1662 Tijd van regenten en vorsten

De Atlas Maior van Blaeu

De wereld in kaart

Europese zeevaarders en ontdekkingsreizigers brengen vanaf de zestiende eeuw veel onbekende gebieden in kaart. In de welvarende Republiek is er grote vraag naar luxe en gedetailleerde wereldkaarten, zoals vader en zoon Blaeu die maken. De beroemde Atlas Maior uit 1662 is het pronkstuk.

Kaartenmakers
Wereldberoemd zijn de atlassen en kaarten die in de zeventiende eeuw zijn gedrukt in het bedrijf van de familie Blaeu in Amsterdam. Koningen, tsaren en andere groten der aarde, allemaal willen ze een mooi uitgegeven atlas of fraaie globe van Blaeu. Ze staan symbool voor rijkdom en kennis, een gewilde combinatie.

Willem Janszoon Blaeu (1571-1638), zoon van een haringkoopman, laat zich in Denemarken bij de beroemde Deense astronoom Tycho Brahe scholen in de navigatiekunde en wordt opgeleid tot instrument- en globemaker. Terug in Amsterdam vestigt hij een eigen drukkerij en uitgeverij waar hij globes en later kaarten maakt. Vanaf zijn allereerste gedrukte kaarten uit 1605 valt Blaeu op door kwaliteit en zijn vernieuwende aanpak. Hij gaat er niet zelf op uit om metingen te doen maar ontwerpt zijn kaarten op basis van bestaand kaartmateriaal, aangevuld met kennis die hij ontleent aan scheepsjournaals, reisverslagen en gesprekken met zeelieden. Met zijn kaarten en atlassen verwerft Blaeu een internationale reputatie.

Na zijn dood neemt zijn zoon Joan (1599?-1673) het bedrijf over. Hij brengt het familiebedrijf tot nog grotere bloei. Tachtig werknemers houden vijftien drukpersen draaiende. Een flink aantal vrouwen en kinderen verdient geld met het inkleuren van de kaarten.

Reiskaarten
De kaarten van Blaeu staan in een lange traditie. De oudst bekende kaarten, gemaakt in het oude China en het Midden-Oosten, hebben een kadasterfunctie: ze leggen grondbezit vast. Vanaf de Griekse en Romeinse tijd zijn er kaarten die laten zien hoe de wereld eruitziet. De eerste zeekaarten stammen uit de dertiende eeuw. De uitvinding van het kompas zorgt ervoor dat schepen niet langer zicht op de kust hoeven houden om zich te kunnen oriënteren.

De Spanjaarden en Portugezen zijn de eerste Europeanen die de oceanen oversteken en in kaart brengen. Goede kaarten maken het verschil tijdens oorlogen of bij het veroveren van nieuwe gebieden. De route naar Azië langs Zuid-Afrika is lang en uitputtend. Het loont dan ook de moeite om een snellere route te vinden. Vanuit de jonge Republiek wordt Willem Barentsz op pad gestuurd om langs de Poolcirkel een noordelijke doorweg te zoeken. Zijn poging strandt in 1596 in het ijs bij Nova Zembla, maar levert wel veel nieuwe informatie op waar de kaartenmaker mee aan de slag kan.

Atlas Maior
Joan Blaeu brengt tal van nieuwe kaarten en atlassen uit, waaronder de beroemde Atlas Maior, die vanaf 1662 in verschillende edities en talen op de markt wordt gebracht. Met bijna zeshonderd kaarten en enkele duizenden pagina's beschrijvingen brengt deze meerdelige atlas de toen bekende wereld in kaart. De Atlas laat zien hoe de kennis van de wereld door ontdekkingsreizen en handelscontacten is toegenomen. De Republiek heeft in de tijd van Blaeu de meeste deskundigheid op dit gebied, al wordt hun kennis al snel door kaartenmakers in andere landen overgenomen.

De Atlas is het duurste meerdelige boek van de zeventiende eeuw. Ongekleurd kost hij 350 gulden, meer dan het jaarinkomen van een ambachtsman in die tijd. De ingekleurde versie is nog eens honderd gulden duurder. De kaarten zelf zijn prachtig uitgevoerd, maar zelden origineel. Zij zijn vaak al eerder uitgegeven, soms verouderd en meestal niet helemaal correct. De waardering voor de Atlas is er niet minder om. Blaeu brengt met zijn Atlas Maior de wereld binnen handbereik, in de mooist denkbare uitvoering.

 

Bijbehorende hoofdlijnen: