± 1075 Tijd van steden en staten

Hebban olla vogala

Nederlandse taal in ontwikkeling

'Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?' is een van de bekendste zinnen uit de Nederlandse taal- en literatuurgeschiedenis. Het betekent: 'Alle vogels zijn al aan het nestelen, behalve ik en jij. Waar wachten we nog op?' Het zijn regels uit een middeleeuws liefdesliedje. Een liedje van verlangen van zo’n duizend jaar oud.

Raadsel
‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu. Wat unbidan we nu?’ Deze dertien woorden zijn beroemd, maar ze zijn met raadsels omgeven. We weten dat ze rond 1075 zijn opgeschreven, maar het is niet zeker wie de schrijver is en welk dialect hij gebruikt.

Het meest waarschijnlijk is dat het om een monnik uit Vlaanderen gaat. Hij woont en werkt dan al geruime tijd in een klooster in Kent, in het zuiden van Engeland. Een groot deel van zijn werkdag vult hij met het kopiëren van Latijnse teksten. Dat gebeurt in het scriptorium: een zaal met schrijftafels en alle materialen die nodig zijn om te kunnen schrijven, zoals perkament, inkt en ganzenveren. Af en toe moet de ganzenveer waarmee de monnik schrijft aangescherpt worden. Voordat hij verderwerkt probeert hij op een apart vel of zijn pen weer goed schrijft. Als je je pen probeert, schrijf je vaak iets wat je toevallig te binnen schiet. Bij de monnik is dat een versje dat hij misschien nog uit zijn jeugd in Vlaanderen kent: ‘Hebban olla vogala…’

Oudnederlands
De Nederlandse taal is dan al eeuwen in ontwikkeling. De oudste bekende woorden en tekstjes uit de Lage Landen dateren al uit de zesde eeuw. Het Nederlands is in die tijd vooral een spreektaal, geen schrijftaal. Geschreven woorden in het Nederlands duiken maar heel soms op. Vaak zijn het losse woorden in een verder Latijnse tekst. Of het is een Oudnederlandse vertaling van een Bijbeltekst, zoals ‘Thie wingardon bluoyent anda thie bluom macot suoten stank’ (‘De wijngaarden bloeien en de bloem verspreidt een zoete geur’).

Het is nog niet zo gemakkelijk om in het oude zinnetje ‘Hebban olla vogala’ Nederlands te herkennen. Misschien is het wel een mengvorm van Oudnederlands, Noordzee-Germaans en Kents. In die tijd liggen Germaanse talen zoals Duits, Fries, Engels en Nederlands dichter bij elkaar dan nu. De Nederlandse taal en literatuur ontwikkelen zich vanaf het begin in een voortdurend contact met de buurvolken.

Invloed
In de afgelopen eeuwen zijn het vooral het Frans en Latijn en in mindere mate het Duits die het Nederlands beïnvloeden. Tegenwoordig komen nieuwe woorden en zegswijzen vaak uit het Engels en de talen van immigranten, zoals het Surinaams, Marokkaans-Arabisch, Turks en Berbers.

 

Bijbehorende hoofdlijn: