1795 - 1813 Tijd van pruiken en revoluties

De Franse Tijd

Tijden veranderen, bestuurders blijven

Toen de Fransen in 1795 Nederland bezetten, werden ze welhaast als bevrijders ontvangen in Dordrecht. Toen ze er in 1813 weer uitgeknikkerd werden, voelde dat eerder als een bevrijding.

In 1786 trachten de Dordtse afgevaardigden in de Staten van Holland, burgemeester Ocker Gevaerts en pensionaris Cornelis de Gijselaar - aan wie de Patriotten de geuzennaam Kezen te danken hebben - het Binnenhof in te rijden via het Stadhouderspoortje, traditiegetrouw voorbehouden aan de stadhouder zelve. Schande! En tekenend voor de tijd, waarin het erfelijke en bijna absolute gezag van heersers zwaar onder vuur ligt (hierbij speelt met name het gedachtengoed van de Verlichting een grote rol).

In 1787 grijpt de Pruisische koning Frederik Willem, zwager van de zwakke stadhouder Willem V, hardhandig in en herstelt de macht van het Huis van Oranje. Het aanzien van de stadhouder is echter onherstelbaar aangetast.

In 1795 vallen de Fransen binnen. De Bataafse Republiek is een feit. Dordtenaren feesten rond de vrijheidsboom.

Bezetting
Al snel worden alle privileges afgeschaft, waaronder het stapelrecht en de gilden. De stad verliest haar belangrijke rol in de Statenvergadering. Elk huishouden wordt verplicht een Frans soldaat te huisvesten. Gevolg: in een mum van tijd is het pro-Franse sentiment volledig gekeerd.

Het stadsbestuur wordt als vanouds, maar wel naar de nieuwe mores (geen erfopvolging), bezet door bekende Dordtse families als die van Beelaerts, Repelaer, De Roo, Gevaerts en anderen, die dit al eeuwen deden (en ook na de Franse Tijd zouden blijven doen) en die telkens buigzaam het pad van de dominante ideologie volgen.
Tegelijkertijd krijgen in deze Franse periode begrippen als gelijkgerechtigdheid voor alle burgers, mensenrechten, vrijheid van godsdienst, democratisering, het Burgerlijk Wetboek (en hieruit voortvloeiend: achternamen en huisnummers), en wat dies meer zij, gestalte en worden gemeengoed.

Hoog bezoek
Wanneer in 1811 keizer Napoleon Bonaparte een bezoek aan Dordrecht brengt, treft hij een verarmde stad aan. De afschaffing van het stapelrecht heeft Dordrecht zwaar getroffen met ineenstorting van de handel en werkloosheid tot gevolg. Desondanks worden er duizenden guldens uitgegeven aan de ontvangst van de keizer. Deze doet de stad in de zeer vroege ochtend aan. Het ontvangstcomité ligt nog op een oor als Napoleon zich per sloep door de havens laat varen. Na ontvangst van de alsnog toegesnelde prominenten aan boord van zijn schip vaart hij daarop verder naar Gorinchem.

Bevrijding
Eind november 1813 wordt er tot tweemaal toe strijd om Dordrecht gevoerd. De Fransen waren al uit de stad verdwenen, maar eisen desondanks proviandering van Dordrecht. Op 22 november heroveren ze de stad met geweld, maar nemen al snel weer de kuierlatten omdat het ze toch te heet onder de voeten wordt.
Twee kanonneerboten uit het reeds bevrijde Rotterdam schieten Dordrecht te hulp. Een Dordts kanon, geladen met schroot en een koevoet, zaait dood en verderf onder de Fransen. Als ook nog ene Cornelis Lawende met de moed van wat neutjes de stadsvlag op de Riedijkspoort laat wapperen, menen de Fransen dat de bevrijdingstroepen (Pruisen en Kozakken) gearriveerd zijn en slaan op de vlucht. Een later in een muur van de Grote Kerk gemetselde kogel herinnert nog altijd aan deze strijd.

In Dordrecht blijft de oude bestuurskliek aan de macht en die waait vrolijk mee met de veranderde wind, ditmaal die van Oranje, de latere koning Willem I en de Restauratie. Kortom: oude wijn in nieuwe zakken.