Een aparte plaats in de West-Friese geschiedenis heeft de jeugd. Niet omdat ze zo bijzonder is - iedereen was ooit jong - maar omdat ze anders is. Opgroeiende jongens en meiden gedragen zich anders dan de volwassenen. Dat is normaal, ze zijn bezig zichzelf te ontdekken, hebben nog weinig verantwoordelijkheden, geen gezin, geen kinderen, zijn nog vrij, soms zelfs dwars, gaan hun eigen gang.

Deze opvatting over jong zijn lijkt vanzelfsprekend, maar was het vroeger niet. Vóór 1950-1960 bestond de tienerleeftijd natuurlijk wel, maar die werd niet als iets speciaals beschouwd. Op oude familiefoto's zijn opgroeiende jongens te zien in pak met vest, stropdas, horlogeketting en soms zelfs hoed. Ze wilden niets liever dan er zo gauw mogelijk uitzien als hun vader. Er bestond dan ook geen echte jeugdcultuur die uitging van de jeugd. Er was van alles, maar onder leiding van volwassenen. Padvinderij bijvoorbeeld, geleid door hopman en vaandrigs.

Toch was er heel vroeger een aparte jeugdcultuur, vóór plusminus 1850. Er bestond in Hoorn het gebruik op Sint Laurens, 10 augustus, volwassenen op straat te bekladden met krijt. Dat mocht dan. In sommige dorpen mochten dienstmeisjes hun 'meester' buitensluiten. Die mocht weer in zijn eigen huis als hij een 'losprijs' betaalde. Dat wijst op jeugdcultuur. West-Friesland had trouwens iets heel bijzonders, het zogenaamde 'opzitten', een speciale manier van verkering tussen jongens en meiden. Hadden die elkaar leren kennen en voelden ze voor elkaar, dan kwam de jongen 's avonds het meisje thuis opzoeken. De ouders, zelf al in bed, lieten dat toe. Niet alleen om geen ruzie te krijgen, maar ook omdat ze haar aan de man wilden brengen. De autoriteiten en dominees en pastoors vonden dat stiekeme vrijen maar niks; het gaf aanleiding tot zedeloosheid, zeiden ze.

Sinds de jaren 1950-1960 hebben ouders, pastoors, dominees, leraren en andere gezagsdragers veel van hun macht verloren. Beslissend was ook de uitvinding van de pil; vrijen werd minder riskant. Voor het eerst ontstond weer een echte jeugdcultuur. Al gauw was er de West-Friese variant van vetkuiven met brommers en Vespa's. In 1964 vond het eerste Nederlandse optreden van de Beatles nota bene plaats in Blokker. Daarna kwam het lange haar, het jointjes roken, de flower power. De jeugd ging zich anders kleden, ontwikkelde een eigen smaak, eigen subculturen. En niet te vergeten, er ontstond een eigen jongerenmuziek, er kwamen West-Friese bands; Herman Brood kwam naar Waarland!

De jeugdcultuur verschoof steeds meer naar vooral vermaak: film, muziek en dansen. Elke vrijdag- en zaterdagavond, lekker laat, trok en trekt half West-Friesland naar de disco. Of naar de zuipkeet. Of eerst naar de keet en dan naar de disco. West-Friesland is 'bekend' geraakt als een van de ergste zuip- en drugsgebieden van Nederland. Er zijn doden gevallen. Misschien was de overgang van nogal geïsoleerd naar overloopgebied en van nogal kerkelijk naar vrij te abrupt. West-Friesland stond al in de negentiende eeuw bekend om zijn biljarts die zwommen in de jenever; die traditie is als het ware uitvergroot. Intussen is al die aandacht voor wat verkeerd ging niet helemaal terecht. West-Friesland is ook het land van Ronald en Frank de Boer en andere sporters. Én van andere jonge harde werkers.

Uitgelicht

Het woord teenager of tiener - wat een ouderwets woord alweer! - werd pas in 1955 voor het eerst gebruikt; pas toen werd een tussenfase (h)erkend tussen kinderjaren en volwassenheid. En hetzelfde geldt voor puberteit, ook dat woord is pas sindsdien ingeburgerd.