19e eeuw

Buitenplaatsen op de heuvelrug

Rijk wonen buiten de stad

Tijd van burgers en stoommachines

De provincie Utrecht is rijk aan kastelen en buitenplaatsen. Buitenplaatsen zijn grote huizen met riante tuinen die ooit door rijkelui buiten de stad zijn gebouwd. Hier konden deze stadsmensen in de zomermaanden genieten van de rust, ruimte en natuur die ze in de stad niet vonden. Beroemd zijn de huizen langs de Vecht uit de 17e en 18e eeuw , maar vanaf de 19e eeuw was de Utrechtse Heuvelrug dé plek waar welgestelden een tweede huis bouwden.

Vecht versus Heuvelrug
De omgeving tussen Amsterdam en Utrecht, waar ten tijde van de Gouden Eeuw de buitenplaatsen als paddenstoelen uit de grond schoten, was vol gebouwd en de grond was er duur geworden. Vanaf de 19e eeuw werd de Utrechtse Heuvelrug daardoor een populaire plek voor het bouwen van een buitenplaats. De woeste heide- en zandvelden van de Utrechtse Heuvelrug - er was toen nog geen bos op de Heuvelrug! - was goedkoop en er was ruimte zat. In dorpen als De Bilt, Zeist, Driebergen-Rijsenburg, Doorn, Leersum, Amerongen, Elst en Rhenen werden in de loop van de 19e eeuw spectaculaire buitenhuizen gebouwd met grote tuinen en parken rondom.

Bereikbaar door weg, trein en tram
De Heuvelrug werd na 1800 steeds beter bereikbaar. Eerst werd het oude karrenspoor tussen Utrecht en Rhenen (tegenwoordig de Rijksstraatweg, N225) verhard. Voor 1808 was dit slechts een hobbelig zandpad, waarop de reizigers in hun koetsen heen en weer werden geschud. Maar het kwam vooral door de aanleg van een nieuwe spoorlijn tussen Amsterdam, Utrecht en Arnhem in 1843 én de komst van de tram dat de Heuvelrug echt goed toegankelijk werd. Voeren de rijkelui in de 17e eeuw nog met de trekschuit over de Vecht naar hun buitenplaats, nu pakte het hele gezin gewoon de trein! Er waren stations in onder andere Bilthoven, Driebergen-Zeist en Maarn. Van daaruit werd met de tram en koets verder gereden.

De Stichtse Lustwarande
Het gros van de buitenplaatsen op de Heuvelrug is gebouwd langs die oude weg tussen Utrecht en Arnhem. Dit lint van buitenplaatsen kreeg al snel de naam Stichtse Lustwarande. Stichts betekent Utrechts, een warande is een wandelpark en lust spreekt voor zich! In nog geen 100 jaar tijd werden hier honderden buitenplaatsen gebouwd: een ware explosie! Alleen een dorp als Zeist telde maar liefst 67 buitenplaatsen en landgoederen. De huizen kregen namen als: Sparrendaal, Vollenhoven, Beerschoten, Sandwijck en Zonheuvel. Meer dan éénderde van deze buitenplaatsen bestaat nog steeds.

Van woeste grond naar bos
Door de aanleg van tuinen en parken veranderden de bewoners van de buitenplaatsen het karakter van de Heuvelrug. Vóór 1800 bestond de Heuvelrug voornamelijk uit zandgrond met heide, waar schapen liepen. De nieuwe bewoners plantten complete bossen op hun terrein, om in te wandelen en jagen. Maar bewoners wilden ook graag wat verdienen aan hun buitenplaats: de bossen werden ook geplant voor de productie van verkoophout. Hieraan heeft de Heuvelrug dus zijn bosrijke uiterlijk te danken!

Romantiek
Ook de tuinen van de buitenplaatsen zijn heel kenmerkend voor de Heuvelrug. Aan het einde van de 18e eeuw deed een nieuwe kunststroming, de romantiek, haar intrede. Hierdoor veranderden de ideeën over hoe een tuin eruit moest zien. De tuinen langs de Vecht waren nog in de zogenaamde Franse stijl aangelegd: strak, rechte lijnen, symmetrisch en met keurig geknipte buxushagen. Maar vanaf 1800 waren de Engelse landschapstuinen in de mode en de glooiende heuvels van de Utrechtse heuvelrug waren heel geschikt voor de aanleg hiervan. Deze tuinen waren afwisselend in plaats van strak en geordend, waardoor je al dromend tijdens een wandeling telkens opnieuw verrast werd. De tuinen kenden heuvels en dalen, open grasvelden en dichtbegroeide bosjes, lange rechte lanen en kronkelige paadjes, verrassende doorkijkjes, grappige gebouwtjes, meertjes, fonteinen en watervallen.

Vandaag de dag
In de loop van de 20e eeuw werden buitenplaatsen te duur als zomerhuis. Vele zijn afgebroken, maar gelukkig is ook een belangrijk deel als woonhuis of kantoorruimte in gebruik genomen. Zo is buitenhuis Jagtlust nu het gemeentehuis van De Bilt.