Kettingboeken

Een vroege vorm van diefstalpreventie

In 1604 werd met financiering van de gemeentelijke overheid in Rotterdam voor het eerst een openbare boekencollectie aangeschaft. Deze boeken waren beschikbaar in een van de nissen in de Laurenskerk. Om ervoor te zorgen dat de dure boeken daar bleven, legde men de objecten letterlijk aan de ketting. Een vroege vorm van diefstalpreventie dus!

De kerk als bibliotheek

In de middeleeuwen bestond er nog geen openbare bibliotheek. Met de opkomst van universiteiten vanaf de 12e eeuw, groeide er een verlangen om collecties met (wetenschappelijke) boeken voor een breder publiek beschikbaar te stellen. Steden kochten boeken aan en creëerden zo raadpleegcollecties, bijvoorbeeld in kerkgebouwen. Dit betekent niet dat deze kerkbibliotheken lijken op openbare bibliotheken van nu: de boeken waren veelal in het Latijn en konden daarom alleen worden gelezen door geleerden.

Diefstalsysteem

Beheerders deden hun best om diefstal van de boeken te voorkomen. De kettingen die in 1604 aan de boeken in de Laurenskerk zijn bevestigd eindigen in een kleine metalen ring. Hiermee was het boek vastgemaakt aan een lange staaf die aan de boekenkast zat waarin het boek stond. Zo konden bezoekers van de bibliotheek de boeken wel inzien, maar werd het onmogelijk gemaakt om ze zomaar mee te nemen.

Vandaag de dag kun je in Nederland nog steeds een echte kettingbibliotheek bezoeken: de Librije in de Walburgiskerk aan het 's-Gravenhof te Zutphen. Verder staan kettingboeken weliswaar meestal niet meer in hun oorspronkelijke opstelling, maar veel zijn er bewaard gebleven in verschillende collecties, zoals de erfgoedcollectie van de Bibliotheek Rotterdam. Op aanvraag kun je ze komen inzien - hoewel de kettingen niet meer aan de kasten vastzitten, mag je ze natuurlijk nog altijd niet meenemen!