1271 - 1850 Tijd van steden en staten

Grachten, muren en stadspoorten

Het skelet van een oude stad

Oudere Dordtenaren herinneren zich nog het stuk van de stadsmuur aan de Boogjes, dat als laatste daarvan rond 1970 is gesloopt. Dat stuk muur liep van de Spuibrug tot aan de Pelserstraat.

 

Er bestaan nog wel stukjes stadsmuur, maar die bevinden zich onder de grond of zijn onderdeel van huizen. Zo merkte de bewoner van een pand aan de Kuipershaven bij een verbouwing dat de achtergevel wel heel stevig was. Onderzoek wees uit dat zijn huis tegen de middeleeuwse stadsmuur aan was gebouwd. Gelukkig zijn er nog talloze tekeningen en schilderijen waarop de vroegere Dordtse stadsverdediging te zien is.

In 1271 verleende graaf Floris V Dordrecht het privilege om zich met een gracht te versterken. Geleidelijk aan werden de daardoor opgeworpen aarden wallen vervangen door een muur. Naar schatting was deze 2750 meter lang en voor een deel opgetrokken uit stenen van het grotendeels door de Dordtenaren gesloopte Huis te Merwede en van overblijfselen van gebouwen uit de in 1421 verloren gegane Grote Waard. Vanaf het derde kwart van de veertiende eeuw zijn er archiefbronnen bekend die melding maken van aan burgers opgelegde straffen, waarbij zij als boete stenen voor de stadsmuur moesten leveren. Desnoods werden die uit het eigen huis gesloopt.

Walevest of Wall Street?
In 1410 werd de Nieuwe Haven gegraven. Met het opgebaggerde slik werd een aan de rivierzijde van de stad liggende zandplaat opgehoogd. Aanvankelijk werd het gebied verdedigd met een aarden wal en een palissade, een aaneengesloten rij van in de grond geslagen palen of staken. Hieruit is de straatnaam Wallevest ontstaan, vergelijkbaar met de Wallen in Amsterdam of Wall Street in New York. Vanaf het derde kwart van de zestiende eeuw werden op deze zandplaat huizen gebouwd voor de talloze geloofsvluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden (o.a. uit Wallonië), die zich na 1572 in dit gebied hebben gevestigd, waardoor de straatnaam ook een andere betekenis kreeg,

Aan deze ophoging hebben we ook de naam Hoge Nieuwstraat te danken. Als restant van de stadswal ligt die straat namelijk hoger dan de rest van het gebied. Dit gebied, dat Nieuwe Werck werd genoemd, was de eerste stadsuitbreiding buiten de middeleeuwse stadsmuren. Rond 1550 werd de aarden wal vervangen door een stenen muur met daarin de Blauwpoort, die zijn naam dankt aan de Naamse steen waaruit hij was opgetrokken. Deze steensoort had een blauwe gloed. Curieus is dat de huizen op het huidige Blauwpoortsplein blauwe dakpannen hebben.

Uitbreiding stadsmuur
Tussen 1567 en 1578 volgde een uitbreiding van de stadsmuur langs de Prinsenstraat. Nadat in 1609 de Wolwevershaven was gegraven, ontstond er langs de rivier een strook grond waarop vanaf het midden van de zeventiende eeuw vaak imposante huizen werden gebouwd. De achtergevels aan de rivierzijde vormden zo de stadsmuur. De ramen moesten dan ook van stevige tralies worden voorzien.

Stadspoorten
Van de twaalf stadspoorten die Dordrecht heeft geteld, zijn er nog twee over: de Catharijnepoort aan de Hooikade en aan het drierivierenpunt de Groothoofdspoort, die zijn oorsprong in veertiende en vijftiende eeuw heeft en in 1618 een renaissance-uiterlijk kreeg. Verdwenen zijn onder meer de Annapoort (Hooikade), de Blauwpoort (Blauwpoortsplein), de Sluispoort (Prinsenstraat), de Sint Jorispoort (Sint Jorisbrug), de Spuipoort (Spuiplein) en de Vuilpoort (Bomkade).

In de negentiende eeuw verloren de poorten en de stadsmuren ook hun van staatswege verplichte betekenis als verdedigingswerk. Omdat het verkeer er steeds meer hinder van ondervond, werden ze één voor één gesloopt.