De windmolens in Hilvarenbeek en Diessen

In de 19de eeuw worden veel nieuwe molens gebouwd en worden oude houten standerdmolens vervangen door stenen bovenkruiers, waarvan niet het hele molenhuis maar alleen de kap met de wieken op de wind gedraaid wordt. Alleen al in Tilburg worden in de 19de eeuw twaalf nieuwe stenen molens gebouwd. Ook in de gemeentes Hilvarenbeek en Diessen verschijnen een aantal stenen molens.

In de periode van de Romantiek in de negentiende eeuw krijgen de nieuwe molens romantische namen, zoals Heibloem, Korenbloem en Doornboom. In 1827 wordt in Baarschot op de heide de eerste stenen molen gebouwd, die De Heibloem wordt genoemd. Deze eerste molen is nog opvallend kort en plomp; de latere molens uit de 19de eeuw zijn hoger en slanker. Dit is een grondzeiler; hij staat niet op een verhoging, de molenbelt, maar de wieken zeilen langs de grond, wat nogal eens tot ernstige ongelukken leidde. De Heibloem doet dienst tot na de Tweede Oorlog in 1953, in de periode dat de meeste windmolens worden vervangen door machinale maalderijen. De molen is toen onttakeld (van kap en wieken ontdaan) en de romp is tot op heden nog blijven staan als vakantiewoning aan het oorspronkelijk doodlopende naar de molen vernoemde straatje in Baarschot.

 

In het gehucht ’t Spul in het zuiden van Hilvarenbeek stond in vroegere eeuwen tegenover een kleine gemeint langs de duizenden jaren oude handelsweg uit het zuiden die dwars door Hilvarenbeek loopt, een houten standerdmolen. De oudste vermelding is van 1450, maar mogelijk was het eerste bouwsel al van de 13de eeuw. De houten molen is afgebeeld op een 17de eeuwse pentekening van de Vrijthof van Hilvarenbeek, met op de voorgrond de poort van de Dekanij. Zie De Vrijheid Hilvarenbeek

De standerdmolen is in de loop van de 19de eeuw vervangen door een stenen bovenkruier, die eenvoudig de Akkermolen genoemd werd. Ook dit is een grondzeiler. Na de Tweede Wereldoorlog heeft deze molen nauwelijks meer op windkracht gemalen. De kap is verwijderd maar de romp van de molen is niet afgebroken. Daarin wordt tot op heden nog elektrisch gemalen. Momenteel worden pogingen ondernomen om de romp veilig te stellen en er een zinvolle bestemming aan te geven.

 

Bij de Biest op de Schijf wordt circa 1857 naast het schooltje van 1844 een grote stenen beltmolen genaamd De Korenbloem in gebruik genomen. De oude houten standerdmolen op de grens met Moergestel wordt dan verplaatst naar de rand van de kom van Moergestel.

Rechts van de molen aan de Bosscheweg is het oude schooltje te zien. Op de horizon zien we links de boerderijen aan de Biestsestraat ten noorden van de Oude Biest, in het midden de boerderijen aan de Akkerstraat en de Oude Biest en het boterfabriekje (1902), en rechts daarvan de fonkelnieuwe kerk met pastorie (1913) met het café Kerkzicht ervoor. Verder naar rechts is de Biestsestraat nog leeg.

In 1936 brandt de Korenbloem af en hij wordt niet herbouwd. Tijdens de gevechten rond de bevrijding in oktober 1944 wordt de molenromp door de terugtrekkende Duitsers opgeblazen.

 

De houten Voorste watermolen over de Turk Aa in Baarschot wordt in 1851 vervangen door een stenen molen op de linkeroever van de Reusel. Die molen wordt De Keizer genoemd, naar de Keizersbeemd waar hij in staat. Dit is een watervluchtmolen, een combinatie van watermolen en windmolen, waarmee zowel bij lage waterstand als bij windstil weer gemalen kan worden. (Van deze molen is geen afbeelding bekend.) De molen is geen lang leven beschoren. Na 34 jaar stort hij in doordat de muur langs de beek door het snelstromende water ondermijnd is. Op dezelfde plaats wordt weer een eenvoudige houten watermolen gebouwd, die tot 1922 dienst heeft gedaan.

Met de stenen resten van de Keizer bouwt molenaar Teurlings in 1886 in Diessen aan de Heuvelstraat tegenover de kerk een nieuwe stenen molen die hij minder romantisch De Onvermoeide noemt. Deze molen is in 1949 na stormschade onttakeld en de romp is blijven staan tot de komst van de nieuwbouwwijk begin tachtiger jaren.

 

In Hilvarenbeek heeft ook in het Slibbroek een houten standerdmolen gestaan, die rond 1500 is verhuisd naar de heide in het Groot Loo aan de weg naar Gorp. Sindsdien werd hij heimolen genoemd, of Dorenberg of Doornboom, naar de oude legende van de Doornboom. Deze molen is vele malen verbrand of door storm vernield, en steeds herbouwd. In 1855 is hij gesloopt en de materialen werden gebruikt voor de bouw van de nieuwe laatste molen van Hilvarenbeek.

Deze bekendste molen van Hilvarenbeek staat aan de Voortsepad, de middeleeuwse weg naar de Voort en Tilburg, naast het oudheidkundig museum. Hij is gebouwd in 1856 als opvolger van de heimolen, en de naam Doornboom is meeverhuisd. Deze molen staat fier op een hoge belt, en is de enige nog werkende molen in onze gemeente. De molen wordt door vrijwilligers in bedrijf gehouden, en kan op bepaalde tijden bezocht worden.

 

Naast de watermolens en windmolens hebben er minstens zeven en mogelijk meer rosmolens, aangedreven door een “ros” (paard), en slagmolens (oliemolens) gestaan in Esbeek, Hilvarenbeek en De Biest (zie Adriaenssen, 1986). 

In 1903 heeft Jac van Gool, die dan pachter is van de Doornboom, weinig vertrouwen meer in de windmolen en hij besluit een mechanische molen te beginnen in zijn grote huis annex café tegenover de Doornboom. Deze draaide op een kolengasmotor, maar werd niettemin Stoommaalderij genoemd. De molen is in bedrijf geweest tot 1980 en is toen vervangen door een winkel in dierenbenodigdheden.

                                                                                                                 

Literatuur

Leo Adriaenssen, “De strijd om de wind”. In: Nieuwbrief HKK, nr. 10, (1984), p. 76-81, en “De wandelende molens van Hilvarenbeek”. In: Nieuwsbrief HKK nr. 15 (1986), p. 82-92.

Ed van Hees, “’t Turkaa in heden, verleden en toekomst.” In: Tussen Paradijs en Toekomst; deel 1 in nr. 102, p. 30-39; deel 2 in nr. 103, p. 21-29.

Kees van Kemenade et al, De mensen rondom de Doornboom. De laatste windmolen van Hilvarenbeek. Hilvarenbeek, 2017.

Jan Scheirs, “Uit de geschiedenis van de windmolen De Doornboom”. In: Nieuwsbrief HKK nr. 12 (1985), p. 79-87.

Jan Scheirs en Hans Schoenmaker, “Geheimen van de Heibloem”. In: Tussen Paradijs en Toekomst nr. 50 (1998), p. 103-109.

Ad Vorselaars en Jan Scheirs, Molens, maalderijen en meelfabrieken in Tilburg. Uitgave in eigen beheer, Tilburg 2007. 246 p.