstaat turf. Dat kun je gebruiken als brandstof. In huis voor het stoken van kachels en om te koken. Maar ook in bakkerijen, bierbrouwerijen en in steenfabrieken werd turf gestookt. Vooral in de Gouden Eeuw was er veel vraag naar turf. Als brandstof was turf tot de 19e eeuw zelfs belangrijker dan hout.

Smalle eilandjes en veel water

Het voorjaar en de zomer waren het meest geschikt om turf te steken. Het gebied werd in lange smalle stroken verdeeld. De ene strook werd tot diep onder het wateroppervlak afgegraven. Op de strook ernaast werd het afgegraven veen neergelegd om te drogen. Dat heet een legakker. Het veen werd goed aangestampt. Daarna werden er blokken (turf) van gestoken. Als alles droog was, werd de turf met schuiten naar de steden vervoerd en verkocht. Zo is bij Breukelen en Vinkeveen een landschap van water en smalle stroken land ontstaan. Het uitgraven van veen gebeurde eerst met de hand. Later ook wel met een veensteekmachine. In de Vinkeveense Plassen werd zoveel veen afgegraven dat zelfs al het land verdween. In de 19e eeuw werden sommige plassen weer drooggelegd, zoals bij Mijdrecht.

Het einde van de turfwinning

In de 19e eeuw liep de productie van turf terug. Het veen raakte op en steenkool werd steeds belangrijker als brandstof. Dat was goedkoper. Bij Vinkeveen bleef men nog wat langer turf winnen. Later gebeurde dat vooral voor eigen gebruik, als er tekort was aan andere brandstoffen.