742 - 814 Tijd van monniken en ridders

Karel de Grote

Keizer van het Westen

Karel de Grote is een van de grootste heersers van de vroege middeleeuwen. Hij weet door voortdurende oorlogvoering rond 800 een groot deel van West-Europa te onderwerpen, waaronder het huidige Nederland. Het bezit van een enorm rijk levert hem de bijnaam ‘de Grote’ op. Bovendien was hij voor die tijd met 1,84 meter indrukwekkend lang.

Oorlog
Karel wordt in 768 – na de dood van zijn vader en broer – koning van de Franken. Zijn hele regeringsperiode lang trekt Karel ten strijde: tegen de islamitische heersers van het Iberisch Schiereiland (het huidige Spanje en Portugal), tegen de Longobarden in het zuiden (het huidige Italië) en tegen de Denen en de Saksen in Noordwest-Europa. Dit gaat soms gepaard met grof geweld en massale executies. Dankzij zijn vele veldtochten weet Karel zijn rijk steeds verder uit te breiden en uiteindelijk beslaat het Frankische Rijk grote delen van Europa. In het jaar 800 wordt Karel door paus Leo III in Rome gekroond tot keizer van het Westen, een titel die sinds de val van het West-Romeinse Rijk in 476 niet meer door een vorst is gevoerd.

Bestuur
Om zijn enorme rijk te besturen ontwerpt Karel de Grote met zijn adviseurs een slim bestuursstelsel dat is gebaseerd op wederzijdse trouw en hulp. Leden van de Frankische elite nemen bestuurlijke, rechterlijke en oorlogstaken op zich. Zij staan hun vorst letterlijk ‘met raad en daad’ bij en ontvangen daarvoor als vergoeding landgoederen in ruil. Karel verdeelt zijn rijk in graafschappen met een ambtenaar, de graaf, aan het hoofd. Inspecteurs komen regelmatig langs om het bestuur van elke graaf te controleren met een vastgestelde vragenlijst. Zij brengen aan Karel verslag uit. De belangrijkste wetten voor een streek laat hij vastleggen in verordeningen: de capitularia.

Verspreid over het rijk heeft Karel verschillende residenties, de zogenoemde ‘paltsen’. Verondersteld wordt dat hij ook in Nijmegen een palts had, het Valkhof. Karel reist van palts naar palts en regelt ter plekke bestuurlijke en juridische zaken. De belangrijkste mensen uit het hele rijk komen enkele keren per jaar in zo’n palts bij elkaar op zogenoemde rijksdagen, waar ze beslissen over belangrijke zaken op militair en bestuurlijk vlak. Het bezoek aan de paltsen is ook een vorm van belastingheffing in natura: voor het verblijf van Karel en zijn uitgebreide hofhouding worden de voorraden en middelen van de streek aangesproken.

Karel hecht groot belang aan onderwijs, cultuur en wetenschap. Hij laat scholen oprichten waar jongemannen een opleiding krijgen voor de staatsdienst en hij ontvangt geleerden uit vele landen aan zijn hof. Zelf schrijven hoeft hij niet, daarvoor heeft hij ambtenaren, maar lezen kan hij uitstekend. Ook is hij bedreven in wis- en sterrenkunde en spreekt hij verschillende talen. Karel laat een eenheidsmunt invoeren die overal in het rijk geldig is, en een makkelijk lees- en schrijfbare lettersoort, de karolingische minuskel.

Karel legt ook diplomatieke contacten in de islamitische wereld. In 797 reist een Joodse gezant naar de kalief in Bagdad, Haroen ar-Rashid. Vijf jaar later keert hij terug met tal van geschenken voor Karel, waaronder een olifant, Abul-Abbas.

Verhalen
De laatste jaren van zijn leven woont Karel in zijn palts in Aken. Hier sterft hij in 814. Hij wordt bijgezet in de paltskapel, die de basis vormt voor de huidige Dom van Aken. In 1165 wordt Karel heilig verklaard. Hij gaat de geschiedenis in als een van de grootste vorsten ooit. Al tijdens zijn leven worden over hem veel verhalen verteld die na zijn dood verder worden aangedikt.

 

Bijbehorende hoofdlijnen: