1859

Wieken in de wind

Molens in en rond Hardenberg

Tijd van burgers en stoommachines

Op 21 mei 1893 schreef de Schager Courant naar aanleiding van een hevig onweer: "Te Hardenberg werd de koren- en oliemolen die op den Brink in de onmiddellijke nabijheid der stad staat, getroffen, gelukkig zonder dat de molen afbrandde. De eigenaar Nijzink en zijn zoon waren nog werkzaam op den molen, doch zijn er gelukkig met de schrik afgekomen".

De Oelemölle: een molen met misverstanden

De nog naamloze molen - pas in 1967 kreeg hij de naam Oelemölle - werd abusievelijk beschreven als "koren- en oliemolen". Het was echter een korenmolen. Ook zijn naam heeft niets met olie te maken: de molen is genoemd naar de plek waar hij is gebouwd, de Ulenbelt of Uilenbelt. Het jaartal 1533 in het riet slaat niet op deze molen, maar op zijn voorganger, de oude stadsmolen, die toen gebouwd werd. Gelet op het jaartal in de bovenas dateert de Oelemölle waarschijnlijk uit 1870. De molen wordt als expositieruimte gebruikt, dus malen doet deze ook al niet meer. Gelukkig kunnen de wieken (met hun vlucht van 24 meter) nog wel hun rondjes draaien.

Stelling- en beltmolens

De gemeente Hardenberg heeft ongeveer 20 molens gekend. Van die molens zijn er nog vijf over. De andere zijn afgebroken of er staat enkel nog maar een romp die - zoals bij de Haarmolen (1831) - dienst doet als winkel, opslagplaats of woning. De overgebleven molens zijn allemaal windkorenmolens. De Oelemölle (1870), de Pionier in Slagharen (1859) en de Star in Balkbrug (1882) behoren alledrie tot de zogenaamde stellingmolens. Dit zijn windmolens die hoog genoeg moeten zijn om binnen de bebouwde kom voldoende wind te kunnen vangen. Op bepaalde hoogte van de molen is een stelling, die rondom de molen loopt. Vanaf hier bedient de molenaar de molen en kan hij de zeilen op de wieken voorleggen. In de onderbouw was aan beide zijden een doorgang gemaakt, waardoor paard en wagen in zijn geheel voor laden en lossen naar binnen konden rijden en er aan de andere kant weer uit konden. De Anermolen (1864) en Windlust in Radewijk (1877) zijn belt- of bergmolens. Een beltmolen is een windmolen die op een opgeworpen heuvel staat, de molenbelt, die de functie van de stelling bij een stellingmolen overneemt.

Oorspronkelijk of niet?

De huidige molens dateren alle uit de 19de eeuw. Vaak zijn het niet meer de oorspronkelijke molens. De Oelemölle was weliswaar aan een ramp ontkomen, maar de voorgangers van de Star (1848) en de Windlust (1861) zijn in 1882 respectievelijk 1877 volledig afgebrand na blikseminslag. Ook de oorspronkelijke Anermolen (uit 1858) is, door onbekende oorzaak, op nieuwjaarsdag 1864 compleet verbrand. Alle molens zijn één of meerdere keren gerestaureerd. De Star moest zelfs verplaatst worden om aan de sloop te ontkomen.

Huidige werkzaamheden

De enige molen die nog op professionele basis werkt, is de Windlust in Radewijk. Hij levert allerlei soorten meel voor de eigen winkel, voor streekproductenwinkels en voor bakkers in de omgeving. Vrijwilligers houden de Star en de Anermolen draaiend. De laatste heeft vooral een educatieve functie, maar er wordt ook mais en tarwe gemalen voor veevoer. De Oelemölle wordt, zoals gezegd, als expositieruimte gebruikt. En de Pionier? Die staat gewoon mooi te zijn op het terrein van Attractiepark Slagharen.