1568 - 1648 Tijd van ontdekkers en hervormers

Tachtigjarige oorlog dichterbij

Opgravingen leggen skeletten en knopen bloot

Zeven werkdagen waren archeologen er in 2000 druk mee. Op het land van Thom en Han Smekens op Verhoven in Gilze, bogen ze zich over de grond van wat in de volksmond het Kraaienbos heet. Laagje voor laagje schraapten ze af en ze legden negen skeletten, zes knopen, stofresten en spijkers (van de houten kisten) bloot. Gedegen onderzoek bevestigde later wat heemkundigen en archeologen al vermoedden. Dit waren resten uit de Tachtigjarige Oorlog. Om precies te zijn uit 1624/1625 van het leger van Spinola. Deze Spaanse generaal belegerde lange tijd de stad Breda en had (ook) in Gilze zijn kampement opgeslagen.

We hebben het op school allemaal geleerd. De Tachtigjarige Oorlog was van 1568 tot 1648. Hoofdrollen waren weggelegd voor Filips II en zijn landvoogd Alva aan de Spaanse kant en aan de Nederlandse kant achtereenvolgens de prinsen Willem van Oranje, Maurits en Frederik Hendrik. Hun leger werd de Staatsen genoemd. Filips regeerde vanuit Spanje. Hij bestreed als fanatiek katholiek het opkomend protestantisme en legde de zeventien Nederlandse gewesten allerlei maatregelen op. De Staatsen verzetten zich hiertegen. De opstand was geboren.
De stad Breda was regelmatig inzet van de vijandelijkheden en dat maakte dat ook de omgeving veel te verduren kreeg.
In 1624 en 1625 bijvoorbeeld, toen Spinola Breda belegerde en met veertigduizend man in deze omgeving neerstreek, waarvan er zo’n tienduizend (sommigen zeggen zelfs achttienduizend) in het  ‘afwachtingsgebied’ bij Gilze hun bivak opsloegen. Met alle gevolgen van dien: er vielen veel doden en gewonden, zowel onder de bewoners als bij de troepen. De voedsel- en wateraanvoer was bar slecht. De zomer uitzonderlijk droog en warm.

De Spaanse legeraalmoezenier Herman Hugo schreef:
‘Het krijghsvolck van Spinola geraeckte aen ’t quijnen bij Gilsen, soo om ’t verschimmelt broot, - want daer waren veertigh duysent broden door ’t quade weer in ’t leger van Gilsen bedorven - als om ’t gebreck van ’t water, dat men verre van daer moest halen. De krijghsknechten leden dieshalven schrickelijkcken dorst; en uyt de dorst sproten verscheyde sieckten, die de doot voortbrachten.’
Plunderingen en overvallen waren het gevolg. Daar kwam bij dat de Spanjaarden wagendiensten van de plaatselijke bevolking eisten en vee, voedsel en drank vorderden. De belastingen waren hoog en met alle onrust was bewerken van het land een probleem.
Een ander dieptepunt voor Gilze speelde zich al eerder af op 23 mei 1584. Staatse soldaten uit Herentals, Vilvoorde en Wouw overvielen het dorp midden in de nacht, roofden vee en goederen en staken vervolgens kerk, huizen en hoeven in brand. Niet lang daarna vielen ruiters uit Antwerpen en Bergen op Zoom al moordend het dorp binnen en namen mee wat er nog te vinden was. Niet verwonderlijk dat dorpelingen hun toevlucht nogal eens in het versterkte Breda zochten.
De vrede van Munster in 1648 maakte een einde aan het lijden van de bevolking.  Wat de Tachtigjarige Oorlog ons opgeleverd heeft? In ieder geval de opgravingen op Verhoven die met negen skeletten en zes knopen de geschiedenis toch weer een stuk dichterbij hebben gebracht. En oh ja, natuurlijk een onafhankelijke republiek.
Bron: De historische canon van Gilze en Rijen, 2012 - Heemkring Molenheide