Canonmuseum

Tropenmuseum

Het Tropenmuseum presenteert verschillende topstukken die het venster Slavernij uit de Canon van Nederland illustreren. Meer over topstukken en activiteiten vind je hieronder.

Het Tropenmuseum heeft als missie de enorme culturele diversiteit te laten zien die de wereld rijk is. Door middel van objecten vertelt het museum daarnaast over universele menselijke thema's. 

  

Foto's bannerbeeld: Jakob van Vliet / Rob van Esch / Kirsten van Santen

Tropenmuseum
Linnaeusstraat 2
Amsterdam

www.tropenmuseum.nl

Topstukken

Brandmerk voor het tot slaaf maken van mensen

Op slavenschepen werden tot slaafgemaakten vaak geregistreerd met nummers, niet met namen. Slavenhouders schroeiden deze nummers of letters in de huid met een brandmerk. Een slavenhandelaar omschreef het moment waarop het brandmerk werd geplaatst: “De binnenplaats stinkt naar brandend vlees, [overal klinken] uitroepen van doodsangst en pijn”. Dit brandmerk is uniek in de etnografische collecties in Nederland.

Tot slaafgemaakten werden in die tijd gezien en behandeld als handelsobjecten van economische waarde. Het brandmerken is de ‘materialisering’ van het Nederlandse slavernijverleden, als instrument dat van mensen handelswaar heeft gemaakt. Toch waren er mensen, vooral in Suriname, die zich aan de slavernij wisten te onttrekken door weg te lopen.

Boei om tot slaafgemaakten aan elkaar te ketenen

Deze boei, waarschijnlijk uit 1842, is een van de zeer zeldzame overblijfselen van de praktijk van de slavenhandel, waarin Nederland een grote rol speelde. Op een handelsschip werden gemiddeld 500 tot 600 mannen, vrouwen en kinderen vervoerd van Afrika naar Amerika. Tijdens de reis waren de mannen aan elkaar geketend met dit soort boeien.

Zelfmoordpogingen waren aan boord geen uitzondering. Een manier om zelfmoord te plegen was door eten te weigeren. Slavenschepen hadden meestal een werktuig aan boord waarmee de mond kon worden open gewrikt om dwangvoeding toe te dienen. Ook op de plantages werden mensen soms in boeien gehouden, bijvoorbeeld als straf na een vluchtpoging.

De oudste banjo van de Amerika’s

Deze banjo, de oudste van het Amerikaanse continent, is vervaardigd door tot slaafgemaakten in Suriname. Op sommige plantages was het verboden om trommels en blaasinstrumenten te maken. Daarom werden snaarinstrumenten ontwikkeld. Een kalebas met een schapenvel ervoor gespannen dient als klankkast. De banjo toont dat tot slaafgemaakten ondanks alle ellende mens bleven, dingen maakten en creatief waren. Creativiteit is te beschouwen als actieve daad van verzet.

De banjo is verzameld door John Gabriel Stedman (1744 -1797), een Schots-Nederlandse officier. Stedman nam deel aan koloniale strafexpedities tegen de Marrons, gevluchte tot slaafgemaakten die in het bos woonden. Hij schreef een verslag van zijn verblijf. Het boek speelde een grote rol in de Europese bewustwording van de mensonterende behandeling van tot slaafgemaakten.

Activiteiten