100000 v. Chr.

Op zand en veen

Beeldbepalend landschap

Tijd van jagers en boeren

Onmiddellijk ten oosten van de Sallandse heuvelrug in Overijssel ligt een veel bescheidener rugje van verhogingen in het landschap, dat bij de Vecht onder Junne in Ommen begint en doorloopt over de Mageleres via Daarle naar Hoge Hexel. Deze dekzandruggen zijn ongeveer 100.000 geleden ontstaan tijdens de laatste ijstijd. Hier en in het gebied oostelijk daarvan moet men de voormalige gemeente Den Ham zoeken. Deze gemeente bestond uit de kernen: Den Ham, Vroomshoop en Geerdijk. Op 1 maart 1811 werd Den Ham een zelfstandige gemeente, maar op 1 januari 2001 kwam aan deze zelfstandigheid een einde door een fusie met de gemeente Vriezenveen. Sinds 1 juli 2002 heet deze nieuwe combinatie gemeente Twenterand.

Den Ham

Den Ham is strategisch gelegen aan de handelsroute van Zwolle naar Twente. Op deze locatie ontstond rond de 13de eeuw een nederzetting met een eigen kerkje. Het middelpunt van het dorp Den Ham wordt ook nu nog steeds gevormd door de driehoekige Brink. De vorm is wellicht te verklaren uit zijn functie als gemakkelijk af te sluiten verzamelplaats voor vee. Op de zandgronden rondom Den Ham woonden veelal boeren. Om hun landbouwgebied te beschermen richtten deze boeren waarschijnlijk al in de 13de eeuw de marke van "den Ham en Linde" op. Naast het kerkdorp waren er in de marke drie buurschappen: Linde, Magele en Noordmeer. De buurschap Meer viel kerkelijk onder Den Ham, maar behoorde indertijd tot de naburige Dammarke. Na de opkomst van Vroomshoop in de 19de eeuw werd de economische centrumfunctie van Den Ham hoe langer, hoe meer overgenomen door dit veel jongere dorp. Op 1 januari 2010 telde het dorp Den Ham 5.906 inwoners.

Vroomshoop en Geerdijk
Op zoek naar goedkope brandstof gaf de Twentse textielindustrie rond 1850 het startsein voor de ontginning van hoogveengebieden tussen Almelo en Coevorden. Voor de afwatering en het vervoer van de turf legde men allereerst een stelsel van kanalen en wijken aan. Het Overijssels Kanaal uit 1858 werd daarvan de belangrijkste ader. De verveners en veenarbeiders kwamen uit de omringende gemeenten, maar ook uit het noorden van ons land, waar de veenontginningen een aflopende zaak waren. Er ontstonden twee bewoningskernen: Vroomshoop en het kleinere Geerdijk. De bevolking groeide snel. In 1880 woonden er al 1.800 mensen in het dorp, bijna twee keer zoveel als in Den Ham op dat moment.

Ontsluiting

De bereikbaarheid van het gebied was slecht. In de wintermaanden was het dorp alleen per slee of schaats te bereiken, of als er geen ijs lag, per trekschuit. Daar kwam verandering in toen Vroomshoop in 1907 een spoorwegverbinding kreeg met Almelo, Zwolle en Coevorden. In dezelfde periode werden ook de wegen aangepakt. De turfafgraving liep in die periode al sterk terug, maar tegelijkertijd kwam de landbouw tot ontwikkeling als gevolg van een tweede "invasie" van Groninger en Drentse boeren. Dankzij de goede verbindingen per kanaal en spoor en de grote hoeveelheid beschikbare arbeidskrachten vestigden zich verschillende industrieën in het dorp. Jansen en Tilanus was in 1910 de eerste. Het was de aanzet tot de groei van Vroomshoop als een belangrijke industrieplaats. Op 1 januari 2010 telde Vroomshoop inclusief Geerdijk 9.296 inwoners.