1450?-1516 Tijd van steden en staten

Jeroen Bosch

Schilder in een middeleeuwse stad

Met zijn vernieuwende composities breekt schilder Jeroen Bosch met de middeleeuwse beeldtradities. In zijn raadselachtige tekeningen en schilderijen staan de zonde en dwaasheid van de mens vaak centraal. Al tijdens zijn leven is hij een gewaardeerd kunstenaar.

De middeleeuwse stad
Jeroen Bosch woont en werkt zijn hele leven in ’s-Hertogenbosch, ook wel Den Bosch genoemd. Aan de markt heeft hij zijn atelier waar hij met een aantal leerlingen zijn beroemde schilderijen maakt. In de vijftiende eeuw maakt de stad een economische bloeiperiode door, vooral door de productie van en handel in textiel, zoals linnen en lakense stoffen, en metalen voorwerpen. Als ’s-Hertogenbosch in 1185 van de hertog van Brabant stadsrechten krijgt, wordt er rondom de markt een stadsmuur gebouwd. Daar verkopen handelaren allerlei producten. Door de bloeiende handel en nijverheid komen steeds meer ambachtslieden, kooplieden en kunstenaars naar ’s-Hertogenbosch en groeit de stad snel. In de veertiende eeuw wordt een nieuwe stadsmuur gebouwd, ongeveer rond het gebied van de huidige binnenstad.

In het dagelijks leven van de middeleeuwen is het christelijk geloof erg belangrijk. De geestelijkheid speelt een belangrijke rol in het onderdak geven van daklozen, het (over)schrijven van boeken, het onderwijzen van kinderen en het verzorgen van zieken. In het Groot Ziekengasthuis worden vanaf het einde van de dertiende eeuw zieke armen, reizigers en bedevaartgangers verpleegd door gasthuiszusters.

Vanwege de vele kerken, waar veel pelgrims op af komen, wordt Den Bosch ook wel ‘Klein Rome’ genoemd. De bekendste van die kerken is de Sint-Janskathedraal. Jeroen Bosch is een belangrijk lid van de religieuze vereniging de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, die hem opdrachten geeft voor een aantal schilderijen in de Sint-Jan. Daarnaast krijgt hij opdrachten van belangrijke edellieden en vorsten, onder wie Filips de Schone, koning van Castilië (Spanje) en heerser over de Nederlandse gewesten.

Duivelmaker
Hoewel zijn familienaam Van Aken is, ondertekent Jeroen Bosch zijn schilderijen vanaf 1490 met ‘Jheronimus Bosch’. Met zijn kunstwerken wil hij mensen waarschuwen om als goede, gelovige christenen te leven, omdat het anders na hun dood verkeerd met hen kan aflopen. Waar zijn tijdgenoten vaak hemelse taferelen schilderen, laat Bosch juist de hel zien, waar mensen als gevolg van een slecht leven zouden belanden. Zijn werken staan vol met monsters, duivels en vreemde wezens, zoals vliegende vissen en andere fantasiedieren, die heel gedetailleerd zijn uitgebeeld in de meest bizarre decors. Het levert hem de bijnaam ‘den duvelemakere’ op. Een ander terugkerend thema in zijn schilderijen zijn stadsbranden. Waarschijnlijk is Jeroen Bosch in 1463 als kind getuige geweest van een grote stadsbrand. Ruim vierduizend houten huizen in Den Bosch gingen toen in vlammen op.

Werk
Jeroen Bosch heeft niet veel schilderijen nagelaten: er zijn zo’n 25 werken van zijn hand bekend. Deze hangen wereldwijd in grote musea, onder meer in Washington, Wenen, Madrid en Venetië. In Nederland hangt nog maar één origineel werk, De marskramer, in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Het was daarom uniek dat in 2016, zijn vijfhonderdste sterfjaar, bijna al zijn kunstwerken samen te zien waren in de stad waar hij zijn leven lang heeft gewoond en gewerkt. Bijna een half miljoen mensen bezochten deze tentoonstelling in Het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch.

Jeroen Bosch heeft veel latere schilders geïnspireerd. Zijn invloed is zichtbaar in de schilderijen die Pieter Brueghel in de zestiende eeuw maakte over het boerenleven, maar ook in de surrealistische schilderijen van Salvador Dalí uit de twintigste eeuw.

 

Bijbehorende hoofdlijnen: