vanaf 1974 Tijd van televisie en computer

Het Oranjegevoel

Sport verbindt

Als Nederlandse sporters, individueel of in teamverband, uitblinken op het hoogste niveau, komt het Oranjegevoel naar boven: straten worden oranje versierd en mensen trekken soms de vreemdste oranje uitdossingen aan. De Nederlandse leeuw, van oudsher het symbool van kracht, is overal te zien.

Geschiedenis
‘Oranje’ is van eind zestiende tot eind achttiende eeuw een politiek symbool dat geassocieerd wordt met de orangisten: aanhangers van de stadhouders uit het Huis van Oranje. De kleur raakt verbonden met de identiteit van de Nederlandse natie. Tijdens periodes van buitenlandse heerschappij, zoals de napoleontische jaren en de Tweede Wereldoorlog, staat oranje voor verzet tegen de vreemde overheersing.

De afgelopen jaren speelt het Oranjegevoel vooral een niet-politieke, verbindende rol. Het sluit aan bij een verlangen naar saamhorigheid dat groeit in een samenleving waarin verschillen tussen mensen en groepen steeds groter lijken te worden. Het komt bijvoorbeeld tot uiting op Koninginnedag (sinds 2013 Koningsdag), een nationale feestdag die eind negentiende eeuw voor het eerst gevierd wordt. Maar ook in tijden van onzekerheid en crisis kan ‘Oranje’ mensen houvast bieden en het gevoel geven dat ze met elkaar verbonden zijn.

Sportheldinnen en -helden
De afgelopen decennia wordt het Oranjegevoel vooral gewekt wanneer Nederlandse sporters deelnemen aan belangrijke internationale wedstrijden of toernooien. Individueel of in teamverband vertegenwoordigen ze hun land; de toeschouwers zien tijdens de wedstrijden Nederland in actie komen, concreet gemaakt door de sporter of het team. Dat roept een gevoel van nationale saamhorigheid op. De schaatssport loopt daarin regelmatig voorop. Een evenement als de Friese Elfstedentocht, voor het eerst in wedstrijdverband gereden in 1909, combineert groepsgevoel met individuele topprestaties. En ook de eerste oranjegekleurde tribunes en oranje mutsjes zijn halverwege de jaren zestig te vinden in de schaatssport.

De Nederlandse sportgeschiedenis kent veel sportheldinnen en -helden. Enkelen van hen danken hun roem niet alleen aan sportieve prestaties, maar ook aan een bredere maatschappelijk-culturele invloed. Neem Fanny Blankers-Koen (1918-2004), die als atlete een legendarische status verwerft wanneer ze tijdens de Olympische Spelen van 1948 vier gouden medailles wint. Daarmee kan ze wereldwijd als rolmodel voor sportende vrouwen fungeren, omdat ze laat zien dat vrouwen volwaardig kunnen meedoen. Ook voetballer Johan Cruijff (1947-2016), die met zijn buitengewone talent furore maakt bij clubs als Ajax en FC Barcelona, wordt wereldberoemd. Zijn bekendheid groeit door zijn persoonlijkheid: hij is recht voor zijn raap en verrijkt de Nederlandse taal met cruijffiaanse uitspraken als ‘elk nadeel heb z’n voordeel’.

Voetbal
Hoewel het Oranjegevoel zich uitstrekt tot vrijwel alle sporten, is voetbal nog altijd de populairste sport in Nederland. Geen wonder dus dat er vooral tijdens internationale voetbalkampioenschappen sprake kan zijn van een ware Oranjegekte. In 1974 neemt het Oranjegevoel in het voetbal massale vormen aan. Het Nederlands elftal staat in de WK-finale, maar loopt de wereldtitel net mis doordat het van Duitsland verliest. Dat wordt goedgemaakt met een Europese titel op het EK van 1988. Het Oranje-elftal van 1998 op het WK in Frankrijk is een veelkleurig elftal dat de multiculturaliteit van Nederland laat zien. In de zomer van 2017 winnen de Nederlandse vrouwen het Europees Kampioenschap voetbal. Maar liefst 4,1 miljoen kijkers stemmen in Nederland af op de finale en de Leeuwinnen krijgen een grootse huldiging in Utrecht. Deze overwinning betekent de definitieve doorbraak van het vrouwenvoetbal in Nederland. Zo weerspiegelt Oranje door de jaren heen de sportieve en maatschappelijke veranderingen in de Nederlandse polder.

 

Bijbehorende hoofdlijnen: