Gemaal bij de Broekse Sluis

Elektriciteit neemt de bemaling over

Bewoners van de polders in westelijk West Betuwe zijn eeuwen bezig geweest overtollig water uit hun polder weg te krijgen. Vanaf de vijftiende eeuw werden hiervoor molens ingezet. Deze zijn in de negentiende en begin twintigste eeuw vervangen door stoomgemalen welke op hun beurt in 1969 vervangen zijn door één elektrisch gemaal bij de Broekse Sluis in Vogelswerf, op de grens met Spijk.

De molens

De windmolens hebben eeuwenlang dienst gedaan. Herwijnen had er vijf, Vuren twee, Asperen vijf, Heukelum zeven en Spijk drie, in totaal dus 22. De molens waren een mooie uitvinding, maar de uitvinding van de stoommachine zorgde ervoor dat deze het werk overnamen. In Herwijnen gebeurde dat in 1857, in Vuren in 1871, in Asperen in 1895, in Heukelum in 1897 en in Spijk in 1913.

Spijkse bemaling

Tot aan het begin van de twintigste eeuw stonden er in Spijk drie wipwatermolens, de kleine (achter- of beneden-) molen, de grote (achter- of beneden-) molen en de buitendijks aan de Linge gelegen bovenmolen, voormolen of hoge molen. De twee benedenmolens stonden aan een met kaden omgeven boezem. Eén aan de Spijkse Steeg en één ongeveer midden tussen de Steeg en de dijk. De boezem liep van de Steeg tot de dijk naar de wiel ten oosten van het gemaal, die via een keersluis in de dijk, de zogenaamde Spijkse sluis, in verbinding stond met de buitenboezem, ook een wiel. Aan deze wiel stond de buitenmolen of grote molen die het water op de Linge bracht. Spijk was het laatste dorp dat overging op stoombemaling. In 1913 kwam er een stoomgemaal aan de bin¬nenzijde van de dijk, tegen-over de buitenmolen. Het gebouw bestond in hoofdzaak uit een machinekamer met ketelhuis en een daarboven gelegen woning voor de machinist. In 1914 werden de molens voor afbraak verkocht. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de stoommachine vervangen door een dieselmotor. Het gemaal heeft tot 1969 dienst gedaan en is sindsdien in gebruik als woning.

Elektrisch gemaal

Als onderdeel van de ruilverkaveling van de westelijke Tielerwaard werd een elektrisch watergemaal gebouwd op de plaats van de oude Broekse Sluis op de scheiding van Spijk en Vogelswerf. Dit gemaal verzorgt de bemaling van alle polders in het gebied van de voormalige gemeente Lingewaal. Alle andere gemalen werden daar overbodig. Tegen de westgevel van het gemaal is een gevelsteen aangebracht. De tekst werd gebaseerd op een oorkonde uit 1231 van de abdij Mariënweerd, waarin de Spickersluse wordt vermeld. Ten onrechte heeft men aangenomen dat hiermee de Spijkse Sluis in ‘ons’ Spijk werd bedoeld. Maar er was toen al lang bekend dat Spijk en de Spickersluse destijds gelegen waren aan de noordkant van de Linge in de buurt van Tricht, tegenover Enspijk.

Bronnen:

  • G. Kouwenhoven en J. van Leerdam, Asperen, een blik in het verleden. Vereniging Oud Asperen, 1983.
  • Aart Bijl, Over heren, weiden en kastelen, Een geschiedenis van Herwijnen van prehistorie tot heden. Vuren 1992
  • Aart Bijl, Het Gelderse Water, Waterstaatkundige en sociaal-economische ontwikkelingen in de polders van de westelijke Tielerwaard (1809-1940). Proefschrift, 1997.
  • Aart Bijl, Het stoomgemaal Constantia Adriana, in Oud-Gorcum Varia, 1999-2.
  • Aart Bijl, Geschiedenis van de heerlijkheid Vuren. Vuren 2015.
  • Peter de Jong, Spijk, Heerlijkheid en Waterland van 1250 tot 2000. Schipluiden 2001.
  • Peter de Jong, Vogelswerf, Land van molens, in Spijkerschrift 8, Historische Vereniging Spijk en Vogelswerf.

 

Rechten

Peter de Jong, CC-BY-NC