1957-1979

Burgemeester Mulder

Nieuwleusen, groene woonkern

Tijd van televisie en computers

Op 16 augustus 1957 werd Eduard Hendrik Mulder geïnstalleerd als burgemeester van Nieuwleusen. Hij bleek voor de gemeente de juiste man op de juiste plaats te zijn: een bestuurder die de tijdgeest goed aanvoelde en de mogelijkheden tot modernisering wist te benutten. Bij zijn vertrek op 16 december 1979 liet hij een compleet andere gemeente achter dan hij bij zijn aantreden had aangetroffen. Het dorp groeide in deze jaren als kool. Eind jaren vijftig kwam de eerste nieuwbouwwijk tot stand met voornamelijk burgerwoningen en enkele winkels: de wethoudersbuurt. In 1970 werd een begin gemaakt met de bouw van de Oranjebuurt, waarin zo'n 117 woningwetwoningen en twintig premiewoningen kwamen. In 1969 was in Nieuwleusen de Dedemsvaart gedempt en rond het daarvoor gebruikte zandwinninggat, de Hulsterplas, werd in 1971 een bungalowpark aangelegd. De middenstand voer wel bij de bevolkingsgroei. Tal van nieuwe winkels openden de deuren.

Uitbreiding

De gemeente bevorderde vestiging van buitenaf door zich te profileren als "Nieuwleusen, groene woonkern". Bovendien besloot men voor de gescheiden dorpskernen Nieuwleusen en Den Hulst voortaan één dorpsnaam te gebruiken: "Nieuwleusen", met een onderscheid tussen Nieuwleusen-noord en Nieuwleusen-zuid. Den Hulst is nu alleen nog als straatnaam terug te vinden. Een en ander stuitte op groot verzet van de bevolking in Den Hulst, maar pakte op den duur positief uit. De dorpskernen bleven vooralsnog van elkaar gescheiden, omdat in 1954 in het tussenliggende gebied een hoogspanningsleiding was aangelegd. Daaronder mocht niet worden gebouwd en daarom bracht de gemeente daar de sportvoorzieningen onder.
Op de plek van het gedempte kanaal kwam in 1970 een moderne vierbaans verkeersweg. De strategische ligging van Nieuwleusen lokte steeds meer industriële bedrijvigheid. Aan de Evenboersweg kwam een industrieterrein. Toen dat volgebouwd was, werd er aan de westkant van het dorp een begin gemaakt met industrieterrein De Meele.
Het onderwijs breidde in deze tijd fors uit en kleuterscholen deden hun intrede. Er werden nieuwe scholen gebouwd. In 1959 werd als eerste de openbare Koningin Julianaschool in gebruik genomen, met een jaar later aan de overkant van de straat een kleuterschool. De Christelijke Mulo begon eveneens in 1959 met onderwijs voor het eerste en tweede leerjaar. In 1971 startte Hennie ten Kate-Vasse met een peuterspeelzaal.

Gezonde economische mix

Ook het voorzieningenniveau in de gemeente verbeterde. Er kwamen zowel bij de hervormde als bij de gereformeerde kerk jeugdgebouwen. In 1965 kon dankzij grote inspanning van vrijwilligers het zwembad worden geopend. Een jaar later werd begonnen met de bouw van het bejaardentehuis De Hulstkampen. Aan de Raiffeisenstraat werd een nieuwe Boerenleenbank, later Raiffeisenbank (nog weer later omgedoopt tot Rabobank) gebouwd en er kwam een filiaal aan het Westerveen. De openbare bibliotheek betrok in 1970 een nieuw gebouw aan de Ds. Van Diemenstraat, waarna het oude gebouw aan de Burgemeester Backxlaan in gebruik werd genomen als streekmuziekschool. Het sociaal-cultureel werk kreeg in datzelfde jaar een eigen onderkomen in De Boerderij aan de Burgemeester Backxlaan. In 1979 tenslotte werd bij de sportvelden sporthal De Schakel geopend.
Burgemeester Mulder gaf aan deze groei een belangrijke impuls. Hij zag het belang van goede bereikbaarheid, aantrekkelijk wonen en hoogwaardige voorzieningen. Tijdens zijn ambtsperiode werd daarvoor grotendeels de basis gelegd. Na zijn vertrek bleef Nieuwleusen gestaag groeien. Er kwam steeds meer nieuwbouw en bedrijvigheid. Het oorspronkelijke agrarische karakter van de gemeente veranderde in een gezonde mix van agrarische, industriële en dienstverlenende activiteiten. Na afbraak van de hoogspanningsleiding in 1998 kon Nieuwleusen beginnen met de invulling van een nieuw centrum. Naast het sportpark kwamen daar onder meer een nieuwe Rabobank, een nieuwe openbare school en een gezondheidscentrum.