1809-1854

Een halve eeuw spitwerk

De Dedemsvaart

Tijd van burgers en stoommachines

Met schop en kruiwagen gingen iedere dag tussen de 500 en 600 mannen aan de slag, tegen een beloning van gemiddeld één gulden per dag. Zo werd, van 1809 tot 1854, een kanaal gegraven tussen Hasselt en Gramsbergen: de Dedemsvaart.

Veenmoerassen

Meer dan 200 jaar geleden waren de veengronden in het noorden van Overijssel een geïsoleerd gebied. De familie Van Marle had hier veel bezittingen. Deze familie heeft diverse keren, zonder succes, geprobeerd van het landsbestuur toestemming te krijgen voor het graven van een kanaal van Hasselt naar de Duitse grensstreek om zo de uitgestrekte veenmoerassen en vochtige heidevelden tot ontwikkeling te kunnen brengen. Wat Van Marle niet was gelukt, lukte diens schoonzoon Willem Jan baron van Dedem wel: hij kreeg in 1809 toestemming van koning Lodewijk Napoleon voor het graven van een kanaal. Dat moest de uitgestrekte veengebieden ontwateren, waardoor deze, inspelend op de groeiende behoefte aan turf in met name de grote steden, hun 'bruine goud' konden prijsgeven. De tweede functie van het kanaal was die van transportroute voor turf en later ook voor landbouwproducten en kalk.

Aanleg van de Dedemsvaart

Nog in hetzelfde jaar ging de eerste schop de grond in. In 1811 was men met het uitgraven gekomen tot de Avereestervenen (even ten oosten van Balkbrug). Telkens werden zijkanalen (wijken) het veen in gegraven voor de afvoer van het overtollige water en de turf. Als een blok veen van 100 bij 100 meter was afgegraven, herhaalde de geschiedenis zich. Rond 1814 was men gekomen tot waar nu het dorp Dedemsvaart ligt. Het bereiken van Ane bij de Vecht verliep niet zonder slag of stoot, maar ondanks financiële en juridische moeilijkheden en tegenwerking van de boeren uit de streek rond Gramsbergen/Ane kwam het kanaal er uiteindelijk toch.

Sluizen, bruggen en een balk

Na het uitgraven moest er een beschoeiing worden aangebracht en moesten er bruggen worden aangelegd. Doordat de bodem van Nederland van west naar oost oploopt, was er een verval van bijna negen meter. In het ongeveer 40 km lange kanaal werden daarom acht sluizen gebouwd. Sluis 8 lag bij Ane. Het gevaar bestond dat te zwaar geladen schepen op de bodem van het kanaal zouden vastlopen en veel schade zouden veroorzaken. In 1845 werd een balk onder brug 7 op de bodem van het kanaal gelegd. Als een schip te zwaar was beladen, liep het vast op deze balk. De schipper moest dan eerst een deel van de lading lossen alvorens hij verder mocht varen. Duidelijk is hoe de naam Balkbrug is ontstaan.
Pas in 1854 was het kanaal volgens plan voltooid. Willem Jan Van Dedem heeft de voltooiing ervan niet meer meegemaakt: hij overleed op 21 november 1851 op landgoed De Rollecate aan zijn kanaal bij Nieuwleusen.

Van kanaal naar weg

In de tweede helft van de 19de eeuw was de Dedemsvaart een druk bevaren kanaal. In 1850 en 1900 passeerden respectievelijk 15.280 en 10.438 schepen sluis 1 bij Hasselt. Hoewel het aantal scheepsbewegingen in die periode terugliep, nam de hoeveelheid vervoerde lading sterk toe. De schepen werden groter en de aandrijving door paarden en mensen werd in toenemende mate vervangen door motoren. In de loop van de 20ste eeuw kwam de kentering en ging het met de vervoersfunctie van de Dedemsvaart langzamerhand bergafwaarts. De opkomst van het wegvervoer en de toegenomen omvang van de schepen leidden er uiteindelijk toe dat in 1966 werd begonnen met de demping van het kanaal. Waar eens de turfschipper over het water voer, rijden nu auto's met dagjesmensen over de N377 naar Attractiepark Slagharen.