Zuiderwaterlinie

Een nieuwe waterlinie

De Hollandse steden in het zuiden van de provincie maakten na 1701 geen deel meer uit van de Oude Hollandse Waterlinie. Ze werden opgenomen in het zogeheten Zuiderfrontier, een van de nieuwe militaire landschappen langs de grenzen van de Republiek.

Zuiderwaterlinie

De vestingen Willemstad, Klundert, Geertruidenberg en Heusden behoorden na 1701 tot de Zuiderwaterlinie, een belangrijk onderdeel van de Zuiderfrontier. Deze waterlinie strekte zich uit langs de grenzen van Zeeland, Holland en Gelderland.

De steden bleven wel Hollands; dat veranderde pas later. Het gebied ten zuiden van Holland en Gelderland werd als ‘Staats-Brabant’ vanuit Den Haag bestuurd, en had geen politieke vertegenwoordiging in de Staten-Generaal.

Herbouw

De vestingwerken van Heusden waren rond 1950 grotendeels afgegraven en vervallen, maar zijn daarna gerestaureerd en herbouwd zoals ze er halverwege de zeventiende eeuw uitzagen. De vesting is daardoor samen met Nieuwpoort een zeldzaam voorbeeld van een vesting uit de tijd van de inzet van de Oude Hollandse Waterlinie.

In andere steden waar de vestingwerken (deels) bewaard zijn gebleven – zoals Muiden en Gorinchem - hebben latere militaire ontwikkelingen geleid tot aanpassingen van de vestingwerken. Bijvoorbeeld door de aanleg van kazematten, kazernes en bomvrije gebouwen.