19e – 20e eeuw

Fruitteelt

Teloorgang van het platteland

Nog steeds is het Kromme Rijngebied de fruittuin van de provincie. Boomgaarden met kersen, appels, peren en ander fruit liggen in een lang lint tussen Bunnik en Wijk bij Duurstede. In de middeleeuwen was het hier nog een groot moeras. Na de ontginning van de veengronden van het Lange Broek kon op het nieuw gewonnen land akkerbouw worden gepleegd. Het veen echter verdween door inklinking en oxidatie. Toen bleek dat onder de dunne veenlaag verschillende grondsoorten lagen.

Er waren zware kleigronden, die lang vochtig bleven. Die waren geschikt voor grasland en dus voor veeteelt. De hogere gronden, bijvoorbeeld langs de Goyerwetering, konden worden gebruikt voor het verbouwen van boekweit, erwten, bonen en haver. Vooral op de hogere akkers, die bol werden geploegd, bleef akkerbouw mogelijk. Aanvankelijk werd veel graan verbouwd, vanaf de negentiende eeuw nam de kersenteelt een grote vlucht. Nog steeds is het Kromme Rijngebied een landschap van akkers, weiden en veel boomgaarden.

Het gebied was echter lange tijd dunbevolkt. Nu wonen er meer dan 40.000 mensen, maar eeuwenlang lag dat aantal op minder dan 4.000. Veel gronden werden toen extensief gebruikt. Er waren te weinig mensen om al het land uitgebreid te bewerken. De bevolking gebruikte de woeste gronden vooral voor hakhout, waarmee bijvoorbeeld de helft van het oppervlak van Overlangbroek was beplant.

Anders dan het laaggelegen Langbroek bestond de Heuvelrug vooral uit hei- en zandgronden. De schapen die er werden geweid, aten de jonge boompjes op en ook de hei werd afgevreten. Het gevolg van deze overbegrazing was dat het zand vrij spel kreeg en de akkers en dorpen bedreigde. De zandgronden waren ook weinig vruchtbaar. Landbouwhervormers klaagden dat de boeren in Langbroek de kostbare mest in de sloten lieten weglopen, omdat ze niet inzagen dat ze daarmee hun landerijen konden bemesten. Andere gebieden, zoals rond Veenendaal, waren te vochtig of te schraal om bebouwd te worden. Ruilverkaveling, kunstmest en een moderne bedrijfsvoering maakten daar een einde aan.