1956

Manifestatie H2O

In de ban van Flevoland

Tijd van wereldoorlogen

Hoog waren de verwachtingen in de Kamper gemeenschap gespannen over de positieve economische en toeristische gevolgen voor de stad, die de aanleg van de nieuwe polder Oostelijk-Flevoland zouden kunnen hebben. Meer nog dan de Noordoostpolder zou deze nieuwe polder gaan bijdragen aan de opheffing van het relatieve isolement dat de stad zo lang gekenmerkt had. Kampen zou niet alleen de toegangspoort worden tot het nieuwe land, maar ook gezegend worden met een groot achterland en op twee manieren aansluiting krijgen met het midden en westen van het land. De vestiging in Kampen van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, die verantwoordelijk was voor de inrichting van het nieuwe land, versterkte dit optimisme. Kampen meende zich dan ook de tolk te moeten maken van de nationale vreugde over de ontwikkeling van dit nieuwe leefgebied. Om aandacht te krijgen voor de gewichtige functie die de stad hierbij zou kunnen vervullen, werd de sluiting van de ringdijk in 1956 aangegrepen voor een grootscheepse manifestatie onder de titel Operatie H2O. Was de drooglegging van de Noordoostpolder wegens de oorlogsomstandigheden indertijd met weinig ceremonieel begeleid, ditmaal maakte de gunstige conjunctuur het mogelijk waardig feest te vieren.

Keur aan evenementen

Voor een stad als Kampen was het organiseren van een dergelijke manifestatie ‒ 3 weken werden voor het evenement uitgetrokken ‒ bepaald geen sinecure. De organiserende Stichting '56, onder voorzitterschap van G.J. Hendriks en directie van de heer G. Duiveman, wist de medewerking te krijgen van vele landelijke instanties, zoals de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Het beschermheerschap door ZKH Prins Bernhard betekende een flinke steun in de rug. Het programmaboekje van de manifestatie geeft een indruk van de prestatie die de organisatie leverde. Op het tentoonstellingsterrein in de Hanzewijk en het feestterrein kon men genieten van een keur aan evenementen, de belangrijkste gebouwen van de stad lagen in lichttooi en in het park was onder de titel Musical Founts een doorlopend klank- en lichtspel te bewonderen. Bekende artiesten zoals de Kilima Hawaiians en Sweet Sixteen gaven acte de présence.

Onzekerheid

De feestelijkheden werden geopend met een samenkomst in de Stadsgehoorzaal met niet minder dan 400 genodigden. Hier voerde onder anderen minister Algra van Verkeer en Waterstaat het woord. Hij legde er de nadruk op dat de ontsluiting van de polder nog jaren in beslag zou nemen en dat het belang van de gemeente Kampen daarbij zeker meegewogen zou worden. Het was alleen nog lang niet zeker hoe de ontsluitingswegen zouden komen te lopen. Na deze verkapte waarschuwing begaf het gezelschap zich naar het feestterrein waar de minister de tentoonstelling over de Zuiderzeewerken officieel opende. 3 weken bruiste Kampen van de meest uiteenlopende activiteiten op kunstzinnig, educatief en sportief terrein. Een landbouwtentoonstelling vormde één van de hoogtepunten. Het logo van Operatie H2O, een mannetje met een spade in de hand, was overal te zien.

In het water gevallen

In de marge van de feestelijkheden was plaats ingeruimd voor het zogenaamde Hanzecongres, waaraan werd deelgenomen door politieke en wetenschappelijke vertegenwoordigers uit de vroegere Hanzesteden in Noordwest-Europa. Met enige goede wil kan men dit congres beschouwen als een voorloper van de later georganiseerde jaarlijkse Hanzedagen. Ook de uitgave van het fotoboek Kampen, hanzestad aan de IJssel mag niet onvermeld blijven. De tekst van J. Don en de foto's van W. Hoekman bieden voor het eerst een integraal beeld van de schoonheid van Kampen en getuigen van een grote mate van Kamper zelfbewustzijn op toeristisch vlak. De naam van Operatie H2O was achteraf gezien misschien niet zo gelukkig gekozen. Door de overvloedige regenval zijn veel delen van het programma in het water gevallen. Niet voor niets klaagde het Kamper Nieuwsblad op 1 september 1956: "Heel wat dagen hebben zoveel regen en storm gebracht, dat het bezoek tot honderden beperkt bleef waar het er duizenden hadden kunnen zijn". Niettemin overheerste zowel in de plaatselijke pers als bij de betrokken instanties na afloop de tevredenheid.

Uitgebleven doorbraak

Op de langere termijn werden de hooggespannen verwachtingen die men van de komst van de nieuwe polder had niet bewaarheid. Zeker, het heeft Kampen op termijn nieuwe verbindingen met de Randstad gebracht, maar van de grote bloei is minder terechtgekomen dan gehoopt. De toestroom van bezoekers uit de polder bleef uit. In de Flevopolder kwamen eigen verzorgingscentra tot stand. Van de geplande doorbraken door het centrum van de stad, bedoeld om het verwachte verkeer een snelle doorstroming te garanderen, is er maar één gerealiseerd, het Meeuwenplein in 1965. Maar die heeft jarenlang als parkeerplaats een vrij desolate aanblik geboden, totdat de ABN, de Rabobank en Albert Heijn zich er vestigden. De andere, nooit gerealiseerde doorbraak was voorzien in het verlengde van de huidige Kennedylaan. De brede brug bij de Schoolstraat is hier één de weinige stille getuigen van de ambitieuze visioenen die de komst van Oostelijk-Flevoland destijds in Kampen hebben losgemaakt.