Pleistoceen

Het goud van Kloosterhaar

Zand uit de oertijd

Tijd van jagers en boeren

Met veel geduld en een beetje geluk kan een amateur-geoloog in de gemeente Hardenberg bijzondere (zwerf-)stenen en fossielen vinden. Versteende schelpen, stukjes koraal, afdrukken van zeeleliestengels, sponzen, algen, ammonieten en kleiner spul kunnen nog steeds worden aangetroffen in de grindhopen langs de lijn Sibculo-Balderhaar. Tekenen van leven uit de oertijd, waarvan we de nakomelingen nog tegenkomen in het water van de oceanen of in ons aquarium.

Terug naar een waterig verleden

Witte schelpjes, zelfs met fossiele zeepokken erop, zijn "strandvondsten", aangespoeld tijdens het Plioceen, zo'n drie miljoen jaar geleden. Dat strand lag ter hoogte van de huidige Nederlandse grens. Als Hardenberg toen al bestaan had, had het jaarlijkse beach- volleybaltoernooi daar plaats kunnen vinden. De zee, die het grootste deel van Nederland bedekte, werd geleidelijk aan opgevuld met wit zand, meegenomen door een grote rivier uit het Oosten die de naam Eridanos gekregen heeft. Een poosje later, in het Pleistoceen (een anderhalf miljoen jaar geleden), is de kustlijn verder naar het westen geschoven en is Oost-Nederland land geworden. Vlak land, een soort heel grote zandbak, doorsneden door een wild stromende rivier die vrij spel had om te gaan waar hij wilde. Vanaf zo'n miljoen jaar geleden werden nog meer zandlagen afgezet. Omdat de Eridanos door grote delen van het Baltische gebied en Duitsland stroomde, vinden we in het meegevoerde zand veel keien en fossielen uit deze contreien terug. Onze streek heeft een zekere bekendheid gekregen vanwege de vondst van fossiele sponzen uit het Ordovicium, die wat uiterlijk betreft soms wel wat weg hebben van kleine uitgestulpte koeienvlaaien.

Oertijd schept werkgelegenheid

Wanneer we de N341 volgen vanaf Westerhaar over Sibculo en Kloosterhaar naar Balderhaar, vinden we links en rechts van de weg grote plassen. Twee ervan zijn recreatievijvers, in andere is zwemmen verboden. Al snel blijkt dat dit geen natuurlijk gevormde meertjes zijn. In een aantal ervan ligt nog een soort bootje, met de oever verbonden door een meterslange metalen of rubberen navelstreng. Op de wal vinden we lopende banden, zeefmachines en metershoge zandbergen, die aangeven dat we beland zijn bij één van de zandafgravingen die vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw in dit gebied voor werkgelegenheid hebben gezorgd. Vandaar dat de directeur van de grote kalkzandsteenfabriek aldaar spreekt over "het goud van Kloosterhaar".
Alles draait hier om zand. Nadat de toplaag afgegraven is (deze grond wordt gebruikt voor plantsoenen en groenstroken), leveren de daar onder liggende meters zand op dat geschikt is als vulzand voor bouw- en wegenbouwprojecten. De diepere zandlagen leveren goede kwaliteit beton-, metsel- en voegzand (het regionaal bekende "Sibculo-voegzand"). Ook het meegezogen grind krijgt z'n bestemming. En voor de amateur-geoloog die op zoek is naar fossielen, bieden de grindhopen de beste mogelijkheid om iets in handen te krijgen waarvan de leeftijd die van elke andere bodemvondst overtreft.