ca. 3000 v. Chr.

Een stenen strijdbijl

De prehistorie

Tijd van jagers en boeren

Uit het verre verleden van Rijssen is heel wat verdwenen. Door onwetendheid hoe met bodemvondsten om te gaan, is er bij opgravingen veel verloren gegaan of niet juist geïnterpreteerd en bewaard. Maar door de aanwezigheid van leem in de grond zijn er toch nog wel gebruiksvoorwerpen van de vroege bewoners van Rijssen bewaard gebleven. Uit vondsten in urnengrafheuvels en van Romeinse munten blijkt dat er lang voor onze jaartelling nederzettingen zijn geweest. Er zijn ook prehistori-sche vondsten gedaan, die men in het Rijssens Museum kan bezichtigen.

Veilige verblijfplaats

Geografisch gezien zijn de archeologische vondsten in de omgeving van Rijssen goed verklaarbaar. De noordzijde van de Rijsserberg was in de prehistorie aan drie zijden door moerassen omgeven. Deze situatie droeg zorg voor een natuurlijke beveiliging van het woongebied. Ook kon men hier vrij gemakkelijk de Regge oversteken. Hier was een zogenaamde voorde, een benaming die nog terugkeert in Het Veer en de Veerenlandweg.

Stenen voorwerpen

De toenmalige bewoners van Twente waren jagers/verzamelaars die leefden van de jacht op bijvoorbeeld rendieren, visvangst en van eetbare planten, bessen en zaden, die in deze omgeving te vinden waren. Hun werktuigen bestonden uit (vuur)stenen bijlen, speer- en pijlpunten; aanvankelijk nog nauwelijks bewerkt. Men kan in het keldergewelf van de havezate De Oosterhof onder meer een sikkelmes, een sikkel, een speerpunt en schrabbers, maar ook stenen bijlen en zelfs een strijdbijl bewonderen. In de Late Steentijd (het Neolithicum) werden akkerbouw en veeteelt steeds belangrijker en kwam er een eind aan het zwervend bestaan. In die periode raakte ook het vervaardigen van aardewerk in zwang.

Brons en ijzer

Omstreeks 2.000 v. Chr. leerde men het brons kennen en ermee omgaan, getuige de bronzen kokerbijl, die men ook in havezate De Oosterhof kan bezichtigen. In het eerste millennium v.Chr. maakte het brons plaats voor ijzer. Uit de Midden-IJzertijd (circa 400 v. Chr.) stammen twee urnen, die in het bovengenoemde keldergewelf zijn tentoongesteld.

Romeinse invloedssfeer

Lang voor het begin van onze jaartelling woonden in deze omgeving de "oer-Twenten", de Tubanten en hun verre voorvaderen. Hun aanwezigheid wordt verraden door de vondsten uit urnengraf-heuvels. De Romeinen noemden de inwoners van deze streek "cives Tuihanti" (burgers van Twente). Twente lag niet binnen de grenzen het Romeinse rijk. De regio lag wel binnen de Romeinse invloedssfeer. Romeinse legereenheden schijnen zo nu en dan door Twente te zijn getrokken. In deze periode is er in Rijssen vermoedelijk al een nederzetting, getuige de vondsten in de 19de eeuw in de Es aan de zuidrand van Rijssen. Daarbij komen naast urnen, spiesen, stenen bijlen, munten en armbanden, zelfs volledige geraamtes tevoorschijn. De munten stammen uit de tijd van de keizers Vespasianus (69-79 na Chr.), Commodus en Jovianus.