1849 Tijd van burgers en stoommachines

Schouwburg Kunstmin

'Van leden en hunne dame'

Er zijn maar weinig Dordtenaren die Kunstmin nog nooit van binnen hebben gezien. Of het nu gaat om een toneel of muziekvoorstelling, jaarbijeenkomsten, lezingen, een schoolfeest of een film waarbij je alleen maar oog hebt voor je verkering, in cultuurpaleis Kunstmin moet je zijn…

De schouwburg van Jan van Peeren
Stapt u eens binnen bij Pandora, de unieke warwinkel met antiek en curiosa aan de Wijnstraat. En bekijk dan eens het nog grotendeels authentieke interieur van het pand. Want, ofschoon het toneel en de fauteuils al lang geleden zijn verwijderd, is dit de eerste schouwburg van Dordrecht. Het pand, een van de grootste aan de Wijnstraat, werd in 1823 door een bemiddelde Dordtse soezenbakker gekocht en verbouwd tot schouwburg.
Omdat de laatste eigenaar Jan van Peeren geen opvolger had en de concurrentie intussen moordend was, viel het doek van zijn schouwburg in 1872, zowel letterlijk als figuurlijk. Het pand werd een zeevishandel, die er maar liefst honderd jaar in gevestigd zou blijven. Van smakelijke soezen via cultuur naar verse zalm -voor Dordtenaren gaat dat hand in hand.

Vereeniging Kunstmin
De schouwburg van Peeren had een koffiekamer, waar in 1849 de heren Mak van Waay (van het veilinghuis), De Jongh, Van der Veer, Vriesendorp, Van der Koogh en Van der Blijk op gezette tijden bijeen kwamen. Ze richtten de Vereeniging Kunstmin op. Het welluidende doel van de vereniging was:

Het bevorderen van den goeden smaak door het beoefenen der toonkunst, beeldende kunsten en de uiterlijke welsprekendheid en trachten dat te bereiken door het geven van geregelde zomerconcerten, matinées, soirées, toneelvoorstellingen, tableaux vivants, het houden van kunstbeschouwingen en door bijeenkomsten van leden met hunne dame.

Er werd wekelijks een bijeenkomst georganiseerd in een zaal van de Blauwpoort, dat was goedkoper dan bij Van Peeren.

In 1860 kocht de vereniging een buitenplaats aan de Godfried Schalckensingel die als sociëteitsgebouw in gebruik werd genomen. Tot 1900 vonden er tal van bloeiende activiteiten plaats, maar daarna kwam de klad erin en nam het ledental snel af. In 1913 werden de bezittingen verkocht aan de gemeente.

Musis Sacrum en de Schouwburgvereeniging
In 1881 ontstond er onenigheid binnen Vereeniging Kunstmin en splitste een grote groep leden zich af. Zij richtten de Vereeniging Musis Sacrum op, die een gebouw aan de Burgemeester de Raadtsingel betrok. Dat brandde in 1913 af, waarna de activiteiten tegelijk met hun zustervereniging werden gestaakt.
In een verplaatsbaar houten gebouw op het Veemarktterrein begon de in 1872 opgerichte Schouwburgvereening haar activiteiten. Deze vereniging was buitengewoon succesvol en telde in 1886 negenhonderd leden. Ze bracht een kapitaal van 140 duizend gulden bij elkaar, waarmee de bouwkosten van het nu nog in gebruik zijnde gebouw Kunstmin aan de Sint Jorisweg werd gebouwd. In 1889 werd de eerste steen gelegd. In 1913 werd de gemeente eigenaar van het gebouw en zij zette de exploitatie voort.

Sybold van Ravesteyn
De schouwburg werd intensief gebruikt en na dertig jaar moest het worden gerenoveerd. De bekende architect Sybold Van Ravesteyn werd ingeschakeld. Hij ontwierp een volledig nieuw interieur en een nieuwe entree met foyer aan de tuinzijde met de hem zo eigen ronde vormen.
Vanaf 2014 is Kunstmin een stichting en niet langer onderdeel van de gemeente Dordrecht. Naast de schouwburg op de Sint Jorisweg beschikt de stichting over een zaal in het Energiehuis op de Noordendijk.