ca. 1150

De Hunenborg

Tussen mythe en werkelijkheid

Tijd van steden en staten

De sage van de Hunenborg in het Voltherbroek is een mooi voorbeeld van de kanteling van een heidense naar een gekerstende gemeenschap. In de Hunenborg verbleven volgens die sage gevluchte heidenen die zich in deze oude Romeinse schans hadden teruggetrokken na een verloren slag tegen de Duitse keizer. Hun hoofdman Arpad (prins der Madscharen) had een oogje laten vallen op dochter Barta van de inmiddels tot het christendom bekeerde boer van het nabij gelegen erf Scholten Linde. De dochter bleek echter een vondeling te zijn die op het erf was opgegroeid en eigenlijk was voorbestemd om met Weender, de zoon van de boer, te huwen. De jaloerse zoon had de durf de hoofdman in de borg te bezoeken om hem te verstaan te geven niet van diens avances voor zijn geliefde gediend te zijn. De hoofdman maakte Weender duidelijk dat Barta hem trouw had beloofd. Maar hij wenste niet met Weender in vijandschap te leven en wilde hem de hand geven, waarop Weender hem echter het spit (de punt van zijn speer) aanbood. Arpad ontstak in woede en achtervolgde Weender, die maar net voldoende tijd kreeg om de niendeur van de boerderij achter zich dicht te gooien. De prins gooide hem nog wel zijn lans na, maar deze bleef in de deurstiepel steken. Bij een latere confrontatie tussen bisschop Balderik van Kleef, de stichter van de Plechelmuskerk in Oldenzaal, en Arpad werd de identiteit van het meisje duidelijk. Zij bleek de dochter van Balderik te zijn en tijdens oorlogshandelingen ontvoerd en te vondeling gelegd. De sage vertelt verder dat het huwelijk tussen de prins en het meisje kerkelijk werd ingezegend door de abt van Corvey, een klooster in het Weserland. Deze gebeurtenis was volgens de sage een voorbeeld voor de stamgenoten van de prins en zij lieten zich daarna ook dopen. In de loop van de tijd zouden ze zijn ze opgenomen in de Twentse bevolking.

Mythevorming

De hier verkort weergegeven sage, die kunstenaar Jacob van Lennep maakte gedurende zijn wandeling met Dirk van Hogendorp door Nederland in 1823, bewijst wel dat de Hunenborg al heel lang geleden tot de verbeelding sprak van de nabij levende bewoners. Nog steeds is echter onbekend welke functie de Hunenborg in het verleden heeft gehad. Van Lennep plaatst het ontstaan in de 10de eeuw. De Oldenzaalse rector J. Weeling schreef er in 1837 aan de hand van geschiedkundige feiten en verhalen van omwonenden ook een beschouwing over. Hij vond de veronderstelling dat hier de Magyaren hun toevlucht zochten, nadat ze de slag bij Sonderhausen in Thuringen (933) tegen de Saksen hadden verloren, zo gek nog niet. Aangestoken door het verhaal van Weeling maakt 1 jaar later J. Helderman uit Oldenzaal het onderscheid tussen de "hoge" en "lage" Hunenborg. Van bewoners uit de buurt vernam hij dat jaren geleden wagens vol met "Bentheimer voetstenen" uit de gracht waren gehaald en afgevoerd. Hij wist nog andere sagen te vertellen die moesten duiden op een langdurig verblijf van de "Hunnen". Historicus dr. P.C. Molhuysen sprak later nog van de aanwezigheid van bak- en puim- of duifsteen. Hij hield het voor mogelijk dat de vesting een deel was van een Romeinse versterking. J.H. Stork meende in 1845 dat de borg deel uitmaakte van een doorlopende landweerwal. Zelfs de Weerselose burgemeester H. Wilmink raakte geïntrigeerd door de raadselachtige burcht, groef er hier en daar in en bracht hem in 1847 in kaart.

Archeologisch onderzoek

Nadat de Hunenborg omstreeks 1910 door de Vereniging Oudheidkamer Twente was aangekocht verrichtte de Leidse archeoloog dr. J.H. Holwerda in 1916 er een uitgebreid onderzoek. Hij meende een verwantschap te zien met de Hunenschans aan het Uddelermeer en de Pepynsburcht bij Osnabrück. De in de borg aangetroffen sporen van zware funderingen zouden duiden op een verdedigings- en woontoren. De aangetroffen Pingsdorfer scherven waren voor hem mede reden de burcht als een Saksische versterking uit de 9de eeuw te dateren.

Lustoord

De Vereniging Oudkamer Twente droeg de Hunenborg in 1968 in erfpacht en beheer over aan de Stichting Overijssels Landschap. Bij het opschonen van de grachten in 1994 werd nogmaals een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Daarbij kwam een houten dammetje te voorschijn. Uit jaarringenonderzoek bleek dat het hout stamde uit het midden van de 12de eeuw. Vooralsnog houden geschiedkundigen het er daarom op dat de burcht in die tijd ontstaan is. Als natuurmonument is de Hunenborg tegenwoordig een lustoord voor flora en fauna.