1188

De Schildkerk

Rijssens moederkerk

Tijd van steden en staten

De Grote of Schildkerk was eeuwenlang de enige kerk voor alle Rijssenaren. Het huidige gebouw dateert uit de 12de eeuw. Daarvóór beschikten de inwoners waarschijnlijk over een houten gebedshuis. Naast een religieuze functie diende het gebouw wellicht ook als verdedigingsbolwerk en vlucht-plaats in tijden van oorlog.

Lebuinus

In de 8ste eeuw trokken de eerste missionarissen in opdracht van de bisschop van Utrecht over de IJssel om in het land van de Saksen de christelijke boodschap te brengen. De Engelse monnik Lebuïnus (gestorven in 773) stichtte allereerst een kerkje in Deventer. Later bouwde hij ook een kerk halverwege Deventer en Oldenzaal. Mogelijk stond dit kerkje in het huidige Rijssen. Zekerheid daarover bestaat er niet. De strategische ligging en de wijding van de latere stenen Schildkerk aan St. Dionysius vormen wel aanwijzingen in die richting. Dioysius was namelijk een Ierse monnik uit de school van Lebuinus. De bekering van de Saksen ging niet bepaald van een leien dakje. Pas na langdurige strijd wist de Frankische vorst Karel de Grote het Saksenland te onderwerpen. De bewoners werden gedwongen zich te bekeren tot het christendom.

Romaans-gothische kerk

In een goederenlijst van de graaf van Dalen uit 1188 wordt voor het eerst melding wordt gemaakt van de "parochia te Risnen". Uit het bestaan van deze parochie valt af te leiden dat Rijssen indertijd over een kerk beschikte, die de zielzorg voor de bewoners in deze regio verzorgde. Deze kerk was gebouwd in Romaanse stijl. Het noordelijke tufstenen gedeelte van de Schildkerk dateert nog uit deze periode, evenals het zandstenen doopvont. In de 15de eeuw werd de kerk in gothisch stijl verbouwd. Het eenbeukige romaanse schip werd hierbij opgehoogd en voorzien van spitsboogvensters. Ook voegde men een tufstenen koor in laatgotische stijl toe, later gevolgd door de huidige middenbeuk.

Herenbanken

In 1570 was er sprake van een bisschoppelijke herindeling. Vanuit Deventer reisde de bisschop Aegidius de Monte door zijn rayon. Hij noteerde wie er in de Schildkerk de dienst uitmaakten. Daaruit blijkt dat Enter, Holten en de naburige gehuchten alle onder de moederkerk in Rijssen vielen. Niet veel later kwam de Schildkerk tijdens de reformatie in protestantse handen. Altaren en heiligenbeelden verdwenen al dan niet met geweld uit het gebouw. De adel verwierf in deze periode veel invloed op de gang van zaken binnen de kerk, wat zich onder meer uitte in de benoeming van de predikanten. De herenbanken van havezaten Oosterhof en Grimberg herinneren nog aan deze invloedrijke positie van de adel.

Klokkentoren

In 1826 stortte de romaanse kerktoren in. Men besloot deze niet weer op te bouwen. De westgevel kreeg toen zijn huidige neoclassistische uiterlijk met een klokkentoren boven de ingang. In 1924-1925 onderging het gebouw een forse uitbreiding met een extra beuk aan de zuidzijde en een consistoriekamer aan de noordkant. Ook het interieur werd gemoderniseerd met nieuwe kerkenraadsbanken, een doophek, ijzeren lichtkronen en gebrandschilderde ramen. Zo draagt het kerkgebouw sporen van ruim 8 eeuwen christelijke erediensten. De kerkelijke gemeenschap van Rijssen mag verdeeld zijn geraakte tot op het bot, de Schildkerk maakt in ieder geval fysiek haar naam als moederkerk waar.