Maarssen opgeheven

Het ontstaan van de gemeente Stichtse Vecht

Het lokale bestuur in Nederland heeft vanaf 1900 een aanzienlijke schaalvergroting ondergaan. In 1900 had Nederland 1121 gemeenten; in 2020 waren het er 355.
Ook in onze regio speelde dit proces zich af. In 1949 werden Maarssen en Maarsseveen samengevoegd; in 1954 werd Oud-Zuilen bij Maarssen gevoegd en drie jaar later kwam Tienhoven erbij. Ook bij de andere zuidelijke Vechtgemeenten vond onderlinge fusering plaats. Het bracht echter niet de noodzakelijk geachte versterking van de bestuurskracht. Het provinciaal bestuur van Utrecht bleef zoeken naar mogelijkheden voor vorming van grotere gemeenten, mede in verband met de decentralisatie van rijkstaken naar het gemeentelijk niveau.

De BAL-problematiek

In 2007 doet de provincie het voorstel om Abcoude, Breukelen, De Ronde Venen en Loenen samen te voegen tot één nieuwe gemeente met de naam Vecht en Venen. Zij vindt al langere tijd dat Breukelen, Abcoude en Loenen (BAL-gemeenten) een geringe bestuurskracht hebben. De betrokken gemeenten verzetten zich en dat leidt uiteindelijk tot een zoektocht naar een nieuw voorstel waarbij ook de gemeente Maarssen wordt betrokken. Dat is verrassend, omdat Maarssen tot dan toe niet betrokken was bij de herindelingsplannen. In principe wenste Maarssen ‘ongedeeld en zelfstandig’ te blijven omdat men meende voldoende inwoners en bestuurskracht te hebben. Tijdens het herindelingsproces blijkt echter dat er knelpunten zijn in de bestuurskracht en in de financiële positie van Maarssen. De basale organisatie is niet op orde, de ambtelijke organisatie is uitgehold, de raad en het college functioneren niet naar behoren en de onderlinge relaties zijn niet goed.

Eigen belang

Maarssen blijkt niet de enige gemeente die (in eerste instantie) de fusieboot afhoudt, want de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken klaagt dat de gemeenten alleen maar oog hebben voor het eigen belang en niet voor het belang van de streek. De druk op de gemeenten wordt verhoogd: iedere gemeente moet naast de eerste voorkeur ook een tweede voorkeur formuleren die eveneens beschouwd zal worden als een wenselijke oplossing voor de bestaande bestuursproblematiek. In oktober 2009 moeten de gemeenteraden zich uitspreken over de geformuleerde voorkeuren.

Positief

Dan blijkt dat Maarssen positief staat tegenover een fusie met Loenen en Breukelen, evenals Breukelen zelf. Bij Loenen gaat de eerste voorkeur uit naar een fusie met uitsluitend Breukelen, maar in de tweede voorkeur wordt Maarssen er wel bij betrokken. De wens om de identiteit als Vechtstreekgemeente te behouden heeft bij vele partijen een belangrijke rol gespeeld bij de herziening van hun positie. De mogelijkheid om bij herindeling alleen te komen staan met de gemeente Utrecht speelde eveneens een rol. Ook vele maatschappelijke organisaties in de Vechtstreek waren van mening dat de waarden en karakteristieken van de Vechtstreek het best geborgd waren met één grote, vitale en levensvatbare Vechtgemeente.

De nieuwe gemeente Stichtse Vecht

De staatssecretaris stelt vervolgens voor om Breukelen, Loenen en Maarssen samen te voegen tot één Vechtgemeente en Abcoude en De Ronde Venen tot één Venengemeente. Bij de samenvoeging van de drie gemeenten ontstaat een gemeente, Stichtse Vecht genaamd, met circa 63.000 inwoners en bestaande uit twaalf kernen. De toetsing van deze Vechtgemeente aan de criteria voor herindeling laat zien dat er bij de start kwetsbaarheden bestaan: bestuurskracht, interne samenhang en financiële positie vragen extra aandacht. Daaraan is toe te voegen dat de voor verbetering vatbare bestuurscultuur van Maarssen, de grootste partner, de nieuwe gemeente parten kan spelen.