Veilingvereniging Geldermalsen en Omstreken

Van meikers tot Koninklijke Fruitmasters

Op 4 mei 1904 werd de ‘Veilingvereniging Geldermalsen en Omstreken’ opgericht met 34 leden die op 20 juni 1904 gespannen toekeken bij de eerste kersenveiling. Maar liefst drie manden vol. Gelukkig bleef het dat jaar niet bij die drie manden. Het aanbod steeg en er werd ook ander fruit verhandeld. De omzet bedroeg in 1905 al ruim 12.000 gulden. Sindsdien groeide de veiling uit tot het huidige FruitMasters met een omzet van maar liefst honderden miljoenen euro’s per jaar.

Meikers

Rond 1900 was de fruitteelt vooral een nevenactiviteit op een gemengd boerenbedrijf. De opbrengsten waren zeer wisselend. De meikers was het belangrijkste product voor de handel. Kersenboomgaarden werden vaak verpacht aan kleine fruitpachters die veel plukkers hadden, meestal familieleden. Als individuele fruitteler kreeg men maar een lage prijs, ook al breidde de markt zich uit tot over de grenzen. Het besef groeide dat door samen te werken meer geld te verdienen was. Vandaar de oprichting van de veiling in verenigingsvorm, waarbij de leden niet aansprakelijk waren voor eventuele schulden. De ondergang van de Tielse veiling ‘Gelria’, opgericht in 1897 en ontbonden in 1901 met een schuld van bijna 55.000 gulden, lag toen nog vers in het geheugen. De deelnemende fruittelers moesten namelijk naar rato van hun aanvoer deze schuld aflossen. Eenzelfde debacle wilde men in Geldermalsen niet.

Moeizaam begin

In de beginperiode werd de veiling gehouden in de schuur van hotel Strijland, op het spooremplacement. Al snel na de oprichting bleek dat goed op de kwaliteit gelet moest worden. Zo was er in 1906 sprake van schorsing van leden die met behulp van een stuk kachelpijp appels van slechtere kwaliteit onderin een zak of mand stopten. De verleiding bleek groot om niet al te nauwkeurig te zijn met de sortering, verpakking en het gewicht. Er was weinig geld. Problemen met de huisvesting en discussie over de ‘fusten’, de verpakking van het fruit, zorgden bijna voor de ondergang van de veiling.

Voor het vervoer van het fruit was men aangewezen op het spoor en scheepvaartvervoer via de Linge. Tot in de veertiger jaren bleef het transport per boot en trein bestaan. Daarna won het vrachtverkeer steeds meer terrein om uiteindelijk de strijd te winnen. In 1923 werd bij garagebedrijf Gebr. Boudewijn in Geldermalsen een eigen Ford vrachtwagen gekocht. Vanaf 1925 hield men ook fruitdemonstraties en lezingen, werd er bemiddeld bij het plaatsen van bijenkasten en konden telers belangrijke machines zoals spuiten voor de gewasbescherming huren. Het eerste koelhuis kwam in 1935. Deze vorm van opslaan, nu gemeengoed, was nieuw en kwam uit het buitenland overwaaien. In 1948 werd de veiling een coöperatie.

Concurrentie

De veiling overleefde twee wereldoorlogen en de crisis van de jaren 1930. Door de concurrentie van fruit uit Italië, Frankrijk, Chili, Argentinië, Nieuw-Zeeland, Australië en Zuid-Afrika, die vanaf 1965 echt zijn intrede deed, konden veel fruittelers het niet meer bolwerken. Het aantal leden daalde van 1230 in 1968 tot 481 in 1979. Desondanks steeg de omzet van de veiling door aanvoer van fruit van elders. Specialiseren bleek de manier om te overleven. Bovendien vond de veiling nieuwe afzetgebieden. Het huidige FruitMasters ontstond in 1999 na de fusie met de veilingen van Ochten en Wijk Bij Duurstede. FruitMasters is de grootste fruitcoöperatie van Nederland. Bij het honderdjarige bestaan in 2004 ontving het bedrijf het predicaat Koninklijk. De activiteiten zijn geconcentreerd in Geldermalsen met vestigingen in Margraten, Ochten, Wijk bij Duurstede, Kapelle en Münster. Het veilingterrein van FruitMasters in Geldermalsen vormde 30 jaar lang de start- en eindplek voor de Nationale Rode Kruis Bloesemtocht.

Bronnen:

  • Archief Nieuwsblad Geldermalsen
  • Archief Historisch Genootschap Tricht
  • Veiling Geldermalsen, 1904-1994, Ir. L. Vellekoop, jubileumuitgave 1994

Rechten

Rita Boer Rookhuiszen-de Joode, CC-BY-NC