41 Weverij De Ploeg

Van verguisd naar gewaardeerd

Lange tijd is het voor inwoners van de Kempen not done om bij Philips in Eindhoven te gaan werken. De gloeilampenfabriek bevindt zich in de verderfelijke stad, en erger nog: de bedrijfsleiding is protestants. Toch is dit slechts een milde afwijzing in vergelijking met die rond Weverij De Ploeg in Bergeijk. Daar moet je helemaal niet zijn, daar huizen de bolsjewieken. Deze goddeloze revolutionairen deugen van geen kanten.

 

Pas later komt de waardering. De Ploeg brengt werkgelegenheid en gemeenschapszin, maar ook: veel ‘artistiek erfgoed’. Met dank aan kopstukken als Gerrit Rietveld, Mien Ruys en Martin Visser. En aan museuminrichter Bruns die het fabrieksgebouw van weverij De Ploeg in de 21ste eeuw een nieuwe bestemming geeft.

Willem van Malsen – samen met Carl Hijner rond 1920 initiatiefnemer van werkgemeenschap De Ploeg, voorloper van de weverij – ondervindt de afwijzing door de Bergeijkse bevolking aan den lijve. Een fraai bedrijfslogo kan niet voorkomen dat er slechts misprijzen is voor De Ploeg en de mensen die er werken. Soms treft vegetariër Van Malsen in zijn tuin vlees aan dat over de heg is gegooid. En op een avond vernielt een menigte gewapend met rieken, stokken en stenen alle ruiten van het Ploeg-gebouw. Zo reken je af met een bolsjewiek die bovendien samenleeft met een vrouw met wie hij niet getrouwd is. Van Malsen houdt het voor gezien, hij vertrekt naar Antwerpen. Carl Hijner blijft over en begint, als onderdeel van de coöperatie, een weverij die spoedig plaatsmaakt voor een textielhandel.

Piet Blijenburg

Hijner haalt Piet Blijenburg over om naar Bergeijk te komen, met als belofte dat zijn grootste beloning zal zijn ‘medearbeiders uit het kapitalistische systeem vrij te maken’. De voormalige vertegenwoordiger in textiel slaagt erin De Ploeg winstgevend te maken. Eerst met de verkoop van huishoudtextiel (handdoeken), dan met de handel in woningtextiel (meubelstoffen, gordijnen). Vanaf 1928 laat De Ploeg de woningtextiel (elders) weven op basis van eigen ontwerpen. Ontwerpers als Gerrit Adriaans, Jo Köhler en Frits Wichard presenteren eigentijdse dessins, veelal geïnspireerd op moderne kunststromingen als De Stijl, Bauhaus en Het Nieuwe Bouwen. Eenvoud en primaire kleuren staan voorop. Dit zet De Ploeg in de jaren dertig in de lift. Niet bij de arbeidersklasse waar het bedrijf zich graag op richt, maar bij de bovenlaag van de bevolking die oog heeft voor vernieuwingen in de woninginrichting.

Eigen meubelmerk

In de Tweede Wereldoorlog stagneert de handel. Om de zaak draaiend te houden start De Ploeg een eigen meubelmerk, Het Spectrum. Het dochterbedrijf wordt een succes, zeker als in 1954 meubelontwerper Martin Visser wordt aangetrokken. In de voormalige sigarenfabriek van De Hofnar wordt begonnen met een weverij van meubelstoffen. Bestellingen komen van grote meubelmerken. Ook gordijnen doen het goed: bewoners van (de vele) sociale woningen krijgen oog voor strakke, ruimtelijke vormgeving.

Met deze groei vinden steeds meer inwoners van Bergeijk werk bij De Ploeg. Afwijzing verschuift naar waardering. Plaatselijke werknemers gaan deel uitmaken van de Ploegfamilie en nemen deel aan allerlei sociale activiteiten.

De ingebruikname van een nieuwe fabriek in 1958 betekent een nieuwe boost. Het is een bijzondere fabriek, ontworpen door de bekende architect Gerrit Rietveld en geplaatst in een parkachtig landschap van de hand van Mien Ruys. De combi Ploeg-Spectrum doet het economische goed en schept bovendien ruimte voor artistieke ontwikkelingen. De ‘gouden jaren’ houden aan tot midden jaren zeventig. Dan gaat veel industriële textiel naar lageloonlanden. In 2007 stopt het laatste weefgetouw in Bergeijk.

Het lot van de fabriek, inmiddels rijksmonument, blijft lang onduidelijk. Tot het plaatselijke bedrijf Bruns (‘museuminrichter’) het gebouw in 2015 aankoopt en een verantwoorde restauratie doorvoert. Ook voor het herstel van het Mien Ruyspark wordt een constructie gevonden. Zo blijven een monumentaal fabriekspand en een monumentale tuin behouden. Evenals diverse andere Rietveld-ontwerpen die in de loop der jaren een plek hebben gekregen nabij de weverij, zoals de klok, de bushalte en enkele woonhuizen. Belangrijk Bergeijks erfgoed. 

Voor de uitwerking van dit Canon-Venster is dankbaar gebruikgemaakt van teksten aangeleverd door Edwin van Onna, publicist uit Luyksgestel