1930-1940

Werkverschaffing in het Zeister Bos

De crisisjaren

Nederland kreeg na de New Yorkse beurskrach van 1929 te maken met de internationale crisis. Veel landen schermden hun markten af en dat was voor ons land, erg afhankelijk van de handel, direct merkbaar. Overal gingen bedrijven failliet en werden mensen ontslagen. De regering besloot tot grote bezuinigingen, maar hield lang vast aan de zogenaamde gouden standaard, waardoor de wisselkoersen erg in het nadeel van de Nederlandse gulden waren. Daardoor duurde de crisis erg lang en veroorzaakte grote werkloosheid.

In veel plaatsen probeerden de gemeenten de werkloze arbeiders een inkomen te bieden door werkverschaffingsprojecten te organiseren. De gemeente Zeist koos daarvoor het Zeisterbos. Dit bos, ooit onderdeel van een buitenplaats, was in 1913 eigendom geworden van de gemeente Zeist. Het Zeisterbos was toen al lange tijd vermaard als plek voor recreatie. Er waren lange lanen om te wandelen, kunstmatige hoogteverschillen in het zogenaamde Klein Zwitserland, waterpartijen en de wonderboom, een grote vliegden. Ook lagen er in het bos diverse uitspanningen, zoals Het Jagershuys en Oud-Londen.

De werklozen werden in het bos aan het werk gezet. Een groot project was het uitgraven van een druppelvormige vijver bij de Laan zonder Eind. Elders in het bos waren toen al banken gemetseld en kunstmatige rotspartijen aangelegd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verdween veel hout uit het bos, omgehakt door Zeistenaren op zoek naar brandhout en door de Duitse bezetter, die ook de bijl aan de wonderboom sloeg.

Tegenwoordig is het Zeisterbos een natuurgebied, dat voor wandelaars toegankelijk is en beheerd wordt door Het Utrechts Landschap.

Niet alleen in Zeist werden werkverschaffingsprojecten gestart. Dwars door de regio werd in de jaren dertig het Amsterdam-Rijnkanaal gegraven, dat aan velen een inkomen bood. In de gemeente Bunnik werd door de stad Utrecht een ren- en drafbaan, Mereveld, aangelegd. In De Bilt schonk Carel Wessel baron van Boetzelaer, die was opgegroeid op Sandwijk, de overtuin van Sandwijk aan de gemeente om er een park aan te leggen. Het werk aan het park, dat in 1931 begon, bood aan de werkloze inwoners van De Bilt de mogelijkheid om wat geld te verdienen.