1863

Salomonsonwoningen

Sociale woningbouw

Tijd van burgers en stoommachines

Bemoeienis van de overheid met bouwen en wonen is er al van oudsher. Vooral in steden, waar veel mensen dicht bij elkaar wonen, was dit het geval. In plattelandsgebieden speelde deze bemoeienis niet of nauwelijks. Daar bouwde men waar en hoe men zelf graag wilde. Er werd pas ingegrepen als het strikt noodzakelijk was. In Den Ham was dat het geval na de brand van 15 augustus 1842. Toen kwamen er regels. Geen rieten daken, maar alleen pannendaken waren nog toegestaan. Lange tijd moest ieder voor eigen huisvesting zorgen. Sociale woningbouw kwam in de gemeente Den Ham moeizaam op gang. Dat veranderde met de Woningwet van 1901. De overheid stelde met deze wet geldleningen en subsidies beschikbaar voor het bouwen van huurwoningen.

Particulier initiatief

In 1863 was er voor het eerst sprake van "sociale" woningbouw in Vroomshoop. De bekende industrieel en vervener Godfried Salomonson uit Almelo had in Vroomshoop veel gronden langs het kanaal gekocht. Hij liet er een aantal burgerwoningen (onder meer De Vierzonen en Veenoord) en veertien arbeiderswoningen bouwen, zeven langs de Vriezenveenseweg en zeven langs de Oranjestraat die in de volksmond bekend stonden als Salomonsonwoningen. De Provinciale Overijsselse en Zwolsche Courant maakte hier op 13 maart 1863 melding van: "Vroomshoop. De 10e maart was voor de bewoners van het punt van separatie aan sluis 5 van het kanaal een zeer heuglijke en feestvolle dag, door het steken van den eersten turf in de uitgestrekte veenderijen en het leggen van den eersten steen van een aantal woningen bij dezelve, toebehorende aan de heer G. Salomonson te Almelo." Aannemer Haverkort, die waarschijnlijk veel bouwde voor de verveners, liet in 1911 voor eigen rekening vijf dubbele woningen bouwen aan het zogenoemde Haverkortsweggetje.

"Minder dan dieren"

Omstreeks 1906 verscheen er een rapport van de gezondheidscommissie over de toestand van de woningen in de gemeente. Daarin schreef de rapporteur onder meer: "Ik heb mij meermalen afgevraagd, als wij soms een ellendig krot hadden opgenomen: kan de gemeente [...] geen woningen met rijkssubsidie bouwen? Dat was hier zoo noodig, hoog noodig, want treuriger toestand dan ik aldaar met name in het Zwarte Gat heb aangetroffen, is niet denkbaar. Sommige mensen wonen daar - vergeef mij de uitdrukking - minder dan dieren." Er kwamen in de gemeente tenminste 139 woningen voor die de commissie als plaggenhutten en keten aanduidde. Toch verklaarde de raad zich in 1908 nog tegen de bouw van woningwetwoningen.

Beter Wonen

De gemeente liet het ernstig afweten op het gebied van sociale woningbouw. In 1915 vroeg de Inspecteur van Volksgezondheid in een brief aan burgemeester W. Beukenkamp of er nog iets gebeurd was op het vlak van de sociale woningbouw. Hij voegde eraan toe dat hij voorstander was van bouw door de gemeente of de oprichting van een woningcorporatie. Toen kwam er vaart in de zaak. Niet door actie van de gemeente, maar door de oprichting van de vereniging Beter Wonen. In 1917-1918 bouwde deze vereniging in Vroomshoop met overheidssteun twaalf woningen aan de Nieuwstraat en kort daarna 26 woningen aan de Eikstraat. Of de samenwerking tussen gemeente en Beter Wonen altijd optimaal was, valt te betwijfelen. In ieder geval stond de teller voor Beter Wonen wat aantal woningen betreft in 1938 nog steeds op 38.

Beter Wonen contra gemeente Den Ham

De oorlogstijd was een periode waarin niet of nauwelijks gebouwd werd. De woningbehoefte steeg wel snel. Een gemeentelijke nota van 10 augustus 1945 gaf een tekort van 163 woningen aan. De woningbouwvereniging Beter Wonen kreeg in 1946 geen medewerking voor de ingediende nieuwbouwplannen. De gemeente besloot daarentegen om zelf acht arbeiderswoningen in Vroomshoop en zes woningen in Den Ham te laten bouwen. In 1947 kwam het zelfs tot de oprichting van De Woningstichting der gemeente Den Ham, die de bezittingen van Beter Wonen overnam. In 1948 kon de gemeente de eerste woningwetwoningen opleveren. Tot 1968 zouden dat er 712 worden: 102 in Den Ham en 610 in Vroomshoop, want daar was de woningbehoefte het grootst.

Mijande Wonen

Eind jaren 60 streefde de landelijke overheid ernaar particuliere woningcorporaties de bouw van woningwetwoningen zouden verzorgen. Daarom richtte de gemeente in 1969 de Stichting Woningbouw Den Ham-Vroomshoop op. De gemeente bleef aanvankelijk bestuurlijk betrokken bij de nieuwe stichting. Wethouder A. Wijnveen en gemeentesecretaris H. Konijnenberg maakten deel uit van het stichtingsbestuur. In 1973 werden alle 764 gemeentewoningen voor rond de 12,5 miljoen gulden overgedragen aan de stichting. In de daarna volgende jaren ontwikkelde deze woningstichting zich tot een organisatie die ruim 1500 woningen exploiteerde. De stichting streefde naar een grote diversiteit in het aanbod van woningen en speelde daarbij flexibel in op de maatschappelijke ontwikkelingen. De naam: Stichting Woningbouw Den Ham-Vroomshoop werd Vestion Wonen. In 2010 kwam door een fusie met de Woningstichting Vriezenveen-Westerhaar, St. Joseph en Dinkelborgh Wonen een nieuwe woningcorporatie tot stand, genaamd Mijande Wonen. Deze levert sindsdien de woondiensten in de gemeenten Twenterand en Dinkelland.