16 Groepen aan de zijlijn

Joden, Roma en Sinti

In Reusel weten ze er wel raad mee, in 1904. Met rieken, schoppen en stokken blokkeren mannen uit de plaatselijke bevolking de doorgang naar de Straat. Zo kunnen ze voorkomen dat de groep zigeuners die de toegang naar België is belet, terugkeert naar de plek in het dorp waar ze eerder hun bivak hadden. De zigeuners worden gedwongen door te reizen richting Eindhoven. Ze spreken hun ‘dank’ uit met een reeks scheldwoorden, zoals ‘Fleddiger Holländer’. Aldus de Peel- en Kempenbode.

Vreemd volk over de vloer. Het is van alle tijden, en van een warm welkom is zelden sprake. Ook de Kempen krijgt ermee te maken. Het betreft vooral zigeuners en Joden. Soms zijn ze op doortocht, soms proberen ze zich hier te vestigen. Hoe het ook zij, van integratie is geen sprake.

Egyptenaren in de Kempen

Vanaf de vijftiende eeuw komen zigeuners ons land binnen – nomadische groepen die we vandaag de dag aanduiden als Roma en Sinti. Ze komen al voor op het schilderij De Hooiwagen van Jeroen Bosch. Ook in de Kempen strijken ze neer, meestal tijdelijk. De naam van de Bladelse buurtschap Egypte zou eraan herinneren, omdat naar verluidt zigeuners aanvankelijk heidenen of Egyptenaren worden genoemd. Door beperkende overheidsmaatregelen in Frankrijk en Duitsland komen ze in groten getale richting Brabant.

Niet alleen zigeuners, ook Joden vinden hier hun toevlucht om aan vervolging te ontsnappen. Voor hen is er evenmin een vleiende naam: smouzen. In de achttiende eeuw komen ze met tienduizenden, vooral vanuit Oost-Europa. De meesten zijn textielhandelaar, kleermaker of vleeshouwer (slager). Een tijdlang gaat het goed, maar dan nemen ook gemeenten in deze regio maatregelen om de (vermeende) overlast terug te dringen. Zo moeten Joden in Eindhoven een enorme borgsom betalen om zich daar te mogen vestigen. Velen van hen wijken daarom uit naar de omliggende dorpen.

Jonas Samuel Levi

Ook daar gaat het niet van een leien dakje. Dat ervaart Jonas Samuel Levi. Deze Jood die rond 1740 in het Duitse Hessen-Darmstadt is geboren, belandt met zijn gezin eerst in Veghel en daarna in Eersel. Als hij zich opnieuw in Veghel wil vestigen, krijgt hij daar te horen dat ‘hij met sijnen huijsgesin door de Vorster desnoods met de sterke hand uijtgeset zal worden.’ Dus terug naar Eersel, in 1780. Hij koopt er een huis aan de Markt en ook, samen met zijn broers, twee stukken land. In 1792 komt Levi’s vrouw te overlijden. Ze wordt begraven op een stuk land aan de Haagdoorn. Het is het begin van de Joodse begraafplaats in Eersel. Vijf jaar later verhuist Levi naar Lommel, dan nog Nederlands gebied (Venster 20). Weer wat later zeggen hij en zijn familie de Kempen vaarwel. Elders weten zijn nakomelingen nog een interessante familiegeschiedenis ‘neer te zetten’.

Weerstand

Dat Joden en zigeuners bij de oorspronkelijke bevolking steeds tegen grote weerstanden aanlopen, is onmiskenbaar. En dat dit – ofschoon de landelijke overheid al in 1796 aan Joden het Nederlands burgerrecht toekent – op het lokale niveau nog lang tot ernstig discriminerende overheidsmaatregelen leidt, is eveneens waar. Om nog maar te zwijgen over de afschuwelijke uitwassen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toch weten we intussen dat onder de bendes die in de achttiende eeuw plunderend door de Kempen trekken, zich relatief veel zigeuners en Joden bevinden. Heel verklaarbaar: het betreft bevolkingsgroepen die veelal in complete armoede leven. En voor wie er weinig anders op zit dan zich op het dievenpad te begeven. Het heeft hun beeld geen goed gedaan. Waarbij moet worden gezegd dat ook berooiden uit de eigen streek regelmatig kiezen voor de criminaliteit, zoals De Zwartmakers.