1272-1555

Muntschat

Schateiland Goeree-Overflakkee

Op zaterdag 28 juli 2018 deed Arco Hoekman uit Dirksland een opmerkelijke vondst op een uienland in de polder tussen Dirksland en Sommelsdijk. Met zijn metaaldetector wist hij een muntschat te traceren, die uniek is voor Goeree-Overflakkee en voor heel Nederland. Het is de grootste nationale laatmiddeleeuwse schatvondst ooit. Het Streekmuseum Goeree-Overflakkee besteedt er aandacht aan via de permanente expositie ‘Schateiland Goeree-Overflakkee’.

De vondst, gedaan in de polder Oude Plaat, bestaat uit een groot aantal munten en een daarbij behorende pot in scherven. Het gaat om circa zevenhonderd losse zilveren munten en een forse klomp aan elkaar vast zittende (gecorrodeerde) munten met daartussen aarde en zand. Het totaal aantal munten, los en in de klomp, wordt ruwweg geschat op 2800 tot 3000.

Zilveren munten

Vermoedelijk bestaat de Dirkslandse schat geheel uit zilveren munten, maar dit is nog niet vastgesteld. Enkele honderden munten zijn gereinigd en gedetermineerd. Het tot nu toe oudste stuk is een halve penny van de Engelse koning Edward I (1272-1307), terwijl de jongste munt een zilverstuk is uit de regeerperiode van Karel V (1506-1555). Veel munten zijn stuivers. Uitgaande van een totaal van 3000 stuivers, zou de waarde van de schat 150 gulden zijn. In een tijd dat een arbeider 20 tot 25 gulden per maand verdiende, komt dat neer op een half jaarsalaris.

Het grootste deel van de schat dateert waarschijnlijk uit het laatste kwart van de vijftiende eeuw en is gemunt in het Bourgondische Rijk. Een aantal muntstukken is afkomstig uit omringende landen en steden, zoals Engeland, Oostenrijk, Italië (Bologna), Keulen en Frankrijk (Montpellier). Dit kan iets zeggen over de handelscontacten van destijds.

Als alle munten zijn gereinigd en gedetermineerd is de exacte leeftijd van de schat te bepalen. Dan is mogelijk ook een verband te leggen met de actualiteit van toen: een gebeurtenis uit de lokale of nationale geschiedenis. Bekend is dat er in Nederland tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) drie keer zo veel schatten zijn verstopt dan in andere perioden. De tijd waarin de Dirkslandse schat is begraven, was mogelijk een roerige periode.

Raadsels

Het zou om een plunderschat kunnen gaan, omdat er ook zilveren knopen zijn gevonden. Maar het kan net zo goed een spaarschat zijn. Die bestaat uit zorgvuldig geselecteerde munten, die gedurende langere tijd aan het geldverkeer zijn onttrokken. Nog een optie is dat het een rampschat is: haastig bij elkaar geschraapte munten in geval van dreigend onheil. Of een tijdelijk aan de bodem toevertrouwd bedrijfskapitaal.

Een ander raadsel, tot nu toe, is wie de schat in de grond stopte. En of dat de eigenaar was. Op een kaart van de polder Onwaard en Aartsdijkwal van kort na de bedijking in 1602 is in de onmiddellijke nabijheid van de vindplek een boerderij van redelijke omvang weergegeven. Er is archeologisch onderzoek nodig om meer over deze hoeve te weten te komen. De bewoner was mogelijk degene die de schat begroef, want de geschiedenis leert dat het verstoppen van geld meestal dicht bij huis gebeurde.

Al uitgevoerd archeologisch onderzoek, in september 2018, bracht de greppel aan de oppervlakte waaruit Arco Hoekman de schat wist op te diepen. De archeologen vonden er scherven van gebruiksaardewerk uit de periode vanaf de late middeleeuwen. De oudste scherven dateren uit de jaren tussen 1375 en 1500.

 

Nationale betekenis

Na het conserveren van de vondst, het scannen van de muntenklomp, het restaureren van de pot en het determineren van de munten, is het uiteindelijke doel het presenteren van de muntschat aan het publiek in een museale setting. De expositie ‘Schateiland Goeree-Overflakkee’ in het Streekmuseum Goeree-Overflakkee te Sommelsdijk, die nu te zien is, bestaat uit een replica van de klomp, de pot waarin de schat zat en een aantal originele munten.

De afgelopen honderd jaar zijn met enige regelmaat muntschatten gevonden in ons land. Zoals in Loppersum, Utrecht, Serooskerke, de Haarlemmermeerpolder, Zutphen, Lienden, Wijk bij Duurstede en op scheepswrakken. Omdat de muntvondst in Dirksland behoort tot de grootste in Nederland in de afgelopen eeuw en de grootste is uit de late middeleeuwen, gaat het om een vondst van bijzonder belang en van nationale betekenis.