1700-1800

De Alkmaarder Hout

Stadspark met vele functies

Door Marlies ten Berge

De Hout is vanouds een begrip in Alkmaar. Hier ga je met de kinderen hertjes kijken, hier start de 8-oktoberoptocht, hier kom je kijken naar een cultureel evenement, huur je een tennisbaan of ga je gewoon een eindje wandelen.

De plaats waar nu het stadspark De Hout ligt was vóór het beleg van Alkmaar gewoon akkerland en weiland. Rond 1600, toen rust en voorspoed terugkeerden, ontstond het plan een schaduwrijke wandelplaats aan te leggen waar de burgers van de stad ontspanning en vertier konden vinden. De bomen konden later mooi gebruikt worden door de Alkmaarse timmerlieden. Haarlem had al zoiets, dus Alkmaar wilde het ook…

Buiten de omwalling van de stad, aan de zuidkant, begon men in 1607 met de eerste aanplant van 'houten'. Dit waren bomensingels langs de wegen. Zo plantte men een strook van zes bomen langs de Harddraverslaan en ook langs de Westerweg werden enkele rijen iepen geplant. Omdat er veel te veel bomen besteld waren kocht Alkmaar een stuk grond bij het leprozenhuis buiten de Kennemerpoort en plantte daar het eerste stukje echte bos.

In het oorlogsjaar 1672 moest een groot deel van de bomen weer gekapt worden om zicht te hebben op de vijand, maar vervolgens werden ze opnieuw geplant, werden de bomenrijen verbreed en ingesloten stukjes boerenland opgekocht. Er kwamen kwekerijen en zo ontstond langzaam maar zeker de Alkmaarder Hout aan de westkant van de Kennemerstraatweg.

De Hout is steeds veranderd van vorm, want smaken verschillen. Wat nu de Wilhelminalaan is, was vanouds de entree vanuit de stad. Deze kaarsrechte laan was de basis van de eerste 'plantage', met strakke vormen en sterpatronen. Vanaf 1765 kreeg de Hout steeds meer een parkachtige vorm, zoals goed te zien is op de kaart van Van Panders. De eerste kronkelige laantjes werden aangelegd. Daartussenin nog steeds weilanden, tuinderijen en kwekerijen. Vooral langs de latere Lindenlaan en de Kennemersingel werden buitenplaatsen aangelegd door rijke burgers. Het waren pleziertuinen vol bijzonder bloemen, kunstig geknipte hagen en theekoepeltjes, waarlangs men in deftige koetsen reed om zich te laten bekijken. Uit die tijd stammen de stinsenplanten waar de Hout beroemd om is geworden.

In 1902 maakte de bekende tuinarchitect Leonard Springer een nieuw ontwerp voor de Hout. Gekozen werd voor de Engelse of romantische landschapsstijl met speelse bochten en doorkijkjes, heuveltjes en stromend water. Een mooi voorbeeld is de Hertenkamp, die werd aangelegd op de plek van een voormalige boerderij.

De Hout vulde zich niet alleen met groen maar ook met vertier, het werd een oord van ontspanning en vermaak. Er was ruimte genoeg voor de kolfsport en vanaf 1820 werden er paardenrennen gehouden die veel bezoekers trokken. Ook de wat minder gegoede Alkmaarders zochten steeds vaker de Hout op voor een zondags uitje. De paardentram, later de bus, maakten het na 1900 heel wat makkelijker bereikbaar.

Aan de zuidkant van de Hout werd in 1920 het Sportpark geopend. Er kwamen voetbalvelden, een buitenzwembad, een houten wielerbaan en later natuurlijk het AZ-stadion, heel toepasselijk 'De Alkmaarderhout' genaamd. Naast de hertenkamp kwam er een volière, er waren cavia's en aapjes te bewonderen, en een stadsboerderij bood vermaak aan vele generaties kinderen. En er was en is muziek. In het park of langs de rand ervan vonden ook allerlei instellingen een plekje, die in de oude binnenstad geen ruimte hadden. Daar werden de begraafplaatsen aangelegd en bouwde men een gevangenis en een bejaardentehuis. Vooral het Medisch Centrum Alkmaar slokte in de twintigste eeuw een groot deel van het groen op. Inmiddels was het park langzaam maar zeker ingebouwd tussen nieuwe woonwijken en werd het met recht een stadspark.

Kolven

Kolven was rond 1600 dé volkssport. Het is een beetje vergelijkbaar met het moderne golven. Het werd gespeeld met een houten of leren bal en een kolfstok. Doel van het spel was in zo min mogelijk slagen de palen van de kolfbaan te raken of de bal in het doel te slaan. In Alkmaar werd rond 1600 een echt 'colfvelt' aangelegd op de Rojaale of Kolverslaan, de huidige Harddraverslaan. Begin 18e eeuw verdween de oude vorm van het kolfspel om plaats te maken voor een variant die binnen werd beoefend. Er kwamen korte overdekte kolfbanen, die werden aangelegd in of nabij herbergen zoals bij De Vier Staten in de Alkmaarder Hout.