Saalien

De mug moet plat

Veenvorming, haren en essen

Tijd van jagers en boeren

Het doorgaans rustige Kloosterhaar, gelegen aan de rand van het natuurgebied Engbertsdijkvenen, wist een aantal jaar geleden de landelijke pers en het journaal te halen. Er werden vragen gesteld in de Kamer, er werd gediscussieerd, een heuse actiegroep opgericht ("De mug moet plat") en er werd vooral … geleden! En dat allemaal vanwege de steekmuggen, die in groten getale de bevolking belaagden. Die enorme muggeninvasie kwam voort uit maatregelen om "rustend" hoogveen in het natuurgebied weer tot leven te brengen en veenvorming te stimuleren. Dat leidde tot verstoring van het natuurlijke evenwicht, met als gevolg een toename van de steekmuggenpopulatie.

Het ontstaan van het Vechtlandschap

Ten tijde van het ontstaan van dit hoogveengebied hoorde je niemand klagen over een muggensteekje: de aarde was immers nog woest en ledig. Tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien, 250.000-130.000 v.Chr.) was een honderden meters dikke laag ijs over het noorden en midden van ons land gebulldozerd. Door de enorme druk en het gewicht van het opschuivende landijs werd de bodem vervormd en ontstonden er de zogenaamde stuwwallen (de latere Wilsumer Bergen en de Lemelerberg bijvoorbeeld). Door de stijging van temperatuur aan het eind van de ijstijdperiodes smolt de ijskap boven het keileemplateau van het huidige Drenthe. Bij het afvoeren van het smeltwater ontstond een breed diep dal ten zuiden van dat plateau: het oerstroomdal van de Vecht. Uiteindelijk zouden daarin twee rivieren blijven stromen: de Vecht en de Reest. In dat nog lege landschap ontstonden stuifduinen zoals we ze nu nog kunnen terugvinden bij Beerze.

De haren en essen van Hardenberg

Op de stuwwallen begon heide te groeien. De in het landschap goed herkenbare zandkoppen werden later haren (= hooggelegen stukken heide) genoemd. Het woord "haar" komen we tegen in een aantal plaatsnamen uit onze streek: Westerhaar, Kloosterhaar, Balderhaar , Bruinehaar en Slagharen. Een andere benaming voor hoger gelegen delen in het landschap is "essen". In het Vechtdal bleken de randen van die essen een gunstige woonomgeving voor de eerste groepen mensen die zich min of meer blijvend gingen vestigen. Ze woonden aan die kant van de es waar het water van de Vecht, met haar vele overstromingen, hen niet kon bereiken (rand-es-bewoning). Ook het woord "es(ch)" vinden we in de naamgeving regelmatig terug: in straatnamen (De Esch, Esweg, Grote Esweg. Anereschweg, de Hoge Esch) en oude namen als Gramsberger Esch, Baalderesch en Aner Es.
Rond de stuwwallen bevonden zich lagere natte gebieden waar na de temperatuurstijging veenvorming plaats vond. Zo begon het hoogveen in de Engbertsdijkvenen zo'n 7000 jaar geleden te groeien. En, wanneer het een beetje meezit, groeit het nu mooi weer verder. En de muggen? Daar moeten we maar mee leren leven, want hoewel er sprake is van overlast voor de bevolking, "de muggenplaag heeft geen nadelige gevolgen voor de volksgezondheid", aldus minister Braks (Landbouw en Visserij) mede namens de staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur in zijn antwoord op Kamervragen in oktober 1987.